Kunst: Hooiwagen

Nog nooit in mijn leven stond ik zo lang naar iets te kijken. Nog nooit in mijn leven vond ik een kunstwerk dat ik langer dan vijf minuten de tijd gunde zich aan mij te openbaren. Het is niet dat ik nooit iets mooi vond, want ik heb de prachtigste dingen gezien. Kunst ontroerd en schokt mij vaak genoeg. Maar niet zoals nu. Door Kalle Brüsewitz.

Het wordt een mooi jaar. Één van de grootste schilders ooit is geboren in ‘s-Hertogenbosch, en komt in 2016 terug. Dit jaar is Jheronimus Bosch-jaar. Bosch’ grootste werken zijn al decennia niet meer in Nederland te zien geweest en dat is echt eeuwig zonde. Maar in het Rotterdamse Museum Boijmans van Beuningen is een hele tentoonstelling gebouwd om de ‘Hooiwagen-triptiek‘ van Bosch. Het schilderij is met moeite vergaard uit de collectie van het Museo Nacional del Prado in Madrid en zal ook tijdens het Bosch-jaar een prominente rol krijgen. Al de grote werken komen naar Nederland, behalve één. Het belangrijkste werk, de ‘Tuin der lusten‘, blijft achter in Madrid. Gelukkig is de ‘Hooiwagen’ ook de moeite waard.

De zaal is vol, heel vol. Ik loop er recht tegenaan. Midden in de tentoonstellingsruimte is hij opgesteld, zodat je er omheen kan lopen. Hordes mensen drommen om het meesterwerk. Ik geef mezelf vijf minuten. Ik loop een rondje op de tentoonstelling en blijf soms even staan. Met een schuin hoog houd ik de triptiek in de gaten. Zodra het even wat rustiger is positioneer ik mezelf midden voor het werk. Ik kijk en blijf kijken. Even hoor ik niks meer. Het is een trip, een illusie. Het is gedetailleerd angstaanjagend en angstaanjagend gedetailleerd. Goed en kwaad, gescheiden door kleur en scharnieren. Goed en kwaad, weergegeven in drie fases.

Ik kom steeds dichterbij. Een cipier schijnt tegen me gepraat te hebben. Ik zoek als een metaaldetector het schilderij af. Van boven naar beneden, van links naar rechts. Het is prachtig. De tijd verstrijkt. Mensen komen en gaan. Elk detail is symbolisch. Mensen met rattenhoofden en enge ogen. Gewone harde werkers bezig met hun dagelijkse sleur. Licht en donker, goed en kwaad. Werktuigen gebruikt als werktuigen. Werktuigen gebruikt als moordwapens. Alles komt samen en de tijd verstrijkt. Het wordt me te druk.

Als ik buiten loop zie ik rattenhoofden voorbij lopen. Ik deins terug voor wandelstokken, die als moordwapens heen-en-weer bewegen. Ik zie mensen naar me kijken. De werkelijkheid is ineens Bosch geworden. Ik zie overal goed en kwaad. Ik zie kleuren versterken en vervagen. Ik duik diep in m’n jas en voel mijn toegangskaartje diep in mijn zak. Ik moet terug. Het kan nog net.

Het is kwart voor vijf als ik de zaal in loop. Het museum is bijna dicht en er is niemand meer in de zaal. Ik kom steeds dichterbij en verdwijn weer in het hooi. Ik kom pas weer bij zinnen als er iemand aan mijn jas staat te trekken. Ik kijk opzij en schrik. Een man met een rattenhoofd kijkt me boos aan. Ik ben in de war. Het is vijf uur. Of ik naar de uitgang wil gaan.

Nog nooit, maar nu wel. Lang, steeds langer. Ik verheug me op het Bosch-jaar, want nog nooit zag ik zoiets moois.

De tentoonstelling ‘Van Bosch tot Brueghel‘ is nog te zien t/m 24 januari in Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam.

Illustratie: Jheronimus Bosch – Hooiwagen-triptiek (1515)

Kalle Brüsewitz
Kalle Brüsewitz (soulchecker.nl) is afgestudeerd in de theaterwetenschappen en kunsteducatie en is werkzaam als freelancer op het gebied van journalistiek en kunsteducatie. Hij noemt zich SoulChecker en zoekt naar dat waar mensen zich geraakt door voelen; in kunst, politiek en religie. Ook werkt hij als coördinator in een Aanloopcentrum voor iedereen die behoefte heeft aan koffie en een praatje.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *