Laatste nieuws uit Vezelay (4)

Ivo de Jong heeft van zijn ‘kerkjes’ in Velp en Lunteren twee maand studieverlof gekregen. Zinweb vroeg hem te schrijven uit en over Vezelay. Hij logeert daar in één van de twee huizen van Koert van der Velde (Flirten met God).

Saint Père werd in rond 800 met klooster en al verwoest door de Noormannen. Voor mijn vensterruit stroomt La Cure; via deze rivier kwamen ze binnen. Onder aan de berg wonen langer mensen dan waar ook in Nederland. De monniken hebben het hogerop gezocht.

Half acht sta ik samen met het ochtendlicht op. Tijdens het scheren (akoesties tegenwoordig; met zeep en kwast) zing mijn antifoon: “Het morgenlicht zing ik wakker”.  

En hij, die in de spiegel heeft gekeken, lacht (psalm 2).  

Volgt als ik zit, 137: de rivier in Babylon, of psalm 1: “Als een boom is hij, wortelend waar water stroomt”. Want tijdens het zingen kijk ik groetend naar buiten. De rivier is vannacht van de regen  gezwollen.  

Ik steek de kaars aan; mijn knielkruk is mee, ik buig bij het Gloria Patri.  Zo zing ik, volg de lezing van de dag met de hele brede oecumene van de eeuwen der eeuwen. Op mijn iPad heb ik een app met daarop de Sint van de dag. Die doe ik met de croissant en twee keer koffie. Dan ga ik lezen: dertig bladzijden Czeslaw Milosz, om mijn taalgevoel scherp te krijgen; vervolgens de dikke boeken over Rembrandts Religie en in de middag: mijn dierbare Nescio. Studieverlof!

Want half twaalf stijg ik de berg op naar de kerk die ook de mijne geworden is. Wil je die op haar allermooist beleven, zoek op Youtube onder Rostropovich – de grootste cellist – en Bach (de grootste componist). Zijn suites zijn terecht in Vezelay gekomen.

Ik volg het missaal en zing weer de psalmen; de onberijmde van Ida en Marie, in klooster Egmond getoonzet. Ze hebben langzaam en zeker een spoor in me geslepen, ik herken ze: het is gewoonweg mijn weg (psalm 87). Nergens blijk ik meer thuis en mezelf, dan ingebed.

Bij vipassana word je afgeraden dagboek te schrijven, te bidden of van binnen te zingen. Dat kun je mij beter niet zeggen. Ik heb het dubbel opgepakt, en werkelijk – ik knap en verheug me er van op.

Het is altijd in mij blijven zingen, merk ik. Tien jaar niet meer aan gedaan, en zie: het was als gisteren. Als de goede vriend met wie je altijd de draad weer kunt oppakken.

Dit schrijf ik na twee weken discipline en hoop, dat ik het volhouden zal.

Ook schrijf ik weer dagboek. Mijn handschrift was hand over hand getikt geworden. Die mooie dike dagboeken kun je bijna alleen nog maar via internet bestellen. Brieven met vulpen, zoals het hoort. Wie schrijft of krijgt er nog een brief? Maandag gaat de postbode er uit, hoor ik?   Zoals ik me tegenwoordig ook weer akoesties, met de kwast, scheer. 

De hele dag door zingt de glimlach van de oude antifoon uit klooster Sion in mij: “Mens, hoe lang blijft je hart verstokt / Geef je gewonnen, kom tot jezelf..” (psalm 4). 

In Vezelay begint de pelgrimsweg naar Compostella. Dit dan is mijn pelgrimsweg, naar God in Frankrijk.

Ivo de Jong
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *