De kunst van het geven

Jan van Berry, Borso d’Este, Nadezja von Meck, Ottoline Morell, Adriaan van der Hoop, Jasper Peterich, Ieke Frankenmolen, Sal Slijper. Bekende namen? waarschijnlijk niet. Gaius Cilnius Maecenas, Lorenzo de’ Medici, Hélene Kröller-Müller, Joop van der Ende, Peggy Guggenheim. Deze misschien al meer? Door Kalle Brüsewitz.

Sommige van deze namen kennen we uit de geschiedenisboeken, sommige kennen we van televisieprogramma’s, sommige van plekken die we vaak bezochten. De meeste kennen we niet.

Mecenas of sponsor

Gelukkig is dat eigenlijk precies de bedoeling. Een mecenas haalt geen financiële winst uit z’n investering in, meestal, cultuur en is daarmee iets anders dan een sponsor. Een sponsor steekt geld in iets om er op de lange termijn geld aan te verdienen. Toch is het een hele dunne lijn. Het geld verdienen is niet de eerste prioriteit van de mecenas, maar bekendheid geven aan dat wat hij of zei doet is wel prioriteit. Kunst verzamelen en aan een museum schenken, of zelf een museum openen, maakt dat kunst meer. Uiteindelijk worden er zelfs musea naar mecenassen genoemd. Los van het feit of ze dat zelf gewild hebben. De lijn tussen mecenas en sponsor is flinterdun.

Terug van weggeweest

Het klinkt natuurlijk zuur, want het mecenaat is terug van weggeweest en keihard nodig. Wat langzaam een zaak van de staat was geworden, is dat niet meer. Grote instellingen als ‘Het concertgebouw, gemeentemuseum Den-Haag, Museum de Pont in Tilburg, Teylersmuseum Haarlem en zelfs het Rijksmuseum waren ooit particuliere initiatieven. Inmiddels kunnen deze instellingen op eigen benen staat, maar de gigantische inbreuk op de subsidiegelden zorgt ook voor nieuwe creativiteit. het behoud van kunst blijft een taak van de staat. Musea vieren hoogtij, zeker als er een goed marketingplan achter schuil gaat. Als het gaat om de ontwikkeling van jong talent is het mecenaat veel harder nodig. Net als vroeger. Het verschil met de staat is dat subsidie vrijwel altijd gaat naar gevestigde namen en redelijk risicoloos is. Mensen die geloven in je en bereid zijn risico te nemen zijn vele malen zeldzamer. De familie Dei Medici geloofde in Da Vinci, Brunelleschi en Botticelli. Von Meck geloofde in Tsjaikovski, Morell geloofde in Woolf.

Dit zijn de namen

Tegenwoordig zijn er fondsen. Rijke mensen die hun fortuin nalaten in een fonds met een bepaald doel. Zo zijn er een groot aantal, relatief onbekende, mecenassen die het Nederlandse cultuurveld ondersteunen. Het ‘Peter Paul Peterich Fonds’ keert bijvoorbeeld ieder jaar geld uit aan jonge veelbelovende kunstenaars zodat ze zich in alle rust kunnen ontwikkelen. Dit doen ze in samenwerking met het ‘Prins Bernhard Cultuurfonds’. Andere fondsen richten zich meer op het behoud van Rotterdamse gebouwen, zoals het ‘Ted Schutte Fonds’, beheerd door zijn vrouw Ieke Frankenmolen. Mensen die geld steken in dingen die zij belangrijk vinden. Sommige doen het in de luwte, anderen verwerven naam en faam. Sommige hebben naam en faam omdat ze andere dingen gedaan hebben. Joop en Janine van den Ende zijn waarschijnlijk de bekendste mecenassen van deze tijd. Niet alleen hebben ze een theater uit de grond gestampt (DeLaMar), maar vooral hun ‘Van den Ende Foundation’ spreekt tot de verbeelding. Jonge muzikale talenten die geen geld hebben voor die dure viool die ze echt nodig hebben om dat stapje richting de wereldtop te maken, krijgen deze van deze foundation. Geen gevestigde namen, geen poespas en grote projecten. Joop van den Ende is een mediaman die een hele hoop bagger gemaakt heeft. Een zakenman die heel veel geld verdiend heeft met een hele hoop ellende, maar die tegelijkertijd in de luwte cultuur in Nederland vooruit helpt. Dat is een klassieke mecenas. Dat is de kunst van het geven. En gelukkig zijn ze er nog.

Kalle Brüsewitz
Kalle Brüsewitz (soulchecker.nl) is afgestudeerd in de theaterwetenschappen en kunsteducatie en is werkzaam als freelancer op het gebied van journalistiek en kunsteducatie. Hij noemt zich SoulChecker en zoekt naar dat waar mensen zich geraakt door voelen; in kunst, politiek en religie. Ook werkt hij als coördinator in een Aanloopcentrum voor iedereen die behoefte heeft aan koffie en een praatje.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *