Los van God

De Bijbel is een fascinerend boek. Onze cultuur is ondenkbaar zonder het heilige boek van de joden en de christenen. Maar wie niet gelovig is, leest het niet. En dat is jammer, want het bevat een aantal van de allermooiste verhalen uit de wereldliteratuur.

Onlangs werd aan Birgit Meyer, hoogleraar religiewetenschap aan de Universiteit Utrecht de Spinozapremie toegekend, de hoogste wetenschappelijke onderscheiding in Nederland, voor haar onderzoek naar de religieuze praktijk in o.a. Ghana. In een interview met dagblad Trouw wijst zij erop dat de concrete uitwerking van geloof, naast de aloude dogmatische en sterk verinnerlijkte insteek van het protestantisme, inmiddels uiterst pluriform is geworden, ook in Nederland. ‘Lang heerste het idee dat de secularisatie alles wat met godsdienst te maken had vanzelf weg zou drukken, maar dat blijkt niet het geval (…) Religie is veel meer dan een verzameling abstracte geloofsvoorstellingen.’

Abstracte geloofsvoorstellingen, daar lusten vrijzinnigen wel pap van. De Leuvense hoogleraar en kerkjurist Rik Torfs zei daarover in de Standaard (dec. 2013): ‘Godgeleerden probeerden de verrijzenis als concept te redden, zonder dat het iemand stoorde. Zeker, Christus verrees, maar dat hoefde je niet te merken.’ Geloofspraktijk? Bij ons doemen dan al gauw beelden op van zingende gospelgroepjes op de hoeken van de straten, van een zware, zwarte kerkgang driemaal per zondag, van swingende exotische pinkstergroepen in de Bijlmer. Daar moeten we toch niets van hebben? Overtuigd van ons vrijzinnige rechte eind generen we ons ervoor om daarmee ook maar de minste associatie op te roepen. Ook wij denken in ‘Ons Soort Mensen’ en ‘Dat Soort Mensen’, ook al beweren we graag dat we overal voor openstaan.

Badwater

Toch lijkt het erop, dat we in Nederland zo langzamerhand loskomen van het zwaar drukkende imago van het mannenbroeders-christendom van de Enige Echte Waarheid, literair uitgesponnen door schrijvers als Maarten ’t Hart en Jan Siebelink en karikaturaal weggezet door filosofen als Herman Philipse en Paul Cliteur. Een folkloristisch relict, niet meer van deze tijd, beetje zielig maar onschuldig. ‘De kerken zijn leeg en worden bij opbod verkocht om er supermarkten van te maken. Dat is niet zo erg, want God woont niet in kerken’, zegt Marten Toonder in zijn autobiografie.

Emancipatie en secularisatie hebben hun werk gedaan. Nu wordt het tijd om het weggegooide badwater te onderzoeken op sporen van eventuele mee gespoelde kinderen, op het DNA van het christendom zogezegd. Dat blijkt veel verwantschap te vertonen met dat van andere religies. En als ik Birgit Meyer goed begrijp is het veel meer ingesteld op de gevoelsmatige dan op de dogmatische aspecten van de religie – en vandaar immuun voor rationele bestrijdingsmiddelen, zo blijkt. Wij hebben er behoefte aan, de niet-tastbare werkelijkheid tastbaar te maken. Daar helpen verhalen bij. Ook de fascinerende verhalen uit de Bijbel.

Uit de hervertelling van Guus Kuijer blijkt mijns inziens dat hij de essentie ervan te pakken heeft. Menig predikant kan er een puntje aan zuigen. Een middeleeuwer zou je wazig aangekeken hebben bij de vraag of ze echt gebeurd zijn… ‘Hoezo?’ Emeritus-hoogleraar Wil van den Bercken, met zijn boekje ‘Geloven tegen beter weten in’ kanshebber voor de Theologie Publicatieprijs 2015, gaat zelfs zo ver te zeggen dat hij blij is niet met de Bijbel te zijn opgegroeid en zodoende in staat deze fris te lezen. Hij bedoelt natuurlijk dat hij als kind niet in aanraking is geweest met het hersenspoelende badwater: ‘Mijn insteek is bij de existentiële grondervaringen. Daar vallen de werkelijke beslissingen’.

Gêne

Terug naar die merkwaardige gêne voor het spreken over het (eigen) geloof. Natuurlijk is er bij vrijzinnigen ook zoiets als ‘geloofspraktijk’; maar we lopen er niet graag mee te koop. Als het er op aan komt, weten we drommels goed wat we essentieel vinden; zie Guus Kuijer. Alleen past het niet zo goed bij onze rationeel ingestelde leefwijze, waar emotie naar de privésfeer is teruggedrongen. Iemand als Martha Nussbaum stelt daar tegenover dat ook emoties een bron van kennis (!) zijn, naast het empirische (de ervaring) en het rationele (het denken).

Is het trouwens niet veelbetekenend, dat bij ons zowel wetenschap als godsdienst (en rechtspraak) op hun plechtige momenten, als ze ’ex cathedra’ spreken, dat in hetzelfde tenue, de toga, doen? Emoties zijn dan misschien niet zo gemakkelijk onder woorden te brengen, maar ons non-verbale jargon is voor iedereen goed verstaanbaar. Vandaar onze gevoeligheid voor rituelen. Ook een zogenaamd ongelovige kan zich gesterkt voelen door zegenende woorden, maar kom bij hem niet aan met dogmatiek. Bert Keizer, columnist van Trouw, omschreef dit zo: ‘Het verschil tussen liturgie en dogmatiek is het verschil tussen « goedemorgen » en « vandaag is het 25 april »’.

Het tij keert

Ook de theaterwereld is bezig met een herontdekking van de bijbelverhalen, getuige producties als ‘Genesis’ (het Nationale Toneel), ‘Zie de mens’ (De Appel) en ‘de Bijbeltapes’ (Peter te Nuyl). De Amsterdamse (VU) godsdienstsocioloog Hijme Stoffels zegt daarover dat ‘de religieuze thematiek in de beleving van veel mensen is vrijgekomen van de kerkelijke instituties. Net als de Griekse mythologie behoren de bijbelse verhalen tot de belangrijke bronnen van onze cultuur. Het is niet langer besmet, beladen of controversieel om er iets mee te doen.’

Daarmee is een heel scala aan mogelijkheden opnieuw toegevoegd aan het klassieke repertoire van de Griekse tragedies, die het ook ‘zo goed doen’ omdat ze tijdloos zijn – menselijke verhalen die ons nog steeds raken. Toen Torfs op de middelbare school zat, keerde die gedachte zich bij hem om, zodat hij zich afvroeg waarom in onze tijd niemand nog in Zeus of Apollo gelooft. Wel, op dezelfde manier: de dogma’s zijn ontzenuwd. De menselijke kern, de verhalen, zijn gebleven en spreken los van die goden nog altijd aan. Je zou ernaar verlangen dat het Christelijke badwater definitief naar het rijk der fabelen verwezen zou worden, om de kern van de verhalen weer in het volle daglicht te krijgen. Want religie zit ons in het DNA.

Afbeelding: Wie denkt er op een woensdag nog aan Wodan?

Dit artikel is geschreven door Wim Wattel

VrijZinnig
Dit artikel verscheen eerder in het blad VrijZinnig. VrijZinnig is het kwartaalblad van de Vereniging van Vrijzinnige Protestanten, een beweging voor eigentijds geloven.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *