“Nieuwe spirituelen socialer dan gedacht”

De kerken lopen leeg, maar waar blijven al die mensen? Zoeken zij hun heil in nieuwe spiritualiteit? Godsdienstsocioloog Joep de Hart deed er uitgebreid onderzoek naar en schreef er een boek over: Zwevende gelovigen.

“Nieuwe spiritualiteit is aan het institutionaliseren. Ooit is zij begonnen als een elitaire subcultuur, die zich afzette tegen gevestigde instituten. Maar inmiddels is dit gedachtegoed in allerlei lagen van de maatschappij binnengedrongen.”

Joep de Hart: “Mensen denken vaak dat ik hier bij het Sociaal en Cultureel Planbureau de luxe heb dat ik hele dagen kan nadenken over religie. Was het maar waar! Het is maar een klein onderdeeltje van mijn werk. Wij doen onderzoek in opdracht van het kabinet. Dat wil graag weten hoeveel ziekenhuisbedden we in 2030 nodig hebben, en hoe we de schooluitval onder Marokkaanse jongeren kunnen stoppen. Niet of de PKN toekomst heeft en hoeveel mensen een Parabeurs bezoeken. Daar houdt de politiek zich toch niet mee bezig? Dat ik me toch soms met dergelijke vragen bezig kan houden, komt omdat het mij in hoge mate interesseert. Als ik hier weg zou gaan, is het einde verhaal.

Ik vind het daarom erg prettig dat ik na de zomer één dag in de week aan de slag kan als bijzonder hoogleraar aan de Protestantse Theologische Universiteit in Groningen. Zo’n leerstoel biedt me de mogelijkheid om iets meer aandacht te besteden aan de vragen die mij interesseren. Wat zijn kansrijke kerkmodellen voor de toekomst? Wat betekenen nieuwe spirituele trends voor de klassieke kerken? Ik durf het bijna niet te zeggen, maar ik heb mijn oratie al klaar. Dat is hoogst ongebruikelijk, zo gaf men mij te kennen. Je wordt schijnbaar geacht daar wat langer op te werken, dus nu ligt het stuk in de ijskast.

Ik schrijf erg snel. Die mazzel heb ik. Ik heb geen drie maanden nodig om m’n ideeën te laten rijpen voor ik iets op papier zet. Nee, als ik een idee heb en ik ga er voor zitten, dan vloeit het er gewoon zo uit. Ik heb een beetje een journalistieke manier van werken. Dat past bij me. Het klinkt een beetje opschepperig, maar ik heb een ijzeren geheugen voor teksten. Ik kan Franse gedichten citeren die ik dertig jaar geleden gelezen heb. Hetzelfde had mijn moeder. Die is inmiddels ver over de negentig. Ze weet niet meer waar ze de pen heeft neergelegd die ze net gebruikt heeft voor haar boodschappenlijstje, maar Goethe kan ze moeiteloos citeren. Dat heb ik ook: als een boek me aanspreekt onthoud ik hele lappen tekst.”

Hoeveel procent

“Ach, de cijfers… Ik moest die opnemen in mijn boek Zwevende gelovigen, anders word je niet serieus genomen. Jij bent vast een ander soort journalist, maar de mensen die me de eerste dagen na het verschijnen van het boek belden wilden maar één ding: percentages. Dan kan je een heel verhaal ophangen over hoe relatief dergelijke getallen zijn, hoe weinig het zegt. Maar dat interesseert ze niks. Wat ze willen weten is: ‘Hoeveel procent van de bevolking doet nu aan nieuwe spiritualiteit, meneer De Hart? Hoeveel procent van de kerkleden? Hoe was dat tien jaar geleden?’ Ze willen een slogan, een getal erbij, en ze zijn klaar. Er is een soort misverstand in Nederland, dat iets pas waar is wanneer je het hebt uitgerekend. Nou ja, iedere socioloog weet natuurlijk dat dat wat te simpel is. De diepste waarheden zijn niet in getallen uit te drukken.

Inderdaad, eigenlijk wil ik vooral een verhaal vertellen. Een verhaal over de leegloop van traditionele kerken, over het succes van andere kerken, de opkomst van migrantenreligies in Nederland, en last but not least de hele diffuse wereld die ik maar de ‘nieuwe spiritualiteit’ noem. Over dat laatste bestaan veel misverstanden, ook bij wetenschappers die er je alles over denken te kunnen vertellen. Zelf had ik er ook een vrij eenzijdig beeld van: nieuwe spiritualiteit, dat is toch eigenlijk maar een veredelde vorm van egocentrisme. Navelstaarderij. Allemaal me, myself and I. Eén van de dingen die ik in dit boek echter gevonden heb, is dat in die wereld sociale netwerken eenzelfde spilfunctie vervullen als in andere maatschappelijke kringen.

In het verleden heb ik vaak vastgesteld dat in alle maatschappelijke initiatieven kerkse mensen voorop lopen. Zij doen tweeënhalf keer zo veel aan vrijwilligerswerk dan buitenkerkelijken. Hoe komt dat? Komt dat door wat ze in de preekstoel horen? Of wat ze in de Bijbel lezen? Het blijkt trivialer te zijn: ze zien mekaar elke zondag. Ze onderhouden een sociaal netwerk en in dat netwerk wordt een beroep op hen gedaan. Mensen zeggen: jij bent toch journalist, kun jij niet een stukje schrijven voor het kerkblaadje? Of: jij was toch in de zorg werkzaam, kan je niet eens even bij mevrouw Pietersen langs, want die is volgens mij ziek. Dat gaan ze doen, en van daaruit breiden ze hun actieradius uit naar andere sociale projecten.

Wat blijkt nu? Bij die zogenoemde ‘ongebonden spirituelen’ werkt dat precies zo. Je ziet dat ze op zich maar matig geïnteresseerd zijn om maatschappelijk actief te zijn, maar zo gauw ze in sociaal verband die spiritualiteit gaan beleven – dus regelmatig naar Parabeurzen gaan, op internet ideeën uitwisselen, samen cursussen volgen – worden ze bijna net zo actief als kerkse mensen.”

Intuïtie

“In zekere zin is ook de nieuwe spiritualiteit aan het institutionaliseren. Ooit is zij begonnen als een elitaire subcultuur, die zich afzette tegen gevestigde instituten. Maar inmiddels is dit gedachtegoed allerlei lagen van de maatschappij binnengedrongen. Het onderwijs, de media, de zorgsector, het management. Hoe vaak gaat het niet over ‘persoonlijke groei’, over ‘jezelf zijn’? Als ik gesprekken in de tram hoor, valt het me op dat dit soort dingen voortdurend de revue passeert. ‘Het voelde niet meer goed’, hoor je mensen vaak zeggen om bijvoorbeeld het beëindigen van een relatie of een baan te rechtvaardigen. Verder klinkt er geen enkel argument meer, dat is voldoende voor de gesprekspartner.

In de enquêtes die mijn SCP-collega’s en ik gehouden hebben, poneerden we de stelling: ‘Het is bij beslissingen in het dagelijks leven beter om op je intuïtie af te gaan dan op je verstand.’ Dat wordt door de overgrote meerderheid van de Nederlandse bevolking zonder enig voorbehoud bijgevallen. Ik ben er van overtuigd: dat is een typisch modern verschijnsel, hooguit een jaar of tien, vijftien oud. Mijn vader zou vroeger zonder twijfel gezegd hebben: bij beslissingen moet je natuurlijk eerst je verstand gebruiken! Misschien hebben we vroeger te veel in een emotioneel korset geleefd. Toen mijn vader in 1971 overleed, ging mijn moeder naar de huisarts om te vragen of ze geen pilletje kon krijgen waardoor zij niet zou huilen tijdens de begrafenis. Want het gaf geen pas om daar te gaan zitten snikken. Nu slaan we echter volledig door naar de andere kant: kijk eens naar de taferelen die we zagen bij de begrafenis van prinses Diana, Pim Fortuyn of André Hazes.

In de tijd van Molière had men een toneelgenre dat de comédie larmoyante heette. Dat was de sentimentele komedie; daarin werd voortdurend gesnikt en gesnotterd, flauwgevallen en hysterisch gedaan. Als je vandaag de dag de televisie aanzet, zie je dat dat genre gemeengoed is geworden. Zodra het journaal voorbij is, zie je de eerste tranen al weer komen, er worden stoelen omgegooid. ‘Hollende harsenen’, zouden de verlichte dominees uit vorige eeuwen gezegd hebben. De sentimentaliteit heeft de overhand gekregen, en is zelfs in de plaats gekomen van het verstandige debat. Ik ben er van overtuigd dat je niet alles vanuit je onderbuik vorm kunt geven.”

Verschillen

“Ik ben katholiek, van huis uit. Maar, dat zeg ik er altijd bij, ik ben een katholiek uit Kampen. Dat is iets heel anders. Ik heb daar later wel onderzoek naar gedaan, in vaktermen heet dat een ‘contextueel effect’. Daar wordt mee bedoeld: of iemand tot een bepaalde kerk behoort, zegt nog niet zo veel. Je moet ook weten wat de dominante omgeving is. Katholieken in Kampen zijn heel andere katholieken dan die in Brabant of Limburg – laat staan in Italië. Als wij een processie hielden, dan ging de stoet niet de kerkdeur uit en het wuivende koren in, zoals in Brabant. Nee, wij moesten dat binnen de kerkmuren doen, zodat de gereformeerden er geen aanstoot aan zouden nemen. Het scherpt je waarneming voor godsdienstige verschillen als je in zo’n omgeving opgroeit.

Op het eerste gezicht lijken de verschillen tussen traditioneel geloof en nieuwe spiritualiteit ook erg groot te zijn. En zeker, op het niveau van ideeën is er maar nauwelijks overlap: het zijn echt totaal gescheiden denkwerelden. De vertegenwoordigers van de kerken kunnen je precies uitleggen wat er zo gevaarlijk is aan nieuwe spiritualiteit. En aan de andere kant van de streep kunnen ze je precies hetzelfde vertellen over de kerken: die deugen niet. Maar de dagelijkse praktijk van de gewone gelovige ziet er heel anders uit. Die shopt van alles bij elkaar. Die gaat zo af en toe naar de kerk, zeker bij bijzondere gelegenheden, die laat z’n kinderen dopen, en die gaat ook naar een bezinningsweekend in een abdij waar hij de laatste stand van zaken te horen krijgt over feng shui. Of hij gaat iconen schilderen op Grieks-orthodoxe wijze, waarbij hij er ook op een of andere manier nog een boeddhistische richting in weet te betrekken. Die potpourri, die melange, die is in het dagelijks leven gewoon bij veel mensen aanwezig. Ongeacht wat de pastoor of de dominee of het Reformatorisch Dagblad daar van vindt. Mensen maken hun eigen unieke mix. Of nou ja: dat denkt men.

Als ik er als onderzoeker van de buitenkant tegenaan kijk, blijkt het wel mee te vallen met die uniciteit. Ik merkte dat sterk toen ik onderzoek deed naar de godsbeelden van jongeren. Als ik jongeren benaderde voor een interview, zeiden veel van hen: ‘Ik wil daar best iets over vertellen, maar ik weet niet of je er iets aan hebt. Het is zoiets typerends voor mij, ik weet niet eens of je het wel zult begrijpen.’ Vervolgens hoor je een verhaal dat je al honderd keer hebt gehoord. Dat verhaal vertellen ze allemaal. Maar dat weten ze niet van elkaar. En ze weten ook niet dat ze putten uit een traditie van tweeduizend jaar waarin dezelfde elementen vaak heel nadrukkelijk aanwezig zijn geweest. Eigenlijk is dat best tragisch: ze denken dat ze het helemaal zelf uit moeten vinden. Maar zo individueel is het allemaal niet.”

Schatkamers

“Als je er van een afstandje naar kijkt is de nieuwe spiritualiteit niet altijd heel goed te begrijpen, hoor. Want er wordt daar een heleboel ontdekt wat je ook in de traditionele kerken kunt vinden. Niet alleen aan sociale cohesie of spirituele dimensies. Maar ook aan rituelen. Waarvan ik mezelf toch vaak afvraag: waarom moet dat toch altijd gezocht worden in het verre oosten, terwijl in de katholieke traditie de schatkamers uitpuilen met dit soort dingen? Misschien dat die katholieke kerk ook een beetje een pauw in een hondenhok is geworden. Ingekneld tussen rellerigheid en dorpse zeden, zit die prachtige lange staart alleen maar in de weg.

De kerken lopen leeg, maar waar gaan die mensen heen? De hypothese was altijd, dat zij die nieuwe spiritualiteit als alternatief zagen. Maar dat blijkt maar zeer ten dele het geval: ook de groep die nieuwe spiritualiteit echt als alternatief voor de traditionele kerk ziet, vergrijst. De schotten tussen oude religie en nieuwe spiritualiteit blijken poreuzer dan we dachten. Wat dat betekent voor de kerken? De ideeën die ik daarover heb, heb ik opgeschreven in mijn oratie. Maar die ligt dus nog even in de ijskast.”

Bestel Zwevende Gelovigen via Kirchner Boekhandel

Joep de Hart (1954) studeerde cultuur- en godsdienstsociologie in Nijmegen. Sinds 1993 is hij als senior wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Sociaal en Cultureel Planbureau in Den Haag en sinds dit jaar als bijzonder hoogleraar vanwege de Stichting Kerk en Wereld aan de Protestantse Theologische Universiteit. Onlangs publiceerde hij het boek Zwevende gelovigen. Oude religie en nieuwe spiritualiteit, Bert Bakker, 326 blz., € 29,50, over veranderingen in christelijk Nederland en de opkomst van nieuwe vormen van spiritualiteit.

Claudia Pietryga
Claudia deed zowel een sociaal-agogische als journalistieke opleiding en is alweer bijna tien jaar freelance journalist. Ze schrijft het liefste over maatschappelijke onderwerpen en publiceerde onder meer stukken in de Flair, Hallo Jumbo, Spits, Het Parool, diverse blogs, lokale bladen en uiteenlopende (online) media voor met name ondernemers.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *