Kampen en vrijzinnigheid (3)

Vanaf september 2012 sluit de Theologische Universiteit in Kampen haar deuren. Eigenlijk moeten we zeggen: de PThU afdeling Kampen. Aan een tijdperk van ruim 150 jaar theologie bedrijven in dit kleine stadje aan de IJssel komt dan een einde. Zinweb vroeg een aantal oud-studenten en docenten naar hun ervaringen. Hoe kijken zij terug? Een aantal van hen noemt zichzelf vrijzinnig. Anderen spreken zich hier niet expliciet over uit, maar voelen zich binnen de orthodoxie niet meer thuis. 
Vandaag deel 3:  oud-student Dick Engberts.

Een blinde vlek in de herinnering: Kampen en de vrijzinnigheid.

Uiteindelijk houdt wetenschap zich slechts met één basale vraag bezig: Waarom zijn de dingen zoals ze zijn? Waarom valt een appel op de grond nadat het steeltje van de tak is losgeraakt en waarom stijgt hij niet op als een ballon? Waarom staan van nature schuchtere mensen te schreeuwen in een voetbalstadion? Waarom spreken mensen in de media openhartig over aspecten van hun leven die ze hun buren nooit zouden durven vertellen? Waarom worden mensen getroffen door ziekte, gebrek en verdriet? De ene vraag is de andere niet, maar er is een gemeenschappelijk patroon: waarom zijn de dingen zoals ze zijn?

Deze bijdrage is een herinnering. Een herinnering aan een wereld die goeddeels voorbij is. Een wereld die begint in de tijd dat de dingen nog vanzelfsprekend zijn. In de vroege jeugd dus.

Eerst iets algemeens. Er is een onderscheid tussen een volkskerk en een belijdende kerk. Er zijn natuurlijk mengvormen, maar ruwweg geldt het volgende. Een volkskerk is een kerk waartoe je behoort krachtens geboorte. Je hebt er nooit echt voor gekozen, je treft jezelf er in aan. Een belijdende kerk is een kerk waarvoor je welbewust kiest; je hoort er alleen bij nadat en zolang je kenbaar maakt dat je erbij wílt horen.

De hervormde kerk in Kampen in de jaren vijftig van de vorige eeuw was in veel opzichten een volkskerk. Het was vanzelfsprekend dat je hervormd was, het was vanzelfsprekend dat anderen hervormd waren en het was ook vanzelfsprekend dat het koninklijk huis hervormd was. Natuurlijk waren er andersdenkenden: roomsen, gereformeerden, buitenkerkelijken. Daar was niets aan te doen en het was ook niet bedreigend, zij het dat het wel problematisch zou zijn als de roomsen de meerderheid in het land zouden gaan vormen – en daarop waren ze uit.

Natuurlijk waren er richtingen binnen de hervormde kerk. Naar eigen besef waren wij ‘gewoon hervormd’ maar die kwalificatie kon natuurlijk iedere richting voor zichzelf claimen. Wat theologischer gezegd: wij bevonden ons aan de lichte kant van de midden-orthodoxie. Dat begrip suggereerde bewust een zekere gematigdheid – vooral geen scherpslijperij – en had bovendien een polemische spits naar twee kanten: het distantieerde zich van de aanhangers van de gereformeerde bond en het koos positie tegen de vrijzinnigheid. Over de gereformeerde bond gaat het hier niet; wel over de vrijzinnigheid.

Om te beginnen golden vrijzinnigen nauwelijks als mede-hervormden. Ze behoorden tot een meer algemene categorie van niet-orthodoxen, waartoe ook remonstranten, doopsgezinden en lutheranen werden gerekend. Ze kwamen ook niet voor in het kerkblad Hervormd Kampen en konden niet beschikken over de hervormde kerkgebouwen. Omdat de wereld verzuild was, kwam je ze ook niet zo gauw tegen. Niet op de hervormde lagere school (Oranje-Nassauschool) en niet op de protestants-christelijke middelbare school (Johannes Calvijn-lyceum).

Na de middelbare school ging ik theologie studeren en dat bracht me – niet helemaal logisch en voorspelbaar – aan de Theologische Hogeschool aan de Oudestraat. Het gebouw kende ik een beetje: gedurende de jarenlange verbouwing van de Bovenkerk was de aula van de hogeschool in gebruik voor hervormde kerkdiensten. In dezelfde aula had ook het schriftelijk eindexamen van het Calvijn-lyceum plaatsgevonden. Inhoudelijk was het een nieuwe wereld. Het gereformeerde kerkbegrip was dat van een belijdende kerk. Gereformeerden wisten waarom ze gereformeerd waren en verhielden zich meer betrokken tot hun kerkelijke organisatie dan de theologisch niet erg geprofileerde hervormde midden-orthodoxen.

Wat ook opviel, was dat de (meeste) gereformeerden slecht konden leven met de gedachte dat zich onder hun kerkleden ook vrijzinnigen zouden bevinden. Die houding getuigde van meer belangstelling voor de vrijzinnigheid dan veel hervormden konden opbrengen – zij het dat het een overwegend negatief getoonzette belangstelling was.

Vanuit de orthodoxie bezien, de hervormde zowel als de gereformeerde, was de vrijzinnigheid vooral de religiositeit van het tekort: tekort aan schriftgezag en belijdenistrouw, tekort aan zondagsheiliging en tuchtoefening, tekort aan geloof ook. Dat beeld had iets onrechtvaardigs. Het ging voorbij aan al die vrijzinnigen die hun leven en werken in dienst hadden gesteld van hun geloofsovertuiging, die hadden geprobeerd om de kloof tussen geloof en wetenschap te overbruggen, de spanning tussen geloof en maatschappij te verminderen, het dilemma van waarheidspretentie en verdraagzaamheid te boven te komen. Natuurlijk kan (en moet) vanaf een afstand bezien worden gezegd dat de vrijzinnigheid in de gedaante van het 19de- en 20ste-eeuwse cultuurprotestantisme meer maatschappelijke problemen heeft toegedekt dan opgelost. Dat een vrijere verhouding tot de tekst van de bijbel in het licht van de zich ontwikkelende natuurwetenschappen eerder een vlucht naar voren was dan een verhelderende integratie. En verder: dat vrijzinnigheid niet altijd vrij was van esthetiserend elitarisme, dat de grote meerderheid van de werkende bevolking er niet door werd bereikt, dat zij niet goed raad wist met de weerbarstige teksten van het oude testament en dat de troost die zij bood dikwijls niet veel anders was dan religieus verkleed stoïcisme en spinozisme.

Maar toch. Er valt voor orthodoxie veel te zeggen, maar dat geldt vooral voor wie zich – al dan niet bewust – op voorhand al tot de orthodoxie heeft bekend. Voor vrijzinnigheid geldt dat niet op dezelfde manier. Orthodoxie – van welke snit dan ook – rechtvaardigt zichzelf. Vrijzinnigheid is argumentatief en ten principale open ten opzichte van wat haar bestaan ter discussie stelt. Vrijzinnigheid is de gemiste kans van de orthodoxie. Niet de gemiste kans om vrijzinnig te worden, maar de gemiste kans om de tegenstelling orthodox-vrijzinnig te boven te komen. Die benadering was in Kampen niet courant. Niet in de hervormde kerk en niet aan de gereformeerde hogeschool.

Waarom zijn de dingen zoals ze zijn? Waarom zijn de navolgers van Jezus niet gebleven wat ze aanvankelijk waren: een stroming binnen het jodendom. Waarom heeft de kerk van Rome zich ontwikkeld tot een autoritair aangestuurde ideologische multi-national? Waarom heeft de reformatie zich ontwikkeld tot een zichzelf opheffend antagonisme van orthodoxie en vrijzinnigheid? Genoeg om over na te denken.

Kampen is een uitloper van de ‘bible belt’. De orthodoxie is er ruim honderd jaar beeldbepalend. Dat zal geen honderd jaar meer duren, zelfs niet met inschakeling van hulptroepen uit IJsselmuiden en omgeving. Wat er dan overblijft? Dat is niet gemakkelijk te zeggen. Het zal ervan afhangen of de beweging bergafwaarts stopt en kan worden omgebogen. Na het verdwijnen van het garnizoen, de industrie, de hogescholen en nu de theologische faculteit aan de Oudestraat, blijft er weinig over waaraan een nieuw elan houvast zou kunnen vinden. Maar wie weet, de geschiedenis herhaalt zich niet. Omdat er in Kampen heel veel is om afscheid van te nemen, is er ook veel om naar uit te zien.

Prof. mr. dr. D.P. Engberts
Leids Universitair Medisch Centrum
Sectie Ethiek en Recht van de Gezondheidszorg

Claudia Pietryga
Claudia deed zowel een sociaal-agogische als journalistieke opleiding en is alweer bijna tien jaar freelance journalist. Ze schrijft het liefste over maatschappelijke onderwerpen en publiceerde onder meer stukken in de Flair, Hallo Jumbo, Spits, Het Parool, diverse blogs, lokale bladen en uiteenlopende (online) media voor met name ondernemers.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *