‘Niks meer te zeggen …’

Mevrouw ligt op bed als ik haar begroet. Ze heeft al langer chronische klachten. ‘Mijn lichaam wil niet meer zo en mijn probleem is dat ik dat verstandelijk gezien eigenlijk te goed begrijp, want mijn koppie is nog prima hoor.’ 

‘Ik lig hier maar te liggen en wandel zo af en toe nog een stukje achter mijn rollator door de gangen. Alhoewel, de fysiotherapeut tijdens mijn revalidatie zei me dat ik vooral goed in beweging moest blijven en zijn collega hier beweert nu precies weer het tegendeel. Tja, en ik wordt ook niet echt meer beter hè. Misschien heb ik mijn plafond wel bereikt. Dan zal ik hiermee moeten leren leven.

Het valt niet mee hoor, oud zijn. Ja, oud wórden willen we allemaal, maar oud zíjn … Ik word weliswaar fantastisch verzorgd hier, daar kan ik niets van zeggen, maar door die lichamelijke ongemakken ben ik hartstikke afhankelijk van wat anderen vinden dat voor mij het beste is. Ik zou wel weer buiten in het tuintje wat willen doen. Wat denkt u, gaat me dat nog lukken?’
Ik zwijg en trek mijn schouders wat op, waarmee ik wil zeggen dat ik het ook echt niet weet.

‘Tja, ik lig hier maar te kijken en ben natuurlijk ook veel alleen. Iedereen heeft zijn eigen leven. Dat begrijp ik wel. Ik voel me zo beperkt hè door mijn chronische klachten en dat wordt alleen maar erger, hoe ouder ik word. En sommigen gaan me dan ook nog eens als een kind aanspreken en behandelen. Echt waar. Maar ik ben niet gek. Ik loop alleen lastig en heb het blijvend in mijn rug. Ik weet soms zelfs amper hoe ik moet liggen van de pijn. En nu ik ouder en daarmee afhankelijker word, menen mensen vaak daarom met minder respect met mij te kunnen omgaan. Het lijkt dan net alsof we niet meer gelijkwaardig aan elkaar zijn, alleen maar vanwege mijn huidige lichamelijke beperkingen. Ik mag dit niet en ik mag dát niet, ik moet zus en ik moet zó. Vergis u niet hè, ik ben een vitale vrouw in weliswaar een krakkemikkig lijf, maar aan mij mankeert verder niks hè. Ja mijn lichaam, dat komt voor iedereen een keer, maar ik ben mijn lichaam niet!

En er werken hier echt geweldige mensen hoor. Niet allemaal natuurlijk, ik merk heus wel verschil. De meesten werken hier vanuit hun hart, anderen vergeten dat wel eens en vinden dan vooral dat ik naar hen moet luisteren en hen moet gehoorzamen zeg maar. Het is dan net alsof ik dan zelf bijna niks meer te zeggen heb. Dan antwoord ik wel eens: ‘Weet u wel dat ik ervoor betaal om hier te mogen wonen? Dat mijn AOW en mijn pensioen maandelijks gelijk worden overgemaakt voor de zorgkosten die ik hier maak? Dan schrikken ze wel hoor.

Ik voel me soms zo afhankelijk van wat anderen vinden wat goed voor mij is. Ik ben er zelf toch zeker ook nog? Ik heb twee kinderen, de een woont in Groningen, de ander hier in de Achterhoek. Die is nu 5 dagen met vakantie. Ik zit de dagen af te tellen tot ze weer terug is, dat mag u best weten.’
‘Misschien dat ík er daarom ben vandaag, of is dat toeval?’ vraag ik haar. Mevrouw glimlacht…

‘Ik heb best een eigen mening hoor over mijn wel een wee, wat ik wel en niet kan en wat al dan het beste voor mij zou zijn. En als mijn mening telt dan voel ik mij ook nog eens volwaardiger in het leven staan. Als anderen niet steeds zo over me willen bedisselen dan tel ik tenminste nog mee. Maar mijn conclusie is toch wel dat nu ik oud ben en steeds afhankelijker word van zorg en zorgverleners, ik eigenlijk steeds minder over mijzelf te zeggen heb. Ja, dáár heb ik het eigenlijk nog het moeilijkste mee.’

Peter Samwel
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *