Mark, de EU is geen snoepwinkel

Cees Veltman – De meeste Nederlandse politieke partijen zijn pro-Europees, al vertonen sommige partijen zwakke knieën. Het CDA bijvoorbeeld heft in zijn verkiezingsprogramma een lofzang aan op Europa. Het vindt “Europa als waardengemeenschap belangrijk” en is “overtuigd voorstander van Europese integratie”. Maar dan klinkt opeens de schelle toon dat het “Nederlandse pensioenstelsel niet door de Europese Unie mag worden aangetast”. 

De Europese Unie wordt voorgesteld als bedreiger van Nederlandse belangen. Of neem de SP die aan de ene kant pleit voor een “sociaal Europa” en “een grotere effectiviteit van de Europese samenwerking”, maar aan de andere kant zegt dat ‘Brussel’- dat schijnt iets te zijn waar Nederland niets mee te maken heeft – “niet de baas mag spelen over onze pensioenen”. SP-leider Emile Roemer ziet de tegenstrijdigheid niet en verliest zich als solidaire socialist in deze oneliner: “Het geld dat het kabinet naar Griekenland wil sturen, maakt precies één rondje om de Akropolis om vervolgens rechtstreeks in de kas van Duitse en Franse banken te belanden.”

Het is van tweeën een: we denken Europees of niet. Zo ja, dan moeten we ook bereid zijn de lasten samen te dragen. De lusten zijn Nederland al rijkelijk ten deel gevallen. Nederland en ook de Nederlandse pensioenfondsen hebben altijd van de Europese Unie geprofiteerd. Elke Nederlander draagt per jaar honderd euro bij aan Europa, maar verdient – omdat we exportland zijn – er ruimschoots aan: ongeveer tweeduizend euro.

Nu is het moment gekomen dat onze Europese partners ook wel eens van de opgebouwde Nederlandse reserves mogen profiteren. Maar dat durft geen enkele politieke partij ronduit te zeggen in verkiezingstijd, zelfs de meest pro-Europese partijen GroenLinks en D66 niet. Dat is vreemd want de meeste Nederlanders zijn nog steeds pro-Europees: 66 procent voorstanders tegenover 25 procent tegenstanders, volgens TNS/Nipo. Toch zijn de meeste politici wegduikers geworden. Zij gaan Europese onderwerpen zoveel mogelijk uit de weg, uit angst voor de stembus op 12 september.

Wat zit er behalve verkiezingskoorts achter het gebrek aan solidariteit? Een gebrek aan realiteitszin in een globaliserende wereldmarkt en een gebrek aan Europees idealisme. Solidariteit is het belangrijkste element dat ontbreekt, constateert de liberale europarlementariër Guy Verhofstadt naar aanleiding van de Duitse weigering Europese obligaties uit te geven. Het gebrek aan solidariteit teistert dus niet alleen Nederland. Daar staat tegenover dat de Duitsers wel hebben voorgesteld een delgingsfonds in te stellen waarin alle schulden van de eurolanden boven 60 procent van het bruto binnenlands product worden verzameld.

Hoe  komen we van dat gebrek aan solidariteit af? De Europese vakbeweging kan het goede voorbeeld geven door haar looneisen solidair af te stemmen: loonmatiging in landen met importoverschotten en looneisen in landen met exportoverschotten. Dit schept koopkracht in de zuidelijke lidstaten zodat die hun exportproducten beter kwijt kunnen. Mochten de Nederlandse vakbonden toch weer voor loonmatiging kiezen (“eigen werklozen eerst”), dan is dat contraproductief voor de oplossing van de eurocrisis, aldus de Delftse econoom Alfred Kleinknecht. In het huidige economische debat wordt de eurocrisis consequent voorgesteld als een probleem van ‘begrotingsdiscipline’. Dat leidt de aandacht af van falende financiële markten en van het echte probleem achter de crisis: scheve export- versus importverhoudingen. Vroeger konden de mediterrane landen alleen concurreren door de pesetas, escudo’s, drachmen en lires eens in de zoveel tijd af te waarderen. Zo werd export goedkoper en import duurder en kwam de handelsbalans in evenwicht. Sinds hun toetreding tot de eurozone kunnen deze landen niet meer afwaarderen. Hun importoverschotten nemen daardoor voortdurend toe, evenals, als spiegelbeeld,  de exportoverschotten van vooral Duitsland en Nederland. 

Europa en de euro moeten door de burgers worden gedragen. Dat kan niet zonder een Europees ‘wijgevoel’. Daar is demissionair premier Mark Rutte echter nog niet van doordrongen. Hij beschouwt de EU als een snoepwinkel waarin hij het lekkerste snoepje kan uitzoeken. Af en toe wat inleveren mag van hem nog net, als het ‘eindsaldo’ maar positief uitvalt. Dat heeft niets meer met solidariteit te maken en is Europees gezien een onhoudbaar standpunt, zeker naarmate het integratieproces verder gaat.

 

Claudia Pietryga
Claudia deed zowel een sociaal-agogische als journalistieke opleiding en is alweer bijna tien jaar freelance journalist. Ze schrijft het liefste over maatschappelijke onderwerpen en publiceerde onder meer stukken in de Flair, Hallo Jumbo, Spits, Het Parool, diverse blogs, lokale bladen en uiteenlopende (online) media voor met name ondernemers.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *