Mijn gewelddadige zoon

Mijn zoon (3) heeft een voorkeur voor grote geweren- of zoals hij het noemt: grote schieters. Laatst stond ik met hem in de Blokker toen hij een (water)geweer van anderhalve meter uit de schappen haalde. Hij keek erbij alsof hij zojuist de maagd Maria zag.

Zijn oogjes glinsterden. Zijn lichaam trilde van spanning. Hij deed hem direct om zijn nek, aaide hem en deed de hand aan de trigger. ‘Kijk, pappa. Hiermee kun je doodschieten.’

Doodschieten.
(…)

Van ons hebben ze het niet. Zeggen wij dan. Wij zijn hele vredige ouders. En aangezien ik Linda, Inge en Fatma, zijn leidsters op de crèche, ook niet van die gewelddadige types vind, de oppas een lieve, veganistische GroenLinks-stemmer is en hij op televisie vooral Buurman & Buurman kijkt, moet het in de genen zitten. Dat is ook wel zo makkelijk. Is uw zoon gewelddadig? Dan zit het in de genen. Maar zijn ouders zijn allebei hele lieve, vreedzame mensen. Ook mijn andere zoon (5) is een man van konijnen, hazen en poezen. Maar mijn jongste (3) is dus van het grote geweld.

Datzelfde zie ik bij zijn liefde voor piraterij. Met zijn kunststoffen zwaardje hakt hij iedereen ‘de kop’ af. Ook heeft hij een voorliefde voor boeven. Voor reuzemonsters. En voor cowboys. Vorig jaar was hij een tijdje brandweerman, maar dat idee hebben wij – als ouders- waarschijnlijk zo omarmd, dat hij dat tegenwoordig niet meer interessant vindt. Ook was hij een tijdje Buzz Lightyear en riep hij: Ik ben Buzz Lightyear en ik kom hier in vrede. (Hij zei overigens ook een tijdje: ik kom hier in tevredenheid). Maar ook die tijd is voorbij. Het is nu echt oorlog.

Toen we laatst op de kermis langs de schiettent liepen, stond hij ademloos te kijken. Ik liep echter door en hield pas halt toen we bij het ballengooien aankwamen, een lieflijk stalletje met overal roze, gele en blauwe knuffels: altijd prijs. Dat gingen we doen. Maar ergens in een hoek hing ook een zwarte mitrailleur. Ik had hem niet eens gezien. Maar hij natuurlijk wel. Hij had ook geen zin om die ballen te gooien. Dat moest ik maar doen. Hij wilde die ‘coole schietert’. En wel nu.

Een paar minuten daarna liep ik achter een soort Rambo met een mitrailleur die alle andere kermisgangers ‘doodschoot’. Naast hem knuffelde zijn oudere broer zijn pasverworven pluchen puppy. Twee kinderen. Twee kanten van mezelf?

Marcel Duyvesteijn
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *