Kerkdienst (5)

De apostel Paulus had de gewoonte om zijn brieven te beginnen met een groet: die groet is in veel kerken overgenomen. De voorganger spreekt dan als het ware even namens God, en heet de mensen welkom met de woorden ‘genade zij u en vrede, van God onze vader en van Jezus Christus, door de Heilige Geest, amen’.

Soms gaat het ook, met weer wat andere woorden, in een tweespraak: de voorganger zegt dan bijvoorbeeld ‘de Heer zal bij u zijn’ en de gemeente antwoordt ‘de Heer zal u bewaren’. Dat laatste is kort en helder, maar toch kies ik liever voor die eerste vorm, misschien vooral vanwege die eerste woorden. Wat extra vrede kunnen we altijd wel gebruiken, en genade… ja, dat is wat moeilijker.

Mensen die zelden of nooit naar de kerk gaan, kennen dat woord amper meer en krijgen er hoogstens associaties bij van een gevecht, waarbij de verliezer om genade kermt. Bijbelse genade is niet iets waar je om hoeft te vragen, je kan het ook niet verdienen, het is er gewoon. Je merkt het vanzelf, als je bewust met je geloof bezig bent: dan zijn er van die ‘genademomenten’ waarop je je ineens heel gelukkig en verbonden kan voelen, of een ander moment waarop je juist inziet dat je fout zat, maar weet dat je tóch opnieuw kan beginnen. Het Griekse woord voor genade,‘charis’ gaat in de richting van iets moois, iets vrolijks, iets om dankbaar voor te zijn: een cadeau waar je niet op gerekend had, zomaar, omdat de ander (God) van je houdt.  

Rini Rikkert
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *