'Mystiek en religie kunnen elkaar voeden'

‘Mystiek is de poëzie van de religie. Het is hemelse muziek gezet op aardse tonen. Het begeleidt de religie. Ze voedt de religie met haar ervaring. Maar wordt de mystiek te machtig, dan dreigen de structuren en de theologie te vervagen. Worden daarentegen de structuren te machtig,  dan komt de levende stroom van de mystiek in de verdrukking.’

De Enschedese predikant ds. Dick Van Zijll Langhout hanteert een heldere definitie als het om mystiek gaat: ‘Mystiek is een religieus oerfenomeen dat de directe tegenwoordigheid van God of het goddelijke ervaart of beoogt.’ Volgens de Enschedese predikant is het in onze moderne, rationele tijd kennelijk not done om te spreken over de eenwording met God, over het opgaan in het goddelijke geheim. Maar dat wil niet zeggen dat mensen deze ervaringen niet hebben. Mystieke  ervaringen zijn van alle plaatsen en alle tijden’. 

Oermomenten

Van Zijll Langhout noemt de mystiek dan ook de oerbeweging van de religie. Mystiek begint met ervaring, elke religie begint met mystiek. ‘Mensen gaan ontdekken dat er een kracht is die groter is dan je zelf bent. De boeddhist noemt het anders dan de christen en de jood, maar de kern is hetzelfde. Het gaat om de oermomenten van het geloof. Wat Jezus in de woestijn meemaakte was een mystieke ervaring.’

Volgens Van Zijll Langhout is de grote waarde van de mystiek dat de grenzen tussen de geloofssystemen verdwijnen. ‘De namen zijn verschillend – God, Allah, Jezus, Boeddha – maar de termen waarin de weg beschreven wordt, zijn frappant gelijkluidend.’ Mystiek heeft vele kwaliteiten. Ze is in staat om in menselijke taal, die de geloofssystemen te boven gaat,  te verwoorden wat leven tot zinvol leven maakt. 

Voeden

Mystiek en religie, mystiek en geloof hebben elkaar nodig, als we de Enschedese dominee mogen geloven. De wereld van geloof en religie moet het hebben van structuren en theologie, terwijl de mystiek niet tot bloei kan komen zonder de vrijheid van de geest. Dan is de keuze toch makkelijk gemaakt, zou je zeggen. Want wie zou er niet kiezen voor de vrijheid van de geest. ‘Waar de geest des Heeren is, daar is vrijheid,’ luidt een Bijbels gezegde dat door vrijzinnige georiënteerden vaak wordt geciteerd. Volgens Dick van Zijll is het de taak van de mystiek om de religie te voeden met haar ervaring. Maar ze moet niet te machtig worden, want dan vervagen de structuren en de theologie. In onze tijd van kerkverlating zullen sommigen beweren dat het terecht is dat de structuren en de theologie hun langste tijd gehad hebben. Maar dat is net iets te snel gezegd. Zoals de mystiek de religie kan voeden met haar ervaring, zo kan de religie de mystiek voeden met haar openbaring. 

Paar 

Mystiek en religie, ervaring en openbaring kunnen elkaar voeden. Ze kunnen een voedingsbron voor elkaar zijn. Mits ze elkaar niet de maat nemen. En daar is het in de protestantse en katholieke kerken de laatste vijftig, zestig jaar goed misgegaan. Ervaring en openbaring kunnen niet zonder elkaar. In het Duitse taalgebied kent men een krachtig begrippenpaar om het spanningsveld tussen de twee werelden duidelijk te maken. Als er over het menselijke, de aardse kant van dat spanningsveld wordt gesproken dan hanteert men het begrip Diesseits, als er over de goddelijke hemelse kant wordt gesproken dan wordt de term Jenseits gebezigd. Diesseits en Jenseits moeten elkaar in balans houden. Zonder het menselijke Diesseits wordt de speurtocht naar zingeving te Luciferisch. Zonder de hemelse genade wordt deze zoektocht te Ahrimanisch, om de namen van de twee gevallen engelen in het taalveld van Rudolf Steiner maar eens te gebruiken. En waar ging het mis in het kerkelijke denken? Onder invloed van de dialectische theologie, met Karl Barth als de spirituele aanvoerder, werd het Diesseits voortdurend de maat genomen door het Jenseits. Dialectische theologie is de aanduiding voor een vooral protestantse theologische stroming, die benadrukt dat er een tegenstelling (dialectiek) bestaat tussen God en de mens. Alles wat er over de essentie van het zijn gezegd kon worden, kwam Senkrecht von Oben, aldus Barth. Samengevat is er een eerste spanningsveld tussen mystiek en religie, waarbij religie wordt opgevat als de uitdrukkingsvorm van de geïnstitutionaliseerde geloofssystemen. Karl Barth en Dietrich Bonhoeffer keken anders naar het woord religie. Voor hen was religie een vorm van afgoderij. En de mystiek als uitdrukking van de menselijke ervaring was te aards.

Navelstaarderij 

Het tweede spanningsveld laat zich aftekenen aan de woorden mystiek en engagement. Uit kringen van maatschappijkritische theologen kwam de kritiek dat de mystici niet geëngageerd genoeg zouden zijn. Mystiek werd door hen opgevat als een vorm van navelstaarderij, waar je niets aan had op weg naar de heilsstaat. In de jaren zestig maakte de Duitse theologe en mystica Dorothee Sölle zich sterk voor wat ze de ‘verpolitisering van het geweten’ noemde. ‘Het geweten heeft iets met politiek te maken, zo niet, dan gaat het niet om een geweten.’ Sölle erkende dat het niet de bedoeling was dat we ons als wereldburgers door de veelheid  van problemen laten verlammen. ‘Maar wie christen wil zijn houdt zich bezig met de maatschappelijke vragen van vrede, recht en heelheid van de schepping. Je gaat de samenhang tussen de dingen zien. Vanwege de schuldenlast is er te weinig onderwijs in de Derde Wereld-landen; omdat de vrouwen geen onderwijs krijgen, krijgen ze meer kinderen;  deze kinderen sterven vervolgens aan – overigens vermijdbare – ziekten.’ 

Gij stil geschreeuw

Het had er jarenlang alle schijn van dat Dorothee Sölle het symbool zou worden van een weinig spiritueel en mystiek wereldverbeteraarsengagement. Maar dan verschijnt in het jaar 1998 haar boek ‘Mystiek en verzet – Gij stil geschreeuw’.(1) Ze noemt het zelf haar ‘magnus opus’, haar levenswerk. Sölle legt in dit prachtige boek verbindingslijnen die je nooit eerder bij haar aantrof. Toch beweert ze dat de verbinding tussen vroomheid en politiek al een oud thema in haar leven is. ‘In de loop van de jaren ben ik me bewust geworden hoe diep deze spirituele verbintenis in de mystieke traditie is geworteld. Mystiek is geen vlucht uit de wereld. Mystiek betekent niet dat je in de woestijn gaat zitten en vervolgens niet meer met mensen praat. De grote mystici van alle religies hebben weliswaar in conflict met hun samenleving geleefd, maar daaruit tevens hun inspiratie geput. Mystiek en engagement gaan perfect samen. Dus ik zie dit boek dan ook niet als een breuk met het verleden, maar meer als een vervolmaking van mijn denken.’

Schaduw

In de Encyclopedie van de mystiek(2) spreekt redactievoorzitter dr. Auke Jelsma over de grote belangstelling voor de mystiek, gezien de omvangrijke literatuur die er in de twintigste eeuw over verschenen is. ‘Zoveel aandacht’, zo betoogt Jelsma, ‘is zeker niet vanzelfsprekend. Lang niet altijd en niet overal werd de mystiek als een apart fenomeen gezien. Er zijn in de geschiedenis van het christendom perioden geweest waarin zij bovendien volledig in de schaduw van de dogmatische bezinning bleef. Meermalen werd zij, vooral in protestantse kring maar niet alleen daar, vanwege de veronderstelde pretentie van een mogelijke eenwording met God of vanwege de aanmatiging dat de mens zelf een bijdrage aan de verlossing leveren kan, zelf als bij uitstek onchristelijk beschouwd. Bekend is het verwijt van Karl Barth: ‘Sie lässt die Religion ruhig stehen’ (Barth, 1959, I/2, 349).  ‘Religie,’ zo Jelsma uit, ‘werd in deze zienswijze geïnterpreteerd  als de door mensen opgeworpen blokkade voor een werkelijk ontvangen van Gods openbaring. Vanuit deze optiek kon hij (Barth, red.) weinig waardering opbrengen voor een verschijnsel dat het religieuze bewustzijn aanmoedigt en legitimeert.’

Valse leer

Barths wantrouwen tegen religie en mystiek is wel te verklaren tegen de achtergrond van de opkomst van het nationaalsocialisme en nazisme van zijn tijd. Maar Barth heeft met het badwater ook het kind (de menselijke ervaring) weggespoeld. Theologen als Barth, Gollwitzer, Bonhoeffer en ook Miskotte vonden elkaar in de erkenning, dat er geen zin(geving) aangewezen kan worden, die immanent is aan het wereldgebeuren. Om het anders te zeggen: de zin der dingen komt van boven (Jenseits), niet van beneden (Diesseits). In het ideologisch debat over de scheppingsordeningen dat in de dertiger jaren gevoerd werd in Nazi-Duitsland nam Karl Barth theologisch stelling door te poneren dat uit de schepping (Diesseits, lees: uit de natuurlijke, historische werkelijkheid) niets af te lezen valt dat ook maar zou kunnen tenderen naar een stukje Openbaring van God: ‘Wij verwerpen de valse leer, als zou de kerk als bron van haar verkondiging, buiten en naast dit Ene Woord Gods ook na andere machten en waarheden als Gods Openbaring kunnen en moeten erkennen’. 

Tol

De Bekennende Kirche (Duits voor Belijdende kerk) was een christelijke verzetsbeweging in nazi-Duitsland. Karl Barth en de zijnen voerden in de dertiger jaren een debat met de zogeheten Duitse Christenen die te weinig stelling namen tegen het nazisme. De zogeheten Barmer Thesen hebben een belangrijke rol gespeeld in de strijd tegen het nationaal-socialisme: ‘Wij hebben een ander geloof, wij hebben een andere God’, riep Karl Barth op een theologenvergadering in 1934 tegen Karl Fezer, die toen nog bij de Duitse Christenen behoorde. Deze stelling was de afwijzing van alle ‘op natuur en geschiedenis’ gegronde theologie. Barths  stellingname is te begrijpen. Maar in zijn afwijzing van de zogeheten natuurlijke theologie heeft hij de menselijke ervaring overboord gegooid.  De kerken betalen in de huidige tijd daarvoor de tol. Steeds meer mensen gaan voor hun zingeving op zoek naar mystieke beleving buiten de gevestigde religieuze instituties om. 

Humanisering

De tijd dat mystiek en religie er niet mochten zijn lijkt voorbij. Auke Jelsma: ‘Religies mogen er weer zijn. Ze kunnen de samenleving zelfs van dienst zijn, tenminste als ze naar behoren functioneren en dus geen rassenhaat of volkerenmoord sanctioneren of onverdraagzaam-heid bevorderen. Helaas blijken zij ook daarvoor maar al te vaak bruikbaar gemaakt te kunnen worden. Ook is er nog steeds reden de institutionele vormgeving in de religies kritisch te bezien, omdat zij tot dwangmatig handelen leiden kan. Misschien zou nu juist de mystiek, vanwege haar persoonlijke karakter en haar openheid voor ervaringen, zelfs wel een bijdrage kunnen leveren aan de humanisering van de religie. Reden dus om er aandacht aan te schenken’.

Markt 

Religieuze ervaringen tellen weer volop mee. ‘Werd de godsdienstige interesse in het verleden vooral door de theologische richtlijnen van het religieuze instituut waartoe men behoorde bepaald,’ zo concludeert Jelsma, ‘nu laten mensen zich veel meer aan hun ervaringen en gevoelens gelegen liggen. Mystiek ligt momenteel wellicht zelfs beter in de markt dan dogmatiek. Juist die levensbeschrijvingen interesseren lezers die niet alleen aandacht schenken aan de leer die mensen uitgedragen hebben, maar ook aan wat hun diepste beweegredenen hierbij geweest zijn en aan de gedragsveranderingen die zich hierbij hebben voorgedaan. De culturele verschuivingen die zijn opgetreden, hebben de zekerheden van voorheen ondergraven. In deze situatie kan de confrontatie met mensen die naar een woord van Jezus de verborgen schat in de akker en de parel van grote waarde gevonden hebben met inzet van hun hele bestaan nieuwe inspiratie bieden.’

Brug 

Jelsma verklaart de toenemende belangstelling voor mystiek aan haar grensoverschrijdende karakter. ‘Het verschijnsel duikt immers in de meeste religies op. Er wordt dan ook wel een brugfunctie aan toegeschreven.’ Het is grappig dat Jelsma en ook Sölle in hun pleidooi voor de herwaardering van de mystiek een morele support krijgen vanuit onverwachte hoek. De boeddhistische monnik Sogyal Rinpoche, die wel eens de lachende lama wordt genoemd vanwege zijn humor, maakt het belang duidelijk van de mystiek voor het welzijn van de wereld. In deze tekst overbrugt hij de kloof tussen mystiek en engagement enerzijds en de kloof tussen mystiek en religie anderzijds. Volgens Sogyal heeft de mystiek een transformerende kracht en dat is wat zo broodnodig is om engagement te doen ‘slagen’. ‘Het onderricht van alle mystieke tradities in de wereld,’ zo schrijft hij(3), ‘maakt duidelijk dat zich in ons een enorm reservoir aan kracht bevindt, de kracht van wijsheid en mededogen, de kracht van wat Christus het Koninkrijk des Hemels noemde. Wanneer wij leren hoe wij deze kracht kunnen gebruiken – en dat is waar het om gaat in de zoektocht naar verlichting – kan dit niet alleen onszelf transformeren, maar ook de wereld om ons heen. Nooit eerder was er een tijd waarin het zo urgent was deze heilige kracht in te zetten, en nooit eerder was er een tijd waarin het van vitaal belang was de natuur van deze zuivere kracht te begrijpen, haar te leren kanaliseren en aan te wenden voor het welzijn van de wereld.’ 

Ecologie

Karl Barth en de zijnen verdienen een hoge mate van respect omdat zij het ideologisch en theologisch op hebben durven nemen tegen het nazisme. Maar er is een denkfout in het barthsiaanse systeem geslopen, waarmee honderden predikanten nog worstelen. Het verzet tegen een Blut en Boden-ideologie is uitgemond in een afwijzing van wat men natuurlijke theologie noemde. Dat er uit de aardse werkelijkheid (de natuur, de ervaring, de lichamelijkheid) niets valt af te lezen dat ook maar zou kunnen tenderen tot een stukje Openbaring van God, heeft geleid tot een rigide afwijzing van die natuur, van de ervaring en van die lichamelijkheid. Het heeft geleid tot een zekere vijandigheid in de relatie met Kunst, Spiritualiteit en Wetenschap. Dat kunnen Barth en de zijnen niet bedoeld hebben. Maar het was er wel de consequentie van. Het is theologisch niet meer vol te houden dat God en mens alleen maar haaks op elkaar staan. Ik voel me veel meer thuis bij een opvatting zoals die door Adi Da Samray zo mooi is verwoord: ‘All this is nothing but the presence of the living God’. Ik zie in dit alles de aanwezigheid van de Eeuwige. In de natuur, in onze ervaringen, in onze lijfelijkheid en seksualiteit. Het heeft mij tien jaar van mijn leven gekost om mezelf aan Barth en de dialectische theologie voorbij te denken. Ik voel me verwant met de Keltische spiritualiteit van de druïden die in mensen, planten, dieren, sterren en stenen manifestaties zien van Liefde in Bewustzijn. Dat is mystiek, ja, maar ecologisch en humaan verantwoord. 

(1) Dorothee Sölle, Mystiek en verzet – ‘Gij stil geschreeuw’, Uitg. Ten Have ISBN 979 90 259 4762 9
(2) Encyclopedie van de mystiek, Fundamenten, tradities en perspectieven, Uitgeverij Kok/Lannoo, ISBN 90 435 0070 4
(3) Sogyal Rinpoche, Dagend Inzicht, Uitg. Servire, ISBN 

Bron: Bres – magazine voor Religie, wetenschap en gnosis

Rinus van Warven
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *