‘Omgaan met intimiteit in de klas is vanzelfsprekend’

Een interview met Erwin van Koppen, docent op een potestants-christelijke school in Hazerswoude, over hoe om te gaan met intimiteit in de klas. Het interview is afgenomen door Michel Peters. Dit artikel verscheen in de AdRem van mei 2015.

Erwin van Koppen is onderwijzer in opleiding en verwacht voor de zomer aan de PABO in Leiden af te studeren. Hij deed de middelbare hotelschool en werkte in Zwitserland in de horeca. Dat verdiende slecht en was onregelmatig werk. Daarom switchte hij naar de ICT-sector en ging daar werken in de bankenwereld. Terug in Nederland werkte hij als ICT’er bij een jongerenproject voor voortijdig schoolverlaters in Leiden. Toen dat project ophield te bestaan, waren zijn perspectieven als generalist in de ICT-wereld niet groot en besloot hij zich (opnieuw) om te scholen. Op zijn eenenvijftigste komt hij dus met een diploma voor de klas te staan. Overigens werkt hij al regelmatig als oproepkracht op scholen, op het moment doet hij dat op een protestants-christelijke school in Hazerswoude. Hij heeft daardoor ervaring in alle groepen en begeleidt nu twee ‘plusgroepen’ voor kinderen die extra uitdaging kunnen gebruiken.

Hoe ga je om met intimiteit in de klas?
‘Ik neem kinderen wel eens mee uit de klas voor een toets of om een stuk tekst te lezen. Zo’n kind heeft natuurlijk afzondering nodig om zich te kunnen concentreren. Maar het moet zich ook veilig voelen en niet opgesloten. Ik laat dan ook altijd de deur open. Op een van mijn stagescholen was de regel dat je als leerkracht nooit 1-op-1 met een kind bent. Daar nam ik altijd twee kinderen tegelijk mee om te toetsen. De kinderen verkleden zich natuurlijk voor een gymles. Vanaf groep drie gaat dat gescheiden. Bij de jongens loop ik zo naar binnen, bij de meisjes klop ik eerst en wacht dan even voordat ik naar binnen ga. Bij de kleuters is er helemaal geen probleem, die kan ik op schoot nemen en een knuffel geven om te troosten, maar als ze ouder zijn doe ik dat niet meer.’

Is het lastiger voor jou om als man voor de klas te staan?
‘Ja dat denk ik wel. In de tijd dat Benno L. kinderen misbruikte als zwemleraar en Robert M. dat in de kinderopvang deed, werd ik daar door collega’s op aangesproken. Niet meteen beschuldigend, maar in de zin van ‘hoe vind je die commotie nou?’ Het voelde toch of ik er op werd aangekeken, ik heb dat als heel ongemakkelijk ervaren. Met jongens is de omgang natuurlijk niet moeilijk, maar met meisjes heb ik mezelf wel een duidelijke beperking opgelegd. Dat voelt niet als een verkramptheid, maar als een professionele houding ten opzichte van de kinderen. De maatschappij is in dat opzicht veranderd, als leerkracht heb ik gewoon met die realiteit te maken en moet ik me daaraan aanpassen. Overigens vinden kinderen uit veilige milieus, zoals op mijn huidige school, het niet zo bedreigend als ik ze aanraak, maar dat kan dus heel erg verschillen. Ik sprak met mijn directeur over dit thema en we constateerden dat het ene kind wel een knuffel of lichamelijk contact op prijs stelt en het andere helemaal niet. De band die je hebt met een kind speelt hierbij een grote rol.’

Zijn er richtlijnen of protocollen vanuit de school over intimiteit?
‘Nee niet echt, er zijn protocollen over pesten en over luizen en er is een belangrijk protocol over veiligheid. Maar niet afzonderlijk over intimiteit. Mijn directeur gaf aan dat er geen problemen met intimiteit op school zijn waardoor er ook nauwelijks beleid voor geschreven is, behalve wat er over veiligheid in de schoolgids staat. Ik denk dat dat de situatie op veel scholen is. We waren het er over eens dat het omgaan met intimiteit bij het beroep hoort en daardoor als vanzelfsprekendheid gezien wordt. Ik heb ook nog nooit een gesprek over intimiteit gehad wanneer ik op een school ging werken. Wel moest ik een Verklaring Omtrent Gedrag overleggen, maar dat werd pas achteraf gevraagd. Ik heb overigens wel meegemaakt dat ik op een school niet geacht werd om leerlingen aan te raken. Een leerkracht was daar eerder geschorst omdat hij vechtende jongens uit elkaar had gehaald. Maar ja, dat is toch je eerste reflex als leerkracht, dat doe je onbewust. Ook positief belonen, zoals een aai over de bol, is een heel natuurlijk gebaar. Ik vond dat die school daarin was doorgeslagen! Seksuele aanrakingen zijn natuurlijk uit den boze, maar functioneel contact moet toch mogelijk zijn. Denk aan een kind oprapen, samen voetballen, een kind troosten, een elastiekje in het haar doen. Maar mijn richtlijn is dat het kind er om moet vragen, hij of zij moet het initiatief nemen, ik ben in eerste instantie afwachtend.’

Moet je allochtone kinderen anders benaderen?
‘Ja allochtone meisjes in de bovenbouw zijn heel mondig, die protesteren hevig als je ze aanraakt. Hun kleedkamers zijn taboe. Overigens hebben ze die houding ook naar de jongens in hun klas. In groep 7 en 8 lopen meisjes vaak al met hoofddoekjes, het leven van jongens en meisjes is op die leeftijd al voor een groot deel gescheiden. Het vastpakken van hun kinderen door een leerkracht lijkt voor allochtone ouders sowieso een gevoelig punt. Ik heb wel eens meegemaakt dat een Turkse vader mij op hoge toon vroeg ‘je hebt mijn kind toch niet aangeraakt?’

Dit artikel is geschreven door Michel Peters, coördinator communicatie bij de Remonstranten.

AdRem
Dit artikel verscheen eerder in AdRem. AdRem is het maandblad van de Remonstranten.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *