Kampen en vrijzinnigheid (8)

Vanaf september 2012 sluit de Theologische Universiteit in Kampen haar deuren. Eigenlijk moeten we zeggen: de PThU afdeling Kampen. Aan een tijdperk van ruim 150 jaar theologie bedrijven in dit kleine stadje aan de IJssel komt dan een einde. Zinweb vroeg een aantal oud-studenten en docenten naar hun ervaringen. Hoe kijken zij terug? Een aantal van hen noemt zichzelf vrijzinnig. Anderen spreken zich hier niet expliciet over uit, maar voelen zich binnen de orthodoxie niet meer thuis. 
Vandaag deel 8:  Folly Hemrica

Ook voor dromers, dichters en kunstenaars was er in Kampen ruimte. Toen ik in 1976 in Kampen ging studeren, trof ik al heel snel Gerard Rothuizen, hoogleraar ethiek en evangelistiek. Dankzij hem leerde ik niet alleen het werk van Bonhoeffer kennen, maar ook dat van Hans Andreus, Gerrit Achterberg en Nescio. Hij introduceerde me in de literaire kring, een vrolijk studentengezelschap onder zijn bezielende leiding. En hij kwam met regelmaat in mijn studentenkamer een gedicht van Vasalis voorlezen. Veelvuldig liet hij poëziebundels bij mij achter, altijd de gevleugelde woorden: “Heb ik dubbel…”. Een inspirerende man, die er bovendien voor zorgde dat ik een jaar in Edinburgh kon studeren, waar ik me kon bezighouden met narratieve theologie en het doordenken van poëtische taal. Ik hield me in Schotland bezig met de vraag wat kunst tot kunst maakt, met het metaforisch karakter van de gelijkenissen, en met Engelse poëzie. Gerard Rothuizen liet mij zien dat er een grote verwantschap bestaat tussen kunst en theologie, tussen de taal van de kunst en de taal van de spiritualiteit. Ik weet niet of hij er ooit college over gaf, hij was voor mij de link tussen theologie en poëzie in persoon. Dat bleek ook altijd uit zijn preken, die lyrisch en humoristisch waren. Daarmee vertegenwoordigde hij ruimte om anders te zijn, om te experimenteren en nieuwe taal te spreken. Ik herinner me dat hij op een zondag in de Burgwalkerk in Kampen het verootmoedigingsgebed inzette met de woorden: “Goede God, het was weer niets deze week. Máár…U zult ons volgende week eens zien! AMEN.” Ruimte om af te wijken van de clichés, ruimte voor nieuwe taal…

Rothuizen haalde de toneelspeler Henk van Ulsen naar Kampen en liet hem Prediker aan ons voorlezen, een onvergetelijke ervaring! Ongetwijfeld ook voor Henk van Ulsen, want hij kwam uit Kampen, zijn ouderlijk huis stond achter de Bovenkerk! En hij had ‘voor hij aan het toneel ging’, graag dominee willen worden.

Of ik in Kampen veel theologie heb geleerd, weet ik niet. Ik kwam er misschien niet “geleerd”, maar wel enigszins “geletterd” vandaan en dat was voor mij van groot belang.

De afgelopen achttien jaar heb ik gewerkt als justitiepredikant, een enerverende baan, maar wel precies het werk dat de ruimte bood, waar ik in Kampen van geproefd had. Geen knellende kerkelijke kaders, maar een bont proefveldje met gemeenteleden uit alle denkbare windstreken. Vieringen met een oecumenische liturgie, waar tot mijn verrassing mannen uit de Gereformeerde Gemeente ( van de Zeeuwse eilanden) een kaarsje opstaken (!) naast hun zwarte broeders uit de Evangelische Broedergemeente. Ik ontwikkelde als bijzondere vorm van pastoraat kunstprojecten met gedetineerden. Projecten waarin we o.a. grote zeefdrukken maakten en waar mannen onbevangen in gesprek konden raken. Henk van Ulsen, met wie ik ná Kampen bevriend raakte, ging heel regelmatig mee om poëzie te lezen tijdens die projecten. Poëzie  van Vasalis en natuurlijk van Ida Gerhardt, die in Kampen les had gegeven en vroeger bij Henk’s ouders in huis had gewoond. Zo bleef Kampen op allerlei manieren meezingen in mijn werk!

Ruimte om te experimenteren en nieuwe wegen te verkennen, dat is voor mij Kampen geweest. Met dank aan Gerard Rothuizen!

Wie over de kunstprojecten in de gevangenis meer wil weten, kan kijken op mijn website : www.follyhemrica.nl

Folly Hemrica
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *