Je wordt geen predikant om geld te verdienen

Elke week legt de redactie van Reliwerk vijf vragen voor aan een reliprof. Deze week: Joost Röselaers, predikant.

U bent Remonstrants predikant. Is het leuk om anno 2011 predikant te zijn?
“Het predikantschap is bij uitstek een vrij beroep: je deelt zelf je tijd in, en je bepaalt in grote mate zelf wat je met jouw tijd doet. Het is werk waar je dag en nacht mee bezig bent. Als ik in de auto naar de radio luister, let ik er ook altijd op of ik niet iets hoor dat ik kan gebruiken in een kring of overdenking. Dat geldt ook voor opera- en filmbezoek. Het is werk waarin je jouw creativiteit en originaliteit kwijt kunt, en waarin je veel kunt betekenen voor anderen. Keerzijde is dat het een vrij eenzaam beroep is, en dat je in 2011 in een ongunstig klimaat voor de kerken predikant bent. Als we in het nieuws komen, is het vaak op negatieve wijze. Gelukkig komt daar verandering in. Ik merk bij mijn leeftijdsgenoten (ik ben 31) een open houding naar de kerken en het geloof toe. Dat is hoopvol!”

Verdient een predikant voldoende, vindt u?
“Als je kijkt naar ons opleidingsniveau en de vele overuren die we draaien is de financiële vergoeding inderdaad wat bescheiden. Maar we verdienen meer dan mensen vaak denken. Ik kreeg een tijdje geleden een goede fles wijn aangeboden van een gemeentelid. ‘Geniet er maar van, want die kun je zelf niet betalen’. Je wordt geen predikant om geld te verdienen. Het vak van predikant heeft iets van een roeping: je gaat er helemaal voor, en je doet het voor God en voor de gemeente. Niet in de eerste plaats om er zelf beter van te worden. Dat klinkt idealistisch, maar het klopt denk ik wel in meer of mindere maten met de levens- en werkhouding van predikanten.”

Een predikant die zelf niet in God gelooft, moet dat kunnen?
“Er zijn zoveel manieren om in God te geloven! Ik denk dat jouw overtuigingen als predikant – met name als het om geloofszaken gaat – niet de pastorale verhouding in de weg moet zitten. Als iemand vragen heeft over God of over het geloof, dan moet hij of zij bij mij terecht kunnen. En niet bij voorbaat denken: Ach, daar zal deze predikant wel niks mee kunnen. Of, nog erger: dat zal de predikant wel veroordelen, of tegenspreken. Het is van groot belang dat de predikant laat zien dat hij het zelf ook niet weet. Dat hij ook een zoeker is, en twijfelt. Een predikant die zeker weet dat God bestaat, zal weinig kunnen betekenen voor zijn gemeente. Al geldt ook hiervoor: het is maar wat of wie je onder God verstaat!”

U bent initiatiefnemer van de serie ‘Röselaers laat voorgaan’. Binnenkort gaat Tofik Dibi op de preekstoel staan om een ‘preek’ te geven. Is dit idee niet een beetje gejat van ‘De Preek van de Leek’?
“In de vorige kerkelijke gemeente waar ik werkzaam voor was, Nieuwkoop, ben ik begonnen met het uitnodigen van politici op de kansel. Boris van der Ham was de eerste. In mijn volgende gemeente, in Amsterdam, heb ik deze serie voortgezet. Ik ben er dus mee begonnen voordat ‘De Preek van de Leek’ van start ging. Ik heb overigens prima contact met de organisatoren van ‘De Preek van de Leek’, en er is absoluut ruimte voor beide initiatieven. Het bijzondere aan de serie in Vrijburg is dat het alleen om politici gaat, die reflecteren op bepaalde maatschappelijke ontwikkelingen.”

Zal het over 10, 15 jaar ‘normaal’ zijn dat ‘leken’ voorgaan tijdens kerkdiensten?
“Dat zou een goede ontwikkeling zijn! Theologen zijn helaas niet meer de opiniemakers van nu. Om relevant en bij de tijd te blijven is het nodig om inspirerende en vernieuwende leken bij het kerkelijk werk te betrekken, ook op de zondagochtend. Als het maar niet ten koste gaat van de predikanten, want die hebben ook veel diepgang en kennis te bieden! Het zou de predikanten ook wat rust kunnen bieden, het valt niet mee om iedere week weer een nieuw verhaal te bedenken. Het zou de overdenkingen van predikanten ten goede komen als zij bijvoorbeeld een keer per maand zouden voorgaan, in plaats van drie of vier keer. Je merkt het aan de reacties van predikanten op twitter op vrijdag avond. ‘Eindelijk, mijn overdenking is af!’. Die druk gaat ten koste van het plezier, maar ook van de kwaliteit. En dat is weer ongunstig voor het kerkbezoek.”

Bron: Reliwerk

Joost Roselaers
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *