Notitie: Wonen overal nergens thuis

Of: Wortel schieten voor de volgende stap. Een notitie van Christiaan Hogenhuis, werkzaam bij Stichting Oikos, over wonen, reizen, duurzaamheid en theologie. 

Zoveel is duidelijk, wonen is meer dan een onderdak hebben. Bij wonen gaat het niet zomaar om een huis hebben, maar om een thuis: een vertrouwde, min of meer veilige leefomgeving, waarin je tot op zekere hoogte kunt vertrouwen op je routines, je gewoontes, en niet voortdurend op je quivive hoeft te zijn. Een oikos dus: zeg maar een geordende microkosmos, in tegenstelling tot de chaos van de buitenwereld. 

Het is op zichzelf veelzeggend dat we de buitenwereld vaak ervaren als een chaos van bedreigingen. Zagen de Grieken hun wereld niet vooral als een geordende kosmos? En is een belangrijk aspect van ‘Schepping’ nu ook juist niet dat er ordening is aangebracht, een bepaalde, zo niet harmonie, dan toch in ieder geval op-elkaar-afgestemd-zijn? 

My home is my castle?

Ik vermoed tegelijk dat mensen hun huis hoe langer hoe minder als automatisch een veilige, vertrouwde haven ervaren. De druk vanuit de samenleving op het privé leven wordt steeds groter. We moeten voor alles ‘zelfredzaam’ zijn. We worden min of meer gedwongen voortdurend alert te zijn of de diensten waarvan we thuis gebruik maken (energie, communicatie, gezondheidszorgverzekering etc. ) niet nog goedkoper kunnen. We moeten ons voortdurend bijscholen, in de avonduren of het weekend. En ga maar door. Dan is het misschien ook niet vreemd dat mensen hun huis steeds meer optuigen als een burcht, goed afgeschermd en verdedigd tegen de bedreigende buitenwereld, van alle gemakken voorzien, zodat je nauwelijks meer naar buiten moet. My home is my castle! Tegelijk wordt je daarmee steeds afhankelijker van diezelfde diensten. En vanwege alle zaken die we in ons huis verzamelen, wordt ons huis steeds aantrekkelijker voor onbevoegden om eens een kijkje te komen nemen, tegen welke bedreiging wij ons huis nog weer beter moeten beschermen. Verschillende vicieuze cirkels tekenen zich zo af. Zitten we gevangen in spiralen van toenemende druk en dwang? 

Exodus

Het is waarschijnlijk dit gevoel waarom mensen van tijd tot tijd naar buiten willen, het huis uit, de wereld in, het land uit. Juist om de veilige routines te doorbreken, die op den duur ook stomvervelend kunnen zijn. Om zich een tijdje vrij van ballast te kunnen voelen. Om op zoek te gaan naar het absoluut noodzakelijke, basale, op basis waarvan je je juist vrij en soeverein kunt voelen. Om thuis te raken in de wereld, met al die nog niet bekende plekken, volken, culturen. Zij het vaak om daarna weer des te beter thuis te komen. De zomer- (of inmiddels ook winter-) exodus wordt dat wel gekscherend genoemd. Maar eigenlijk heel passend, want het gaat hier wel degelijk om een – zij het tijdelijke, maar misschien toch met blijvende gevolgen gepaard gaande – bevrijding uit onderdrukkende maatschappelijke structuren. 

Eeuwigheid

Kun je zo thuis raken, thuis zijn in de wereld? Niet iedereen gaat daar hetzelfde mee om. De toerist is geen reiziger. De toerist verzamelt plekken waar hij of zij geweest is, met foto’s en video’s, via Facebook of Whatsapp realtime gedeeld met de hele wereld; om ‘ervaringen’ op te doen, of zelfs om indruk te maken. De reiziger daarentegen, zo stelt Frederic Gros in Wandelen, laat overal iets van zichzelf achter (de associatie met Lemaire’s Wandelenderwijs. Sporen in het landschap is dan snel gemaakt). Zijn ervaringen zijn zozeer verbonden met een specifieke plek, geur, lichtval e.d. dat ze niet terug te halen zijn, zelfs niet door terug te keren, laat staan via een foto. Maar “zodra je oog erop valt, is het je niet meer af te nemen”. Als je het snapt, dan zie je het, zou Cruijff zeggen. “Zien, overzien, bekijken, is zoveel als bezitten. Maar zonder de ongemakken.” Misschien is het nog sterker: de toerist, zo wil een mooi aforisme, weet niet waar hij is. Het hotel kan overal staan. En als je de toerist vraagt om op de kaart aan te wijzen waar hij of zij heen gaat, lukt dat vaak niet. De reiziger daarentegen is zich – zo is ook mijn eigen ervaring als ‘fietstrekker’ – zeer bewust van de plek waar hij of zij is, weet wellicht globaal waar hij heengaat, maar weet nooit waar zij die dag weer uit zal komen. Frederic Gros zegt in het mooie boekje Wandelen dan ook dat voor de wandelaar – en dat geldt in mindere mate voor elke reiziger – binnen en buiten als het ware omkeren. De wereld – in de zin van het landschap – wordt je thuis voor dat moment. Wandelen presenteert hij als een ‘lichtvoetige’ manier van reizen, zonder overbodige ballast en zonder vaste planning. Waarbij je onafgeschermd de ‘eeuwigheid’ van de dingen ontmoet: de stenen, de golvingen van het landschap; datgene wat stand houdt. Wat duurzaam is dus. Want duurzaamheid gaat niet alleen over milieufactoren die in stand moeten blijven voor ons overleven. Duurzaamheid gaat uiteindelijk over de blijvende mogelijkheid van een menswaardig leven. En de ervaring van deze ‘eeuwigheid’ van de dingen is misschien wel een voorwaarde voor menswaardig leven. Voor mij wel in ieder geval. 

Kinderspel

Wandelen is ‘kinderspel’, zegt Gros. Je hebt er geen opleiding voor nodig. En het nodigt je uit verrukt te zijn over het feit dat het weer dag is, dat de zon straalt, de bomen ruisen, de hemel blauw is. Kinderspel als je de verbeelding de vrij loop kunt laten om in de wolken allerlei vormen te ontdekken, in boomstammen een gezicht, in rotsformaties de meest uiteenlopende gedaantes. Misschien romantiseert Gros hier en daar, maar toch, het is herkenbaar. En al doet snelheid er voor de wandelaar niet zo toe, wandelen is vanwege het geringe beroep op allerlei dure materialen – als je geen snob bent tenminste – sneller dan welke vorm van mobiliteit ook, als je de tijd meerekent die je nodig hebt om al het geld dat ervoor nodig is te verdienen, een gedachte die je al bij Illich en zelfs Thoreau terugvindt. Dat zet ons hele welvaartsbegrip op de kop.

Pelgrimage

De vorm van wonen die daar het dichtst bij komt is het wonen in een tent. Kwetsbaar, licht, mobiel. Daarmee komen we opnieuw bij de exodus, de tocht door de woestijn, het wonen in tenten en de tabernakel als mobiel huis van God. Heel wat anders, dat laatste, dan de massieve, zwaar opgesmukte godshuizen die ik onderweg in Spanje en Portugal tegenkwam. Mooi en indrukwekkend, dat wel, en een menselijke poging om voor de ‘eeuwigheid’ te bouwen. Maar toch klopt er voor je gevoel iets niet, zeker als het om een Franciscaanse kerk blijkt te gaan. Zoals er ook in de Bijbel bij de eerste ideeën over de tempel aarzelingen waren. Alsof we de ‘eeuwigheid’, God, ons kunnen toe-eigenen en op één plek vastleggen.

Dergelijke plekken zijn vaak de eindpunten van een pelgrimage. De oorspronkelijke pelgrim – een heel specifiek type wandelaar of reiziger – is niet zozeer ergens naar onderweg, maar heeft iets achtergelaten en hoort niet thuis in het land(schap) waar hij wandelt. De peregrinus is een vreemdeling, balling, xenophon. Volgens de kerkvaders is ieder mens uiteindelijke een pelgrim. Anders gezegd: een vreemdeling, een migrant. Wij hebben onze uiteindelijke woning niet bereikt, en zullen dat (in deze wereld) ook niet bereiken en kunnen dat ook niet. Sterker nog, we moeten ons voortdurend weer losrukken; de peregrinatio perpetua. 

Tegelijk, om te kunnen wandelen, stelt Gros ook, moet je als het ware bij elke stap weer wortel schieten: vaste grond onder je voeten vinden, om je af te kunnen zetten en weer verder te kunnen gaan. Wortel schieten om de volgende stap te zetten. 

Kennelijk moeten we thuiskomen om weg te gaan en weggaan om thuis te komen. Zo blijf je lekker in beweging! Leven is een kunst, zegt Paul van Tongeren dan ook met de titel van zijn recente boek.

Christiaan Hogenhuis werkt bij Stichting Oikos en schreef dit artikel als discussiepaper voor het netwerk Theologie en Duurzaamheid dat door Oikos met steun van Kerk en Wereld op gang is gebracht.

Afbeelding: joiseyshowaa via Compfight cc.

Claudia Pietryga
Claudia deed zowel een sociaal-agogische als journalistieke opleiding en is alweer bijna tien jaar freelance journalist. Ze schrijft het liefste over maatschappelijke onderwerpen en publiceerde onder meer stukken in de Flair, Hallo Jumbo, Spits, Het Parool, diverse blogs, lokale bladen en uiteenlopende (online) media voor met name ondernemers.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *