Met de moed der hoop

Is spiritueel leven hetzelfde als hard aan innerlijke groei werken via cursussen en meditatie? Of betekent het gewoon een aandachtig bestaan leiden? Filosoof Désanne van Brederode denkt dat laatste en vindt het nogal zorgelijk dat niet iedereen dat inziet. Door Jan Willem Stenvers.

Van Brederode is niet vies van een potje zingeving. Integendeel. Ze houdt er een actief religieus leven op na en houdt zich in haar werk als schrijver en spreker veel bezig met thema’s rondom geloof, spiritualiteit en filosofie. Ze heeft er dus niks op tegen als ook anderen hier druk mee bezig zijn. Maar de manier waarop velen dat doen, stoort haar. In boeken en artikelen schreef ze in stevige bewoordingen over mensen die via cursussen, retraites in een klooster of coaching-sessies voortdurend bezig zijn hun spirituele leven te verrijken.

Wat is er erg aan mensen die spiritualiteit aan hun leven willen toevoegen?

Helemaal niks, maar er wordt tegenwoordig een soort knip gezet tussen het ‘echte leven’ en spiritualiteit. Ik zie mensen die zich helemaal kapot werken en op smartphones zitten te klooien, en zich vervolgens een dag in de week, of twee weken per jaar terugtrekken en van alles aan zingeving gaan doen. Alsof er bovenop het leven’ af en toe een toefje slagroom moet komen met wat spiritualiteit. Terwijl ik denk dat je spiritualiteit en zingeving hoort te beleven in het echte leven. Dat spiritualiteit ook die glimlach is die je bij een onbekende op het gezicht tovert na een kort gesprekje – misschien heb je zijn of haar dag heel goed gemaakt.

Maar wat is er dan mis met mensen die behoefte hebben aan dat toefje slagroom?

‘Er bestaat tegenwoordig een soort spiritualiteit waarin je als een koers omhoog gaat, omdat je na jaren oefenen goed bent geworden in een meditatieoefening, of bepaalde kennis hebt vergaard. Persoonlijke ontwikkeling om de ontwikkeling, alsof het om presteren, om topsport gaat. Je denkt: ‘Goh ik ben al een heel eind opgestegen uit de waan van de dag. Wat ben ik goed bezig.’ Dat is ontzettend ik-gericht. Als de schepping jou werkelijk interesseert, heb je aandacht voor de mensen en dingen om je heen. Niet om er zelf iets mee te winnen, maar omdat je de wereld om je heen belangrijk vindt. Waarom zou ook spiritualiteit iets moeten ‘opleveren’? De economische term alleen al.

In stukken die u hierover schrijft noemt u mensen die op deze manier naar zingeving zoeken ‘misdadig’ en ‘lege zielen’. Dat is best pittig?

‘We hebben steeds meer aandacht voor onze eigen kwetsbaarheid en dat is best goed. Maar parallel daaraan zie ik een soort onverschilligheid-tot-in-het-bot. Zo van ‘elke crisis is een kans’ en ‘op leed plakken we een pleister met een nieuw boek of cursus’. Sommige mensen zeggen rustig tegen iedereen met pech: ‘dan had je maar positiever moeten denken’. Of ze zíen leed gewoon niet meer. Maar je kunt zoiets niet zeggen tegen vluchtelingen uit Syrië in een kamp dat ook nog in de hens vliegt. Dat is meedogenloos, maar dat voelen mensen nauwelijks meer aan. Met hun zogenaamde kennis en spiritualiteit zien ze de wereld om zich heen niet meer.

Waar denkt u dat dit onvermogen en de honger naar ‘ik-spiritualiteit’ vandaan komen?

‘We worden tegenwoordig overvoerd met nieuws en berichtgeving. We weten alles van elke plek op de wereld. Terwijl we nog niet zo lang geleden een krant en het avondjournaal hadden en misschien daarna naar een talkshow keken. Tegenwoordig komt er elk moment zoveel op ons af en zijn we elk moment bang om iets te missen. Wie weet wat wij tijdens dit gesprek missen, omdat we niet op onze telefoons kijken? In die overvloed van informatie voelen we ons heel klein en nietig en machteloos. Die verlamming is in de geschiedenis misschien nog nooit zo groot geweest. Mensen zien nergens meer houvast en zoeken dat vervolgens buiten zichzelf.’

Van Brederode is even stil, kijkt heel even weg en zoekt dan naar woorden. ‘Het… zou kunnen… dat wij in het westen misschien niet meer aan eindigheid durven denken. Er lijkt zo’n tendens te zijn van: even op je kiezen bijten, maar daarna wordt het beter. Terwijl ik denk dat een sterk bewustzijn dat dingen kapot kunnen, heel waardevol kan zijn. Bijvoorbeeld het besef dat er ooit een moment kan komen waarop je geliefde er niet meer is. Hoe laat ik mij zien aan die ene persoon? Hoe geef ik zijn of haar leven waarde? Doordat we ons zo goed willen voelen in een ‘eeuwig nu’, verdwijnen die vragen naar de achtergrond.

Eeuwig nu…?

‘Ja, dat maakt alles van waarde relatief.’ Stilte.

Hoe kunnen we dan uit dat ‘eeuwig nu’ komen?

‘Door geen cursussen te volgen om nog beter in het hier en nu te leven, maar gewoon te leven. Door te zoeken naar kwaliteit van leven, in plaats van naar kwantiteit van kennis en spirituele technieken. Veel mensen kunnen, wanneer het echt slecht gaat en ze door het oog van de naald moeten, tóch die vragen stellen.’

‘Die vragen’?

‘Hoe kan ik nog mens zijn? Hoe kan ik nog waardig leven? Het gaat niet om het zoeken naar een uitweg, maar om wat je doet als alle ballast van je afvalt. Sommige Syriërs die ik heb ontmoet, kunnen in hun warmte en zorg voor een ander groots zijn. Ze zijn gebroken, al jaren eerder door het regime van Assad, en weten dat hun littekens nooit zullen verdwijnen. Gratuite peptalk is niet aan hen besteed. Ze hebben oog in oog gestaan met het dieptepunt van menselijkheid. Er is al zoveel verloren, dus geven ze de rest ook maar weg. Met de moed, niet der wanhoop, maar der hoop. Niet eens voor henzelf, maar voor toekomstige generaties.

Photo Credit: Michel van Bergen

Doopsgezind NL
Het maandblad van de Doopsgezinden in Nederland.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *