Kampen en vrijzinnigheid (5)

Beatrice Jongkind – Geloven-vragenderwijs. Zo luidt de titel van de in 1981 gebundelde artikelen, uitgegeven bij de viering van het 25-jarig professoraat van dr. J.T. Bakker in Kampen. Rood kaft, niet over het hoofd te zien: ik kocht het direct. Studente theologie aan de Theologische Hogeschool, werd ik als door de bliksem getroffen door die titel.

Eindelijk, het mocht, vragen stellen en de hoogleraar dogmatiek vond het goed. Want een vragensteller was en ben ik. Vragen vanuit het diepst van mijn ziel. Vaker dan me lief was, vond ik onder mijn medestudenten weinig gehoor daarvoor, vond ik. In ieder geval weinig herkenning voor waar ik mee worstelde in mijn leven. Ik geloof trouwens dat ik toen zelf ook nog niet goed wist. Onder de (hoog)leraren echter vond ik des te meer respons, zij lieten me meestal niet in de steek. Professoren zoals Jan Bakker en Gerrit Hartveld, Cees den Heyer en de studentenpredikant Jaap Faber lieten zich uitdagen of begrepen in ieder geval mijn overweging en hadden die zelf wellicht ook wel eens gehad.

En dan ineens die titel van dat boek in de etalage van Kok Kampen: Geloven-vragenderwijs. Wat een feest. ‘Jij moet journalist worden,’ zei professor Hartveld eens tegen mij, naar aanleiding van mijn vele vragen en nieuwsgierigheid. En zo gezegd zo gedaan. Enkele jaren later maakte ik de burelen van het dagblad Trouw onveilig. En toch: na verloop van tijd begon het te kriebelen en werd ik alsnog predikant/geestelijk verzorger. Want ik kon nu wel volop vragen stellen, maar ik had toch ook wel wat antwoorden in huis? En daarnaast een gedegen opleiding theologie en een groeiende behoefte om mezelf uit te spreken?

Want ja, gedegen vond ik de studie in Kampen wel. Nu ik terugkijk, concludeer ik dat ik er veel geleerd heb. Niet alles is in de praktijk toepasbaar, maar de inhoud van de studie heeft wel mijn denken bepaald. De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat dit met name kwam door de ‘wortel’ van ons christelijk geloof, het volk Israël en de joodse omgang met de geschriften. Al tijdens mijn eerste studiejaar gingen we met een groep naar dat gelijknamige land toe, trokken daar rond en ontvingen boeiende colleges. Hier ligt het antwoord op mijn vragen, wist ik meteen. Nu begin ik te begrijpen waarover onze theologie, ons geloof gáát. Niet dogmatiek en bijvoorbeeld het wetenschappelijk omgaan met de Bijbeltekst verduidelijkten voor mij de inhoud van mijn geloof, maar de joodse oorsprong en traditie.

Die ontdekking maakte mij vrij van alles wat in Kampen eventueel riekte naar belijdenisdwang, verkeerd gebruik van de dogmatiek en wetticisme. Alles wat ik van toen af aan las en hoorde, toetste ik aan wat ik van ‘het jodendom’ opstak. Zo las ik ‘Het Achttiengebed’, een uitgave van de Folkertsmastichting, over het hoofdgebed van de synagoge. Het hele leven werd erin behandeld, van ballingschap tot en met je stoelgang. Een beter theologisch en pastoraal begin van mijn studie kon ik niet  hebben. Eén denkbeweging die ik me eigen heb gemaakt, zowel vanuit het joods gedachtegoed als vanuit wat in Kampen werd onderwezen, wil ik hier noemen. Ik trek in mijn redeneren en mijn theologie lijnen van ‘het bijzondere’ naar ‘het algemene’ in plaats van andersom. Ik heb trouwens wel eens de indruk dat deze manier van denken dwars op de vrijzinnigheid staat. Wie het antwoord op die laatste stelling weet, mag het mij zeggen. En dat is dan weer vrij zinnig.

Claudia Pietryga
Claudia deed zowel een sociaal-agogische als journalistieke opleiding en is alweer bijna tien jaar freelance journalist. Ze schrijft het liefste over maatschappelijke onderwerpen en publiceerde onder meer stukken in de Flair, Hallo Jumbo, Spits, Het Parool, diverse blogs, lokale bladen en uiteenlopende (online) media voor met name ondernemers.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *