Klein maar fijn

Thea G. Rienksma – In het Friese dorp Koudum staat de grote kerk nog altijd midden in het dorp. Maar de gemeente die dit gebouw ooit vulde, domineert de dorpssamenleving niet meer en speelt inmiddels een bescheiden rol. 

Krimp accepteren
Verscholen achter de kleine doopsgezinde vermaning woont de predikant van twee kleine pkn-gemeenten verderop. Ds. Wim Beekman is een optimistisch mens en praat met warmte en betrokkenheid over zijn gemeenten. Hij gebruikte zijn studieverlof om na te denken over de betekenis en toekomst van de kleine gemeente. Het verslag van dit studieverlof is een lofrede op de dorpsge- meente en heeft een opvallend positieve en optimistische toon. Beekman houdt niet van doemdenken en hij heeft de cijfers op zijn hand. Het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft becijferd dat de leegloop van de kerken geen neergaande lijn is, maar een curve. Na 2015 komt er een kentering en blijft het aantal mensen dat lid is van een kerkelijke gemeente vrij constant. Beekman: ‘Als kerk moeten we accepteren dat we in de krimp zitten. Wij zijn als protestanten geen meerderheid meer, we staan niet meer in het centrum van de samenleving zoals vroeger. Daar kunnen we weinig aan doen, het is een maatschappelijke beweging die we niet kunnen keren. We zijn geen hoeder van het geweten meer, maar nog wel hoeder van mensen. Naast de andere verbanden in een dorpsgemeenschap is daar ook de kerk. Onze identiteit is dat we het over God hebben en dat we het lampje brandende dienen te houden. We zijn een minderheid geworden als kerk, maar we zijn niet minder geworden.’

Geloof in het gewone
Beekman ziet de toekomst van de dorpskerk in het dorp zelf. Hij ziet niets in bovenlokale verbanden, fusies of schaalvergroting. Wel is het zinvol en soms nodig om van onderaf tot samenwerking te komen met andere gemeenten. Ook om te voorkomen dat het eigen clubje teveel naar binnen gekeerd raakt. Prikkels van anders-gelovigen zijn van levensbelang. ‘We moeten af van enkel een formele structuur in de kerk’, zegt Beekman. ‘Ik denk dat het in de kerk informeler moet. Laat informele groepjes taken op zich nemen, zonder daar ingewikkelde constructies van te maken met werkgroepen en commissies op basis van vertegenwoordiging, etcetera. Mensen doen een tijdje iets, daarna houdt het op en doen anderen wel weer iets (anders). Ook de kerkenraad moet klein zijn, het liefst met alleen een voorzitter, secretaris en penningmeester. Ik zie dat bij doopsgezinde gemeenten om mij heen en leer veel van ze. Mijn doopsgezinde buurman hier in Koudum, Harmen Ament, leerde me dat je in een gemeente drie zaken hoog moet houden: de zondagse kerkdienst, het huisbezoek en de catechese. Dat is onze core business. Als predikant sta je midden in de dorps- gemeenschap en ben je er voor de mensen, ook voor diegenen die niet direct tot jouw clubje behoren. Er wordt nog al eens schamper gedaan over de mensen die slechts voor de doop, het huwelijk of de begrafenis een beroep doen op de kerk. ‘Geloof op wielen’ wordt dat genoemd. Maar ik heb daar geen moeite mee. Wij hebben als kerk een dienende taak in de gemeenschap. Ik geloof in het gewone. Onze gemeente is heel open en tolerant, maar ook heel bescheiden. We hoeven de wereld niet te verbeteren of te bekeren, het gaat niet meer om de grote verhalen. Maar iedereen weet dat wij het hier over God hebben, en er zijn nog altijd mensen die daar behoefte aan hebben.’

Betrokken kerkganger
Beekman krijgt van collega’s nog weleens te horen dat hij naïef is in zijn optimisme. Maar overal in het land wordt hij uitgenodigd om lezingen te geven. Hij heeft het vermoeden dat mensen moe worden van het doem- denken en toe zijn aan een ander geluid. Zelf komt hij uit de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk. Het was vanzelfsprekend dat hij predikant zou worden en hij is dat ook vijftien jaar lang met hart en ziel geweest. Hij werkte hard en deed zijn uiterste best jongeren de kerk in te krijgen en het tij van dalend ledental te keren. Maar het hielp allemaal niets. Gedurende een aantal jaren koos hij voor totaal ander werk: hij werd adviseur en conflictbemiddelaar van schoolbesturen. Hij wilde ervaren of de kerk werkelijk zo belangrijk was in zijn leven. Dat bleek het geval te zijn: hij bleek een zeer betrokken en kritisch kerkganger te zijn, die de zaken nu eens van de andere kant dan vanaf de kansel meemaakte. Uiteindelijk koos hij toch weer voor het predikantsschap, maar was een stuk milder geworden en had meer relati- veringsvermogen. In 2005 werd hij voor 75% beroepen in de pkn-gemeenten van Warns en Molkwerum.

Geestelijk leider
Vorig jaar publiceerde het Friesch Dagblad een artikel van zijn hand: De tien geboden voor de dorpsdomineeHet stuk is met humor geschreven en geeft Beekmans visie weer op de toekomst van de dorpskerk en de taak en positie van de predikant. De rol van de predikant relati- veert hij overigens niet. Hij zegt: ‘Jij bent de dominee en jij bent aangesteld om de gemeente te dienen. Je moet ook geestelijk leider durven zijn. Tegelijkertijd ben je als predikant een passant. Je plek is in de gemeente en je moet je niet verliezen in allerlei bovenplaatselijke overlegorganen en – verbanden, of zaken waar de gemeente niets aan heeft. Ik denk wel dat de moderne predikant iemand moet zijn die goed kan communiceren en die goed met zijn of haar tijd om kan gaan. Vaak betreft het deeltijdaanstellingen en moet je efficiënt werken. Dat heb ik trouwens wel geleerd in de jaren dat ik niet in de kerk werkte.’ Wat doet ds. Beekman zelf om het vol te houden en optimistisch te blijven? ‘Ik heb erg veel plezier in mijn werk, ik vind het fijn om onder de mensen te zijn. Ik put veel vreugde uit de rijkdom van de christelijke traditie. Er zit veel troost en schoonheid in de bijbelse verhalen, in de liederen en de poëzie.’ 

Dit artikel verscheen eerder in de Doopsgezind NL van april, die te downloaden is via deze link.

Foto: pa3ems/Wikimedia Commons

Claudia Pietryga
Claudia deed zowel een sociaal-agogische als journalistieke opleiding en is alweer bijna tien jaar freelance journalist. Ze schrijft het liefste over maatschappelijke onderwerpen en publiceerde onder meer stukken in de Flair, Hallo Jumbo, Spits, Het Parool, diverse blogs, lokale bladen en uiteenlopende (online) media voor met name ondernemers.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *