Jezus in beeld

David Augsburger: radicale spiritualiteit
Stelling: ‘Doopsgezinden geloven niet zo zeer IN Jezus. Wij geloven Jezus.’ Dat klinkt ‘doopsgezind eigenwijs’… Hebben we daarmee als doopsgezinden iets unieks in handen?

Deze stelling vond ik al eerder in het boek Dissendent Discipleship van de Amerikaanse mennoniet David Augsburger. Geloven ‘in Jezus’ richt de aandacht al snel op de juiste opvattingen over Jezus. In de radicale spiritualiteit van de navolging gaat het niet zo zeer om het juiste geloof over Jezus, maar om de juiste betrokkenheid (‘attachment’, gehechtheid) bij wat Jezus voor ogen had en deed voor de wereld. ‘Jezus geloven’ is daarmee dieper, verder reikend dan ‘IN Jezus geloven’.

Betrokkenheid als voorwaarde
Dat klinkt lekker ‘doopsgezind eigenwijs’, maar is daarmee alles gezegd? Het hangt er van af: je kunt iemand geloven op zijn woord en vervolgens nog altijd niet doen wat z/hij zegt.
Augsburger gebruikt niet voor niets het woord ‘attachment’, gehechtheid. Geloven blijft voor Augsburger een zoeken naar wat Jezus geloofde en een groeiende gehechtheid aan Jezus, samen met medevolgelingen. Die hechting aan Jezus blijft volgens Augsburger voorwaarde voor radicaal ‘discipelschap’.
Dat wordt in de Nederlands-vrijzinnige doorvertaling van deze (Amerikaanse) gedachten nog wel eens vergeten. Je ‘hechten aan Jezus’ is voor een flink aantal Nederlandse dopers toch wat moeilijk. Het is dan ook soms lastig om aan te geven wat het fundament onder allerlei doperse dadendrang is, behalve dan een soort humanisme. (Ben ik niet op tegen, maar erg uniek is dat niet.)

En persoonlijk….
En nog sterker vraag ik me af of ‘Jezus geloven’ wel die stap verder is dan ‘IN Jezus geloven’.
Voor mij is het onderscheid tussen geloven ‘in Jezus’ en ‘Jezus geloven’ niet zo scherp meer: door deel te nemen aan zijn manier van kijken en leven, leer ik hem kennen in mijn leven met anderen. Er ontstaat toch zoiets als relatie, al is dat meer een ‘mystieke’ dan een fysieke.
In die relatie is hij ‘spiegel voor mijn mens-zijn’, maar ook ‘mijn raam naar God’. Aan hem merk ik onvermijdelijk ook mijn beperkingen. Dan is het voor mij troost dat zijn ‘medicinale werking’ verder reikt dan mijn – al te individuele – inspanningen. De heilzame werking van zijn aanwezigheid is er, ook als we falen, misschien juist als we beseffen dat we falen.
Daar gaat ‘Jezus geloven’ voor mij over in ‘IN Jezus geloven’. Inmiddels is hij voor mij de enige (gods)mens van wie ik vol-hartig kan zeggen dat ik ‘in hem’ geloof…

 

Bron: Doopsgezind NL no 25

Iris Speckmann
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *