Op een bankje

De Remonstranten en Doopsgezinden vieren dit jaar dat ze al 400 jaar ‘verkering’ hebben. Daarom maakten ze onder andere een dubbelnummer van Doopsgezind NL en Adrem. Vor dit nummer schreef verhalenverteller Kees Posthumus over wat er zou gebeuren als Menno Simons en Arminius elkaar nu zouden ontmoeten.

Een bankje, te midden van de Friese weilanden, in de late najaarszon. Twee mannen, die de kerk veranderden, ontmoeten elkaar. Menno Simons en Jacobus Arminius.

Waar zouden ze afspreken? Ergens in de buurt van Oudewater, in wat later het Groene Hart ging heten? Of in de drassige weilanden rond Pingjum en Witmarsum? Samen lunchen, was een optie. En daar begon het al mee.  De een stelde voor om een leuk terras te zoeken waar witte wijn wordt geschonken, Pingjum heeft zelfs een pizzeria. De ander stelde voor zelf boterhammetjes en een pakje chocomel mee te nemen. Het werd een bankje aan de rand van een sloot in Friesland. Koffie in de thermoskan, krentenbollen met kaas.  

De twee kerkhelden hadden elkaar nooit eerder ontmoet. Jacobus Arminius werd geboren in Oudewater, twee jaar voordat Menno Simonszoon stierf, als eenzame balling in het Duitse Oldesloe. Maar het moest er toch een keer van komen. Hun volgelingen, doopsgezinden en remonstranten, waren in de Nederlanden niet talrijk meer.  Aanwezig, ja. Talrijk, nee. Hier en daar hadden zij elkaar gevonden in samengestelde gemeenten, die ze speels ‘do-re’ noemden, als in The Sound of Music. Soms deden zij wat samen, als nood wet brak of als het beter uitkwam. Cultuurverschillen bleven geregeld de kop opsteken.

‘Ik begrijp dat wel’, zei Menno, met de deur in huis vallend. ‘Wij dopersen zijn altijd eenvoudig gebleven. Dat kunt u van jullie niet zeggen. Ik ben getrokken uit de Friese klei en dat aardse fundament is nooit verdwenen. Bij ons geen bontjassen, jachten of glimmende bolides, gekoketteer met de wereldse schijn. Dat ook onder ons rijkdom gevonden wordt, is een feit. Maar wij zullen daar nooit op roemen en het altijd inzetten voor het welzijn van de gemeente. Weet u, dat een van onze Friese gemeenten laatst nog een compleet nieuwe keuken kon laten bouwen dankzij een legaat van een zuinige doperse zuster?’ 

‘Je hebt gelijk, amice, ik erken het ruiterlijk. Wat is het probleem? Voor zover ik weet, heeft Christus nooit opgeroepen om het goede leven adieu te zeggen. Ik hield ervan om met mijn kompanen uit de hogere kringen een vorkje te prikken en te filosoferen over het leven, het geloof en de wereld. Het leven van een hoogleraar heeft zijn voordelen, waarde vriend. Waarom ben jij niet verder gegaan in de theologie?’

‘Ik ben niet zo’n student. Bovendien: waar had ik de tijd vandaan moeten halen? Ik liep het vuur uit mijn klompen om die kruiwagen met kikkers, die de doperse beweging in die tijd was, op de weg te houden. U had misschien maar één echte vijand. Hoe heet hij, Gomarus toch? Ik had er tallozen, in eigen kring. Bij nacht en ontij reisde ik in het geheim door Friesland om die gemeenten te bezoeken en ruzies te sussen, een heidens karwei. Ik was een soort rijdende rechter, per koets of te voet. Terwijl u in hogere kringen verbleef, met heersers en vorsten.’

‘Ik spreek je opnieuw niet tegen, confrater. Maar zelfs die goede contacten op hoog niveau verhinderden niet dat wij het land werden uitgezet en onder vuur kwamen te liggen. Wij hebben het ook niet gemakkelijk gehad.’

‘Ik heb uw punt nooit helemaal begrepen, eigenlijk. Was het niet iets met vrijheid en tolerantie?’

‘Wil je dat ik het in een zin comprimeer, mijn beste? Het gaat om niets anders dan dit: het bestaan van de vrije wil om het genadeaanbod van eeuwige zaligheid en rust in God te aanvaarden of te verwerpen. De mens heeft een vrije wil, zo is het. En ja, hij heette Gomarus en hij was niet gek.’

‘Neem mij niet kwalijk, maar met dat soort formuleringen hoefde ik in de dorpskerk van Witmarsum niet aan te komen! Boeren, waar de stank van kuilgras nog omheen hangt, hebben wel effe iets anders aan hun hoofd dan de vrije wil. Als die al bestaat. En doen uw volgelingen nog wat met dat idee?’

‘Wis en waarachtig gelukkig wel! Al moet ik oprecht zeggen, dat ik ze soms niet volgen kan in hun hoogstaande, doordachte en zeer liberale opvattingen. Zij maakten recent nog een psalmboek waar de Heer niet eens in voorkomt! Snap jij jouw volgelingen nog, kerel?’

‘Niet in alles. Maar waar ik echt trots op ben, is dat ze altijd trouw zijn gebleven aan het afzweren van geweld. Begrijp je wat ik bedoel als ik Münster zeg? Hooligans waren dat, vandalen. Zij hadden gelijk met hun doperse ideeën, maar het liep volslagen uit de hand. Zelfbenoemde vorsten in een koninkrijk van klaplopers. Geweld was er aan de orde van de dag. Zo kon onze beweging niet doorgaan. Ik kapte met die variant en tot op vandaag is onze kerk de enige echte vredeskerk. Daar heb jij niet van terug, makker!’

Arminius zwijgt vermoeid. Een reiger klapwiekt op en vliegt weg. Twee Pingjummer jongens fierljeppen behendig over de sloot.

‘Als jij het mocht bepalen, dan zouden deze knapen niet gedoopt zijn, maar pas als ze dat zelf wilden. Hoe slim is dat?’

‘Kom op, geleerde broeder, u weet net zo goed als ik dat er in de bijbel geen enkel grond te vinden is voor de doop van kinderen. Dat wij alleen volwassen mensen moeten dopen, die zelf tot geloof gekomen zijn. Op dat punt rammelt jouw leer en die van de rooms-katholieke kerk aan alle kanten.’

‘Mag ik mij een kanttekening permitteren, waarde? Voor de continuïteit van de gemeente lijkt mij dit gevaarlijk. Jonge mensen haken al af voordat ze op het idee komen zich te laten dopen! Hoe slim is dat?’

Menno zwijgt verlegen. Hij zou nooit zijn principes aanpassen aan strategische marketingmotieven. De klok van de toren van Pingjum slaat twee uur.

‘Ach, ik zou daar best nog eens willen preken, net als vroeger.’
‘Anders ik wel, in de Leidse Pieterskerk.’
‘Maar dat regelen ze tegenwoordig minstens een jaar van te voren in een preekrooster.’
‘Is dat zo? Ik weet niet eens of ik over een jaar nog leef.’
‘Je bent al dood, hoor.’
‘O, ja. Da’s waar ook.’

Dit artikel komt uit het Adrem-gedeelte van het nummer, dat hier te downloaden is.

Kees Posthumus
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *