Nabijheid: intimiteit en ouderen

‘Telkens weer elkaar uitdagen tot het tederste, inspireren tot het meest menselijke, elkaar niet met rust laten, niet laten verschrompelen…’ (Hans Bouma)

Ongewenste intimiteiten, wie er ooit mee te maken heeft gehad zal moeite hebben met het woord intimiteit. Zelfs op latere leeftijd kan zo’n ingrijpend gebeuren invloed hebben op wie je bent, hoe je in het leven staat en hoe je ‘erna’ omgaat met intimiteit. Hoe weinig pastoraal het ook klinkt, we laten nu die negatieve intimiteit los en gaan op zoek naar wat intimiteit in positieve zin je kan brengen en hoe je erdoor kan groeien.

Intimiteit is vooral vertrouwelijkheid, groeien in tederheid, in liefde. Een bepaalde verbondenheid tussen twee mensen die alleen te verklaren lijkt vanuit liefde voor elkaar. Dat is waar iedereen op hoopt, naar verlangt. Uitgaande van dat wederzijdse vertrouwen is gepaste aanraking fijn, het doet je goed, het maakt dat je je (meer) mens voelt. Het is met recht een kwestie van aanvoelen, kan ik die ander ‘zomaar’ aanraken? Grenzen stellen, je grenzen kennen en bewaken. Door het wederzijds vertrouwen ken je die ander, durf je het aan om iemand aan te raken. Aan de ander lees je soms ‘af’ of iemand aangeraakt wil worden, gevoel en verstand gaan hier samen op. Juist ook in het pastoraat zijn die grenzen belangrijk, niet iedere pastorant zit te wachten op een aai van de dominee…

Verstandelijk beperkten

In het dagelijks leven lijkt een schouderklop of aai over je bol soms erg amicaal, niet iedereen is daar van gediend. In mijn werk als geestelijk verzorger op een instelling voor verstandelijk beperkten kan ik ook niet ‘zomaar’ iedereen een aai over de bol of arm geven. Ook hier is gepaste nabijheid van belang, ook hier is het een kwestie van het bewaken en overzien van de grenzen. Juist ook mensen met een verstandelijke beperking hebben behoefte aan vertrouwelijkheid, aan aanraking in de goede zin van het woord. Ze voelen als geen ander, vaak omdat ze anders denken dan ‘wij’, dat vertrouwen. Ze zijn meestal ook overgeleverd aan de zorg van begeleiders of verpleegkundigen, kunnen niet anders dan zich ‘uit handen geven’.

Intimiteit krijgt dan bijna een andere betekenis, als je je letterlijk en figuurlijk bloot moet geven. Dan moet er wel sprake zijn van een goed gevoel, van vertrouwelijkheid. Ook onderling is er soms sprake van intimiteit. Zo was ik pas op een woning met oudere, en veelal dementerende, mensen met het syndroom van Down. Een kleine viering op de woning, wat liederen zingen, een kort verhaal uit de bijbel. Tijdens het zingen van het lied ‘Geef mij je hand, geef mij ze allebei’ (Toon Hermans) pakten twee bewoners elkaar bij de hand, ondanks hun beperking en hun dementie voelden ze dat dit gepast was. Zo zijn zij elkaar nabij, in kleine gebaren, in kleine momenten. Het is mooi om daar als geestelijk verzorger een rol in te mogen spelen.

Basisbehoefte

Behoefte aan tederheid, wie heeft dat nu niet? Jonge mensen, soms hevig verliefd, zijn soms uitermate teder. In een volgende fase komt het aan op een soort andere intimiteit, in het vuur van het spel van de liefde komt het begrip lust en verlangen om de hoek kijken. Ook daar is dan het overzien en bewaken van grenzen van belang. Seks, een basisbehoefte. Dan speelt opwinding een rol en lijkt intimiteit even minder (of anders) belangrijk. Naarmate we ouder worden zal dat wellicht veranderen, alhoewel?

Juist ook mensen op leeftijd zullen die basisbehoefte blijven houden, het zou goed en mooi zijn als we dat met elkaar erkennen. Wel zal die behoefte veranderen, door de tijd heen worden veel mensen wat milder, wat zachter. In verzorgingshuizen en verpleeghuizen, maar ook in instellingen, zal daar goed over moeten worden nagedacht. Hoeveel privacy hebben de bewoners, patiënten? Is er een plekje om ‘teder voor jezelf’ te zijn? Is er ruimte om toch met elkaar ‘intiem te zijn’? Dat vraagt om goede zorg, juiste aandacht en vooral om het bespreekbaar maken van wensen en verlangens. En dat is misschien wel het moeilijkste dat er is…

Liefde

Groeien in liefde, groeien in vertrouwen. Als dat geen liefde is? Juist ook liefde verandert door de tijd heen. Niet altijd in positieve zin, je kunt uiteindelijk ook uitgekeken raken op elkaar. Dan is het zaak om met elkaar in gesprek te gaan, soms met een professional (psycholoog, therapeut) erbij. Blijft de liefde, zoals ooit aangewakkerd door een blik, een geur, een beweging, ‘leven’ dan groeit die met de dag. Dan is de verbondenheid sterk, misschien door schade en schande gegroeid, misschien ‘gewoon’ echte liefde. En waarom zouden mensen het dan niet vijftig jaar of langer met elkaar kunnen uithouden?

Sterker nog, ik vermoed (ik heb er geen onderzoek naar gedaan) dat die tederheid juist dan groeit. Je weet wat je aan elkaar hebt, je vertrouwd elkaar door en door, de jaren samen geven dat je met elkaar verstrengeld bent en elkaar anders, dieper, kent dan wie dan ook. Dan is intimiteit,vertrouwelijkheid, bijna vanzelfsprekend. De lusten mogen misschien wat getemperd zijn, de tederheid en liefdevolle nabijheid spreken dan boekdelen. Wellicht dat het wat meer te vinden is in de kleine dingen, een hand pakken, een kus op een wang. Paul van Vliet zingt het, in een ‘ondeugend’ lied (te vinden op YouTube), zo aan ons voor:

‘En boven op de boulevard zitten hand in hand twee oude mensen bij elkaar, kijken naar het strand. In de schaduw van het leven, in de kantlijn van de tijd, veel verloren, maar gebleven is de tederheid’.

Door dat groeien in vertrouwelijkheid ontstaat er wellicht ook een meer geestelijke intimiteit, niet alleen de lichamelijke verbondenheid staat centraal maar juist ook die innerlijke band. Je weet wat je aan elkaar hebt, je weet wat die ander fijn vindt, je voelt de ander meer dan aan. Dat heeft wel veel te maken met hoe je in het leven staat, hoe je terugkijkt op je leven (tja, op een bepaalde leeftijd gaan we dat kennelijk allemaal doen). Jean-Jacques Suurmond is er in zijn boekje ‘Meer geluk dan grijsheid’ heel duidelijk over: ‘ouder worden kan worden beleefd als een spirituele weg, waardoor de kwaliteit van leven toeneemt. Naast ‘alles wordt minder’ kan men dan tegelijkertijd zeggen: ‘ten diepste wordt alles meer dan ooit’.’

God

Die diepere verbondenheid kan men ook voelen met die ‘kracht die wij veelal God noemen’, met de gegroeide tederheid is de Onnoembare met je mee gegroeid. Die heeft gezegd dat ‘Hij er voor je zal zijn’. Hij doet zijn naam eer aan, intimiteit op weer een heel ander niveau. Diep van binnen voel je dat de Eeuwige grond van je bestaan is, of geworden is, of dat je er (nu al/pas) voor openstaat. Zijn nabijheid voelt goed, zo elkaar nabij zijn voelt vertrouwd. Dan doen we recht aan dat wat God telkens weer van ons vraagt: elkaar liefhebben met geheel ons hart en met geheel ons verstand. Dan vervagen bijna als vanzelf die grenzen, dan wordt intimiteit een soort logisch gevolg van de liefde ons gegeven. ‘Geef mij je hand’ (ook denkend aan de schepping van Adam van Michelangelo) krijgt dan een diepere zin en betekenis, we weten ons die goede God nabij, ook (of misschien zelfs juist) als ons levenseinde steeds dichterbij komt. Intimiteit als verlengstuk van Gods liefde voor ons, intimiteit in het licht van de Eeuwige.

Dit artikel is geschreven door Roelof van Dijk, geestelijk verzorger bij Swetterhage, een woon- en leefgemeenschap voor mensen met een verstandelijke beperking, in Zoeterwoude-Dorp.

AdRem
Dit artikel verscheen eerder in AdRem. AdRem is het maandblad van de Remonstranten.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *