Madame Sourire

Madame Sourire..… Zo noem ik haar maar. Ik kende haar naam niet, ik kende haar überhaupt niet, ik wist niets van haar af.

Maar ik hoefde maar de een of ander conferentie in N. bij te wonen, of daar zat ze, ergens in de zaal, altijd met een verrukte glimlach. Niet dat die conferenties nu altijd even leuk waren. De conferenties waar ik het over heb, dat waren conferenties die ik ambtshalve moest bijwonen.

Als dominee van een lokale ‘Eglise réformée’ doe je tamelijk veel aan representatie: je bent dé vertegenwoordiger van de protestantse volksgroep in de betreffende gemeente. En als zodanig wordt je geregeld voor deze of gene manifestatie uitgenodigd – jammer genoeg vooral voor de meer serieuze manifestaties (conferenties over sociale en politieke vraagstukken, ‘tables rondes’ over ethiek en religie…). Iets wat trouwens veel zegt over hoe de mensen de Kerk zien: als een plek waar men ernstig is, en waar men nadenkt. Anders zouden ze toch niet alleen bij dàt soort gelegenheden aan me denken ?

Die glimlach
Goed, daar zat ze dan. Ze zag eruit als iets dat het midden houdt tussen een achttiende eeuwse markiezin en een circusmadam. Een hoog kapsel, een gezicht dat onder de verf zit, alles tamelijk volimuneus – volume gewikkeld in meerdere lagen bonte stoffen. En dan die glimlach. En maar glimlachen…
 
Het staat er slecht voor met onze samenleving
O, niet dat ze niet volgde wat er werd gezegd : over alle ellende in onze neo-liberale, post-moderne, post-historische wereld… Je zag het aan haar gezicht. Ze zette grote ogen op wanneer de anderen dat ook deden, wanneer er iets werd gezegd dat wel erg verontrustend was. Er verschenen rimpels op haar voorhoofd wanneer de conférencier bij een ingewikkeld punt van zijn betoog was aanbeland en hij zich daar doorheen trachtte te worstelen. Ja, ze wist heel goed waar het allemaal over ging. Dat het er het met onze samenleving bar slecht voor staat (ach ja…). De banden tussen mensen verbrokkelen. De kloof tussen rijk en arm wordt wijder en wijder.  De zapcultuur ondermijnt de vastheid van het zingevende woord, mode en look nemen de plaats in van identiteit, het kan niet anders of dit alles roept extreme reacties op. Waar anders dan in de meest extremistische en daarom gevaarlijke groeperingen zullen veel jongeren nog een laatste houvast zoeken, omdat dààr althans duidelijke, vastomlijnde normen worden gehanteerd ? Alleen, ze zijn té duidelijk, té vastomlijnd, te zwart-op-wit – die normen… En Madame Sourire bij het aanhoren van al deze fijne, haarscherpe analyses maar glimlachen.

Bezorgde mensen
De mensen in de zaal zuchtten, en knikten bezorgd, en stelden intelligente vragen. Ze waren allemaal, op Madame Sourire na, nogal non-descript gekleed. Je gaat niet naar een conferentie waar over armoede wordt gesproken, en over andere akelige, verontrustende dingen, in een kostuum van Armani of in een kasjmieren mantelpakje. Wat gaat er in al die brave mensen om? Zijn ze écht zo vol kommer en zorg over de sociale, politieke en wat-nog-meer-voor ontwikkelingen in de wereld van vandaag? Ongetwijfeld. Al zat er soms, bij het aanzien van al die brave, zich zorgen makende mensen, een klein kwaadaardig stemmetje in mijn binnenste te sissen – stemmetje dat zei : zou er bij die mensen ook niet zoiets als een schadeloosstelling in het spel zijn? Als ik me maar genoeg zorgen maak, en als ik maar genoeg onder die zorgen gebukt ga, dan zal niemand mij verwijten dat ik concreet zo weinig doe om de dingen om me heen te veranderen – een doen dat natuurlijk offers vraagt. Ik zit toch al te lijden? Juist door zo bekommerd te zijn…

En daarna een glaasje Bénédictine
…Een klein duivels stemmetje – ik weet het. En toch, waarom stelde mij die glimlach van Madame Sourire toch altijd weer zo gerust. Zij maakte zich nergens zorgen over – over het geweld in de ‘zones sensibles’ van de grote steden niet, over terrorisme niet, over klimaatverandering en te voorziene natuurrampen niet, zij ging daar niet onder gebukt, zij leed daar niet onder. Ze glimlachte. En ik verbeelde me dat zij het domweg heerlijk vond om zich onder de mensen te bevinden. Ja, ik stelde me zo voor dat zij een weduwe was, kinderloos, en dat zij haar dagen in haar dooie eentje in een klein appartementje doorbracht. Maar kijk, ze had er iets op gevonden, om zich niet eenzaam te voelen. ‘s Avonds, na een extra lekker hapje dat ze voor zichzelf had bereid ging ze op stap. Nee, niet naar de disco. Daar was ze te oud voor. Niet naar het café. Dat was weer net even beneden haar stand. Naar een toneelstuk, naar een concert? Waarom niet? Omdat ik zo weinig tijd had voor theater en concert kon ik dat niet verifiëren. Zeker was dat mocht er die avond ergens in N. een conferentie plaats vinden, zij dan van de partij was. En wanneer ze ‘s avonds na de conferentie thuis kwam, dan trakteerde ze zichzelf op een klein glaasje Bénédictine. Ter bekroning van een fijne avond. Het ging over de desastreuze gevolgen van het smelten van de Noordpool, over foltering en doodstraf in Soedan of Birma, over groeiende criminaliteit onder de jongeren? Wat maakte het uit, ze was onder de mensen. Daar ging het haar om, zich gezellig temidden van mensen te bevinden. Want alles welbeschouwd, dat is toch gezellig? 
‘Madame Sourire, je vous salue!’  

Caspar Visser t Hooft
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *