"Nee, de familie wil geen kruis"

 Gedachten bij niet-kerkelijke uitvaarten

Steeds meer mensen kiezen ervoor om belangrijke momenten in het leven te markeren met een ritueel. Ritueelbegeleiders bieden hierbij de helpende hand. In de komende weken leest u iedere dinsdag en woensdag op Zinweb een artikel over rituelen. Vandaag aan het woord: Remco Graat

Tien minuten voorafgaand aan de uitvaart kwam de uitvaart-
begeleider licht gehaast de aula van het crematorium binnenlopen. Zojuist had hij met de nabestaanden gesproken. Er moest nog iets veranderd worden aan de inrichting van de aula. “Nee”, zei hij tegen een medewerkster, “de familie wil geen kruis.” Daarop liep de vrouw naar een kruis aan één van de wanden. Dit bestond uit zes metalen tegels. Snel verhing ze er twee, waardoor er een neutraal, rechthoekig kunstwerk ontstond. Toen kon de uitvaart beginnen.

Bovenstaande observatie deed ik begin vorig jaar, tijdens het veldwerk voor mijn afstudeerscriptie. Als student religiewetenschappen aan de Radboud Universiteit in Nijmegen onderzocht ik niet-kerkelijke uitvaarten. Ik was vooral geïnteresseerd hoe nabestaanden – die veelal bewust hadden gekozen voor een plechtigheid buiten de kerk – zin probeerden te geven aan het overlijden van een dierbare. Hadden zij nog voorstellingen omtrent een hiernamaals? Probeerden zij leven en dood nog op de een of andere manier religieus te duiden? Of hechtten zij daar geen enkele waarde meer aan?

Inmiddels heb ik mijn scriptie met succes verdedigd en enkele opvallende bevindingen wil ik hier uiteenzetten. Ook zal ik ingaan op wat deze uitkomsten mogelijk betekenen voor de praktijk van ritueelbegeleiders. Dit zijn professionals die nabestaanden helpen hun eigen rituele vormen te vinden rondom de dood. In totaal heb ik zes uitvaarten geobserveerd: vijf in het crematorium en één op dvd.

Behalve het bijwonen van uitvaarten, heb ik enkele weken na afloop van de uitvaart nabestaanden gevraagd een vragenlijst in te vullen. In totaal heb ik 128 enquêtes teruggestuurd gekregen. Op theorie en methodiek kan ik hier niet ingaan, maar ik kan wel iets zeggen over de resultaten. Nabestaanden hadden zeer weinig op met religieuze voorstellingen omtrent leven en dood. Zij hechtten wel veel waarde aan wat ik ‘persoonlijke gedachtenis en hoop’ heb genoemd. Bij gedachtenis gaat het erom dat de persoon van de overledene tot zijn of haar recht komt in de uitvaart. Hoop gaat over het idee dat de overledene voortleeft in de herinnering, verhalen of liefde van nabestaanden.

 De creativiteit om dat individuele vorm te geven is groot. Bij één uitvaart stond een zonnebloem symbool voor de overledene. De ritueelbegeleidster liet de kleinkinderen van de overledene zonnebloemzaadjes planten. Hierbij sprak ze de hoop uit dat wat oma in hén had ‘gezaaid’ mocht groeien, net als die zaadjes. Bij een andere uitvaart stond een bloemstuk in de vorm een schip centraal. Het verwees naar de laatste reis van de overledene. Tot slot heb ik gezien hoe een ritueelbegeleider een bakstenen muurtje had geplaatst bij de kist. Dit muurtje stond voor de passie van de overledene: metselen.

Maar wacht even. Dat zeilschip. Het maken van een laatste reis. Hebben we hier nu toch niet te maken met een soort hiernamaals? Wordt hier toch niet verwezen naar een leven na de dood? De bloemenboot was overigens niet het enige religieus-spirituele element dat ik in uitvaarten heb waargenomen. In alle zes de uitvaarten werd er op de een of andere manier aandacht aan besteed. Op zich opmerkelijk, aangezien ze in de vragenlijsten religieuze voorstellingen massaal hadden afgewezen. Overigens hadden nabestaanden – zo was mijn indruk – geen enkele moeite met deze religieuze elementen. Ze waren zonder uitzondering zeer tevreden over de uitvaart.

Hoe valt dit nu te rijmen? Heb ik toevallig uitvaarten bezocht waarbij nabestaanden wél enige affiniteit hadden met religie? Of is er iets anders aan de hand? Werkt de gedachte dat moeder ‘in de hemel’ is of dat vader ‘op een betere plek is’ hoe dan ook troostend, of je er nu cognitief in gelooft of niet? Ik vermoed het laatste. De dood slaat nu eenmaal een enorme breuk in een sociaal netwerk en roept vaak existentiële vragen op. Religieuze of spirituele symboliek en duiding kan nabestaanden, zo vermoed ik, hier tegen wapenen.

Ik zou dan ook de suggestie willen doen dat ritueelbegeleiders tóch religieuze of spirituele voorstellingen omtrent leven en dood bespreekbaar maken bij nabestaanden. Het gaat erom dat zij – als rituele experts – iets aanbieden. En dat hoeft dan geen kruis te zijn. Maar misschien wel een zeilschip. Een uitvaart die zich alleen maar richt op de persoon van de overledene – zo wil ik enigszins zwart wit besluiten – laat nabestaanden uiteindelijk in de kou staan.

Remco Graat is geestelijk verzorger studeerde Religie Studies aan de Radboud Universiteit van Nijmegen.
remcograat@hotmail.com

Claudia Pietryga
Claudia deed zowel een sociaal-agogische als journalistieke opleiding en is alweer bijna tien jaar freelance journalist. Ze schrijft het liefste over maatschappelijke onderwerpen en publiceerde onder meer stukken in de Flair, Hallo Jumbo, Spits, Het Parool, diverse blogs, lokale bladen en uiteenlopende (online) media voor met name ondernemers.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *