Kerk voor de sterken

Acht jaar geleden schreef ik er een essay over. Het blad Praktische Theologie wijdde er pas een themanummer aan. En het blijkt nu ook uit het nieuwe rapport ‘God in Nederland:’ de kerk is teveel een kerk voor de zwakken en te weinig voor de sterken. Mensen zijn sterk en mondig geworden door het proces van individualisering. De paus en behoudende protestanten vinden dat een goddeloze ontwikkeling,  maar zelf herken ik er de inspiratie van de Geest in. Mensen ademen met Gods adem en beslissen zelf. Ze nemen verantwoordelijkheid voor hun leven en zijn niet meer afhankelijk van een machtige kerk die fronsend voorschrijft wat goed voor hen is.

De Reformatie leerde dat elk mens persoonlijk voor Gods aangezicht staat (coram Deo). Hierdoor groeide het individu in zelfbewustzijn en gevoel van eigenwaarde. Onderwijs, gezondheidszorg, welvaart en democratie moesten voor iedereen beschikbaar komen. Dat zette mensen nóg steviger op eigen benen. Vandaag geloven en doen ze alleen datgene waarvan ze door de Geest in hen overtuigd zijn, om het in termen van de Reformatie uit te drukken. Wat binnen in hen resoneert, schrijft de filosoof Charles Taylor. ‘Wat goed voor mij voelt,’ zeggen mensen in de kroeg.  

De ironie is dat de kerk, die mede verantwoordelijk is voor dit proces van individualisering, vandaag die sterke leden van onze samenleving niet aanspreekt. Dat komt omdat ze zich eenzijdig op de slinkende groep zwakken blijft richten. De lager opgeleide, moralistische en behoudende burgerij is in de Protestantse Kerk driemaal zwaarder vertegenwoordigd dan in de rest van de samenleving. Voor hen functioneert de kerk, in de woorden van de theoloog  Bonhoeffer, nog als een ‘religieuze apotheek’ die hen voorziet van geborgenheid, houvast en richting in hun leven.

Als u tot deze groep behoort, denk dan eens aan uw kinderen die bijvoorbeeld als manager werken in de Amsterdamse Zuidas. Zitten die te wachten op een preek hoe ze leven moeten? Nee. En geborgenheid vinden zij hun eigen zaak. Wel kunnen zij soms vanachter hun laptop naar de hemel staren, zoekend naar zin, of verlangend naar een spiritueel woord of gebaar dat een existentiële crisis kan overstijgen. Maar daarbij denken ze nauwelijks aan de kerk.

Alleen al de Protestantse Kerk verwacht nog 750.000 leden te verliezen. Voor elk bedrijf is dat genoeg om het bestuur te ontslaan. Maar God heeft zichzelf allang weg laten sturen. Niet alleen op de kerkelijke hoofdkantoren, maar overal in de maatschappij staat zijn braamboshouten bureau leeg.

God, profeteerde Bonhoeffer, heeft zich in Christus de wereld uit laten drukken aan het kruis. Vroeger, toen de mens zwak en afhankelijk was, was God almachtig en ‘sterk.’ Vandaag zijn de mensen sterk geworden en is God ‘zwak.’ Hij heeft zich teruggetrokken en geeft mensen zo de ruimte om zich te ontplooien.

Ik ben ervan overtuigd dat de kerk vandaag de diepe weg van Christus gaat. Ook zij wordt immers naar de zijlijn van de maatschappij gedrukt, waarvandaan God in een gekreukt colbertje en met zere wangen zijn Geest de wereld inblaast. Maar de kerk heeft nog moeite dat te erkennen. Het snijdt ook in mijn eigen pastorale vlees.

Want de ontkerkelijking houdt de ontmanteling in van een instituut dat meer dan duizend jaar overal in de samenleving aanwezig was, met macht of gezag. Zoveel verdwijnt: talrijke kerkgebouwen (waaronder soms wondermooie); een brede kennis van de christelijke traditie en cultuur; een bijna vanzelfsprekende spirituele en morele vorming; een wijdvertakt vrijwilligerswerk en nog veel meer.

Geen wonder dat de kerk tegenspartelt. Toch moet ze er aan geloven. Als God zich naar de rand heeft laten schuiven, dan past het de kerk om hem daarin met  vertrouwen en niet zonder vreugde te volgen. Het is de geduchte weg van overgave waarin de kerk meer en meer de gestalte van de ‘zwakke’ God aanneemt. Dan kan een wonder gebeuren: zij zal meer voor de sterken gaan betekenen – vandaag de meerderheid van de bevolking.

Die sterken hebben de kerk even hard nodig als de zwakken, maar op een totaal andere wijze. Ze zoeken naar de zin van het leven in hun werk, relaties, mooie dingen of exotische vakanties. Tevergeefs.

Want die zin heeft iets soevereins. Je kunt hem niet vinden of zelf fabrieken; hij kan alleen worden ontvangen. Dit vereist een overgave die het werk is van dezelfde Geest die mensen tot zelfbewuste individuen maakt. Alleen iemand die op eigen benen heeft leren staan, kan werkelijk neerknielen.

Een kerk die zich gekreukt naar de zijlijn heeft laten manoeuvreren, kent het geheim van die overgave. Hoewel zonder aanzien of luister, blaakt ze van zin en geluk.

Daarom zal een zwakke kerk de sterken aanspreken.

 

Bron: GOD & HEER K., J.-J.Suurmond
uitgave Meinema, Zoetermeer 2009

Jean-Jacques Suurmond
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *