Neutraal en waardevrij? Over traditie in organisaties

Dit artikel van Karin Melis verscheen eerder in het blad Schoolbestuur. De test die ze hadden ontwikkeld, zo vertelde de trainer, kon hele personeelsbestanden doorlichten op mogelijke knelpunten. En, zo voegde hij er triomfantelijk aan toe, de test was volledig cultuurvrij. Cultuurvrij? Zoiets als cultureproof? Daar moest ik het mijne van weten.

Jawel, zo werd me verzekerd, de test is volledig objectief en kan in elk denkbare cultuur gebruikt worden. Universeel geldig dus, geabstraheerd als de test is van welke cultuur dan ook.

Hoe is dit nu mogelijk? Hoe kun je mensen van een schoolteam beoordelen zonder hun mores, de bedding waarin zij werken, erbij te betrekken? 

Niet lang erna las ik een recensie van de jury die het boekje Ik heb de tijd als hét spirituele boek van 2013 had verkozen. De jury prees de schrijver Paul Loomans om hoe hij zijn zen-boeddhistische achtergrond niet had laten meeklinken en zich vooral geconcentreerd had op praktische tips en tops. Zolang je dus maar niet laat merken waar je vandaan komt, word je gehoord.

Geen wonder dat de naam Christi onlangs van Pax is gevallen: het verlangen naar vrede, immers, is universeel geldig en dus objectief. Toch? Marketingtechnisch gesproken is de christelijke inspiratie van de vredesbeweging kennelijk een sta in de weg.

Is freischwebendheit lichter?
Die Freischwebendheit ervoer ik ook op een spirituele dag rond Lichter leven. Het deels agnostisch, deels nadrukkelijk atheïstisch publiek liet zich invoegen in workshops over hoe je je kunt verbinden door je ervaringen te delen. Nergens een verwijzing naar bronnen of tradities dan wel geschiedenissen die ouder en groter zijn dan wij. Ik voelde me ontheemd, ietwat verloren.´Wanneer is het goed, wanneer ben ik goed?’ vroeg iemand. En een andere deelnemer antwoordde: ‘Het is al goed.’ Maar wat is ‘goed’? Waar komt ‘het goede’ vandaan? Van waaruit spreken wij over ‘het goede’? Waar halen we dat vandaan?

Die vragen werden doofstom genegeerd. Er bestond alleen en uitsluitend het nu, freischwebend van welke culturele overlevering dan ook. En ik was overgeleverd aan algemeenheden die onverschillig van me afgleden. Niemand zei: ki tov; een verwijzing naar de Eeuwige die in het scheppingsverhaal zegt dat het goed is.

Is dit een mens?
Mijmerend over mijn gevoel van ontheemd-zijn drong de vergelijking met staatsloosheid op. Daar sta je dan in een onbekend land, je identiteitspapieren vernietigd of vervalst, losgeweekt van je achtergrond voel je je een nobody, de belichaming van het onvermogen je thuis te kunnen voelen. Want dat is wat er volgens mij gebeurt als je streeft naar neutraliteit en objectiviteit. Al die variabelen, omstandigheden, toevalligheden en tradities over de generaties heen die je gemaakt hebben tot wie je bent, maken dat je thuis bent op de plek die je op aarde inneemt. En precies die subjectieve factoren moeten uit het zicht verdwijnen.

Laat ik het nog straffer zeggen, en ik citeer: ‘Laat men zich nu een mens voorstellen wie de mensen die hem lief zijn ontnomen worden, en zijn huis, zijn gewoonten, zijn kleren, alles kortom, letterlijk alles wat hij bezit: dat zal een leeg mens zijn (…)’ Deze woorden teken ik op uit de mond van de Italiaans-Joodse schrijver Primo Levi die in het boek Is dit een mens verslag doet van zijn overleving van Auschwitz.

Ik geef toe, de vergelijking is boud en het is not done om vergelijkingen te maken met de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog. Toch vind ik het beeld dat deze woorden van Levi oproepen krachtig en to the point als het gaat om wat er gebeurt als we neutraliteit verwachten van de mensen om ons heen. Het is een ongemeen harde les die we volgens mij nog steeds moeten leren.

Indoctrinatie
Er zijn mensen die me verweten dat ik mijn dochter op 5-jarige leeftijd in de Katholieke Kerk heb laten dopen. Ik zou voor haar beslist hebben, ik zou haar indoctrineren, ik zou haar geen keuze laten. Mijn moederlijke overtuiging is dat zij pas kan kiezen als ik haar ergens geestelijk onderdak heb gegeven. Je kunt niet kiezen als je nergens vandaan komt, of als je daar geen weet van hebt. En dan heb ik het nog even niet over het gegeven dat het geloof een kwestie van gave is: het wordt je gegeven. En hoezo indoctrineren? Er moet iets aan de hand zijn als we denken dat we geïndoctrineerd worden op het moment dat we horen en zien waar een ander vandaan komt, vanuit welke geest hij of zij spreekt.

Het behoeft geen betoog meer dat katholieke scholen worstelen met hun levensbeschouwelijke grondslag. De conventie schrijft immers voor dat onderwijs niet besmet mag zijn met als irrationeel opgevatte geloofsovertuigingen. Dat is niet zonder effect gebleken: schoolleiders zijn er huiverig voor om man en paard te noemen en hangen hun overtuigingen bij binnenkomst van de school aan de kapstok (mocht zoiets mogelijk zijn). Nu ja, zolang er maar geen woorden aan gegeven woorden, zolang niemand maar hoort waar ze werkelijk vandaan komen. Anders zwaait er wat, worden mensen boos en verontwaardigd: ik mag toch zeker zeggen wat ik vind.

Er bestaat een verwarring tussen het je kenbaar maken waar je staat, hoe de plek eruit ziet die jij inneemt en de wijze waarop we tegenwoordig de vrijheid van meningsuiting beoefenen. Dat laatste gebeurt vaak aanvallend en bestraffend. Kijk en hoor maar eens hoe fel het debat tussen geloof en wetenschap gevoerd kan worden. In die context is het verleidelijk de discussie (mocht dat het zijn) te reduceren tot een polarisatie tussen objectief en subjectief, rationeel en irrationeel.

Objectiviteitsfetisjisme
Er bestaat wetenschap die instrumenteel toepasbaar is en daardoor handig. Er zijn experimenten die je eindeloos kunt herhalen met hetzelfde resultaat en dat komt weer van pas als je iemand moet opereren. Maar er is geen enkele wetenschap die objectief is. Zij is objectief binnen haar context die bij voorbeeld bepaald wordt door meten=weten. En zij boogt op de overtuiging dat ze werkt.

Dat staatssecretaris Dekkers eist dat een anti-pestmethode wetenschappelijk bewezen effectief moet zijn, is nonsens. Pesten heeft te maken met menselijk gedrag en menselijk gedrag kun je niet (volkomen) beheersen en voorspellen, tenzij je mensen natuurlijk onderdrukt en disciplineert met straffe hand. Zou het zo kunnen zijn dat het objectiviteitsfetisjisme mensen in een keurslijf dwingt? Een personeelsfunctionaris die dreigende boventalligheid te lijf wil gaan, wappert met rekenmodellen in de hand. Die zijn objectief en dus, zo wordt er gesuggereerd, rechtvaardig, want zonder aanzien des persoons.

Vergeten zijn we dat rekenmodellen geïnterpreteerd moeten worden in gegeven en concrete situaties waarin mensen zich bevinden. Mensen met een gezicht. De wet is er voor de mens. En niet de mens voor de wet, want dat leidt tot dehumanisering aangezien die mens dan ontdaan wordt van alles wat hem letterlijk dierbaar is.

Grond onder de voeten
Een mens (en ook een school of welke vereniging of organisatie dan ook) heeft grond onder de voeten nodig. Hij of zij moet weten waar hij of zij vandaan komt, wat maakt dat hij hier staat en niet ergens anders. Zo niet dan voel je je verweesd. Daar waar we vandaan komen, dient ons als een paraplu bij slecht weer, zegt de Duits-Joodse filosoof Hannah Arendt.

De traditie, welke traditie dan ook, mag dan wel verfoeilijk subjectief zijn en niet altijd toegankelijk voor het verstand, zij is onze dragende grond waarop we immer kunnen terugvallen. En waar schatten gedelfd kunnen worden. Die schatten zijn niet freischwebend, maar liggen diep in de aarde verborgen. Ze zijn niet algemeen, laat staan overal en altijd geldig, maar hebben hun eigen kleur en geur. En zij verlangen naar woorden opdat zij het licht kunnen zien. Zie hier, dit ben jij.

Deze plek van belonging belichaamt het verlangen naar toebehoren. Laten we het eren en het zeggen: vrede zij met U. Die vrede komt dus niet van mij. Mazzeltov!

Beeld: Novatv

Karin Melis
Karin Melis (karinmelis.nl) is filosoof, docent, publicist en gesprekspartner. Ze is in de eerste plaats een toehoorder: pogend te delen wat ze ontvangen heeft en te horen wat anderen haar te zeggen hebben. Altijd verkennend, immer onderzoekend.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *