Op een mooie pinksterdag…(2)

In veel vormen van theologie heb ik mij nooit op mijn gemak gevoeld. Je moest vooral meedoen met het schuiven van het beeld in de juiste richting en het van de juiste naam voorzien. Vooral aanhangers van de theologie van Karl Barth hielden van Dostojevski, zo viel mij op.

Van hem hadden zij geleerd dat je bijvoorbeeld de psalmen uit het Oude Testament als gebeden kon bidden zonder inhaleren. (Het was de tijd dat bijna iedere theoloog nog rookte.)  Wat er precies stond deed er minder toe dan het gevoel dat het opriep: het bracht je, zo zeiden ze, immers heel dicht bij Jezus die deze woorden ook gebeden had. Zolang je linksom of rechtsom maar weer bij Jezus uitkwam dan was het goed. Dat leek mij – als kind al – voor Jezus niet prettig, al die overdreven aandacht. Een vorm van stalking die, zoals bekend in de forensische psychologie, doorgaans met de dood moet worden bekocht. Zo komt de mens in zijn verlangen het goede te doen nooit op eigen benen te staan.

Tolstoi roept zijn lezers op om afstand te doen van beelden uit de standbeeldenfabriek van het christendom. Roep niet haastig als jou de weg wordt gevraagd ‘God’ of ‘Jezus’, maar vertel ons tot welke gedaanteverandering religie je geholpen heeft. “Als iemand die terugkeerde en de geheimen van de evenaar vertelt” zoals Emily Dickinson het zo eenvoudig en kwetsbaar zegt. Wat heb jij beleefd aan het geheim van het leven?!  In al die boeken van theologen die aan de mode van het afscheid van God meedoen lees ik het zo weinig. Jaren geleden schreef ik aan een theoloog die als predikant ook diensten leidde, maar er niet meer in geloofde: “Wat doe jij dan als je de zegen uitspreekt?” Hij hoopte er ooit eens iets in te horen dat hem troostte. Maar als jij dat niet hoort – bij een huwelijkssluiting bijvoorbeeld  – wat dan? Ik bedoel, maakt dat verschil denk je?

Er zijn theologische vrienden die over hun vroegere periode als predikant, toen ze nog in een gemeente stonden, nu spreken alsof ze toen epo gebruikten: toen we het nog over God hadden. Wat deden ze daar in godsnaam? Theologen zijn heel flexibel. Sommigen verliezen gemakkelijk hun geloof, echter zelden hun theologie.

Ik werd wakker met de restanten van een droom. De telefoon ging op Villa Eijkenhorst. “Met Max, hi, wat leuk dat je belt. Nee, Alex is er niet –  goed bezig in zijn nieuwe job. Oh, wat goed: je hebt een nieuw boek geschreven. Cool. Gaat over God zeker? O, niet meer.. Dat is net als Alex – zal’ ie leuk vinden. Hij gelooft ook in een koninkrijk zonder koning, net als zijn oma. Alleen begrijp ik nooit zo goed waarom het dan toch zo ouderwets een koninkrijk moet heten. Jij wel? Of is dat een beetje dom?! Maar dat is natuurlijk allemaal ook theologie? Dus verder blijft alles gewoon hetzelfde? Ik geeft ’t door! Adiòs!”

Dostojevski of Tolstoi, Bach of Mozart, het is maar waar je de nadruk legt. Volgens de verhalen kan wat er wèrkelijk toe doet niet blijven. Op een mooie pinksterdag laat’ ie je alleen.

Afbeelding: Tolstoi l’homme de la vérité

 

Heine Siebrand
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *