Kerstverhaal deel 1

Het was koud, heel koud. Het sneeuwde, met zo nu en dan wat frisse hagel, en dan ook nog tussendoor een laag ijzel aangevoerd met harde stormvlagen. Kortom: het was slecht weer.

En dan waren ze ook nog arm, dat hadden ze ook al niet mee. Het jongetje en het meisje liepen samen door het donkere bos, aan hun voeten een stel oude slippers, een dunne broek met gaten, en een jas waar de kat nog zou weigeren om erop te gaan liggen. Maar die kat was ‘m allang gesmeerd, katten weten niets van liefde en trouw, die gaan gewoon voor lekker eten en een zacht kussentje achter een warme kachel. Nee, dan deze twee kinderen. Zij zochten een moeder, want, zoals iedereen weet, zijn moeders altijd lief en zorgen goed voor hun kinderen. Zij hadden het per ongeluk slecht getroffen: de vrouw die ooit voor hen zorgde was in de zomer met de muziek mee gegaan, en sindsdien had niemand meer iets van haar vernomen. Een vader hadden ze nooit gekend, en de buurvrouw was het zat om steeds pannetjes soep te brengen. Dus zat er, in deze donkere dagen voor kerst, niets anders op dan de deur van hun koude vochtige hut te sluiten en net als Jozef en Maria op pad te gaan, op zoek naar een warme stal, of desnoods een saaie eengezinswoning in de stad vlakbij. Hun moeder moest toch érgens zijn? En naar ze verlangen? Hoe moeilijk kan het zijn, om wat warmte en liefde te vinden? Welbehagen, en een feestelijke kerstboom, liefst met veel cadeautjes eronder?

(wordt vervolgd)  

Rini Rikkert
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *