Thierry Baudet

Interview: Je hebt grenzen en grenzen

Een interview met Thierry Baudet, over andere grenzen dan je misschien zou verwachten. Door Mimy Jadoenathmisier

Thierry Baudet en grenzen. Na publicaties als ‘De aanval op de natiestaat’ en ‘Oikofobie’ en de oprichting van Forum voor Democratie is het verband met landsgrenzen snel gelegd. Maar Thierry wil het best eens over andere grenzen hebben. Muzikale grenzen bijvoorbeeld. Want hij is een groot muziekliefhebber. En dus mocht ik heel even – want ja, ook de tijd is niet ongelimiteerd – de grens aftasten.

Jouw publicaties en uitspraken zijn vaak behoorlijk controversieel. Zoek je graag de grens op, of met andere woorden: ben je zo’n enfant terrible?
Of iets “controversieel” is of niet zegt meer over de ontvanger dan over de brenger van de boodschap. Ikzelf vind mijn uitspraken niet controversieel – maar juist heel rustig, verstandig, redelijk en logisch. Eigenlijk zou je aan de mensen die mijn uitspraken controversieel vinden moeten vragen waar ze dan zo’n moeite mee hebben. Ik ben vaak verbaasd – zelfs verbijsterd – als ik hoor dat mensen weer eens boos worden over iets wat ik heb gezegd. ‘Dat klopt toch gewoon!?’, denk ik dan.

Ben je dan een idealist?
Ik zeg dingen die ik geloof en die ik meen; en ik betaal daar een hoge prijs voor. Er is een quasi-beroepsverbod tegen mij ingesteld op universiteiten, in kranten en in televisieprogramma’s: daar word ik grotendeels uit weggehouden omdat ik meningen vertolk die daar onwelgevallig zijn.

Over grenzen gesproken: waar ligt jouw eigen grens? Ben jij ergens mee van je stuk te krijgen?
Ja natuurlijk! Ik hecht zeer aan vriendschappen en de contacten met de kleine kring dierbaren en vertrouwelingen die ik heb overgehouden nadat ik een publiek figuur werd. En de mensen in dat kringetje kennen me als een gevoelig en kwetsbaar persoon – iets dat niets te maken heeft met politiek of opiniemaken, maar gewoon met de moeilijkheden van het leven.

Je pleit voor nationale identiteit. En je houdt van muziek. Vind je het dan ook belangrijk dat muziek een nationale identiteit heeft?
Nou ja, ik pleit weliswaar voor nationale identiteit: maar ik pleit niet voor een specifieke invulling daarvan. Wat ik bedoel is dat het belangrijk is dat je als land een gedeelde identiteit hebt, omdat je elkaar anders de hersens inslaat. Elke identiteit is in principe goed. Ik vind Spanje net zo leuk als Nederland. En elke speciale muziek die de emotie raakt is wat mij betreft ook goed. Laten we leren van elkaar en open staan voor verschillen.

We kunnen constateren dat de muziek sinds het begin van de grootschalige, centraal-gestuurde staatssubsidies bepaald achteruit is gegaan. Het is eigenlijk steevast onverdraaglijke, atonale bagger.

Wat vind je ervan dat klassieke muziek soms internationale elementen in zich heeft, zoals bijvoorbeeld de exotische invloed op de muziek van Debussy?
Als het resultaat goede muziek is, is dat natuurlijk geweldig.

De laatste jaren is er veel te doen geweest over de subsidiering van klassieke muziek. Wat is volgens jou de beste manier voor klassieke muziek om te overleven?
Dat is een hele goede en moeilijke vraag. En ik heb daar geen pasklaar antwoord op. Maar ik denk wel dat we kunnen constateren dat de muziek sinds het begin van de grootschalige, centraal-gestuurde staatssubsidies bepaald achteruit is gegaan. Het is eigenlijk steevast onverdraaglijke, atonale bagger. En dat niveauverlies zien we ook in de andere kunstterreinen waar subsidies zo massaal zijn ingesteld.

Schilderijen, muziek, architectuur: in de afgelopen eeuw heeft een enorm kwaliteitsverlies plaatsgehad. Nu snap ik dat we te maken hebben met een complex geheel aan maatschappelijke fenomenen – het zijn in feite symptomen van een beschaving die zijn zeggingskracht heeft verloren; maar toch – laten we niet vergeten dat subsidie in feite omgekeerde censuur is.

Hoe goed wellicht ook bedoeld: je maakt het onmogelijk voor kunstenaars, kunstproducties, orkesten, musea, enzovoorts, die buiten de subsidies vallen, om nog echt mee te dingen – en dus versmalt het kunstaanbod. Dat is een groot probleem. Bovendien is aan instituten die zich expliciet tot doel stelden de Duitse muziektraditie stuk te maken, een centrale rol toebedeeld.

Stockhausen en Boulez werden door de Amerikanen benoemd in de directie van het Musikinstitut van Darmstadt juist omdát ze zulke afschuwelijke muziek maakten. Er moest iets komen dat alles zó enorm destabiliseerde, dat men in elk geval geen culturele idealen meer kon hebben. Dat had immers geleid tot Auschwitz, zo redeneerde men. De Duitsers mochten nooit meer op marsmuziek kunnen marcheren. Het gevolg is een Europa dat als een muis zonder staart, cultureel verweesd, in de rondte rent – hysterisch, wanhopig, innerlijk leeg.

Is muziek universeel volgens jou?
Da’s een moeilijke. Het hangt er vanaf wat je onder universeel verstaat. Dus in die zin zijn de wetten van de muziek niet afhankelijk van mens of cultuur: atonaliteit wordt zelfs door levenloze moleculen lelijk, destabiliserend, onaangenaam gevonden.

Maar smaak is natuurlijk wel cultuurbepaald. Ik twijfel er niet aan dat mijn gevoel bij – zeg – de vijfde symfonie van Schubert mede gevormd is door de herinneringen aan mijn vader die ik erbij heb. Of dat mijn eerste vriendinnetje, dat zo hield van Braziliaanse samba, mijn ervaringen bij die muziek voor altijd kleurt, verdiept, inbedt.

Je kunt een symfonie van Brahms niet serieus vergelijken met popmuziek – zelfs niet met kwalitatief hoogwaardige popmuziek, zoals van Sting of Pink Floyd.

Hoe grenzeloos is jouw muzieksmaak? Houd je van meer dan alleen klassiek?
Ja hoor, uiteraard. Ik hou van sommige jazz, bijvoorbeeld, of van sommige popmuziek, zoals The Beatles. Ik ben dol op tango en op andere Zuid-Amerikaanse muziek. Maar het moet natuurlijk wel gezegd: de kwaliteit, de diepte van de klassieke muziek wordt niet geëvenaard door de jazz of de popmuziek. Je kunt een symfonie van Brahms niet serieus vergelijken met popmuziek – zelfs niet met kwalitatief hoogwaardige popmuziek, zoals van Sting of Pink Floyd.

Het is leuk dat die ritmische muziek gemaakt is – het is prima dat het er is. Je kunt er een beetje op dansen, je kunt er vrolijk van worden. Maar elke serieuze vergelijking moet in het voordeel van klassieke muziek uitvallen. En het is dus een teken van de frivoliteit en – in zekere zin – de belachelijkheid van ons tijdperk en de oikofobie van onze elites, dat we dat niet willen erkennen. Dat we doen alsof alles ‘even goed’ is en smaak ‘volstrekt persoonlijk’.

Je bent bezig met een nieuwe roman. Kun je alvast een tipje van de sluier oplichten?
Mijn nieuwe roman heeft als werktitel Oblada en gaat over een cellist, genaamd Philippe, die in Parijs woont en terugblikt op zijn leven. De scheiding van zijn vrouw, de jaren ’60 waarin hij opgroeide en waarin je je auto nog niet op slot hoefde te zetten. Wat is er van zijn idealen overgebleven? Hoe kijkt hij naar het Europa van nu?

Thierry Baudet is schrijver, journalist en opiniemaker, die ‘uit verantwoordelijkheidsgevoel een politieke rol heeft willen spelen, maar eigenlijk in kunst geïnteresseerd is.’

De schrijver van dit interview werkte mee aan het boek Van Bach tot Bernstein. Waarin Arie Boomsma en Thierry Baudet vertellen over de verschillende stijlperiodes, over de componisten en hun drijfveren, ze geven je achtergrondinformatie, maar ook smeuïge details en in elk geval genoeg luistertips om lange tijd mee voort te kunnen.

Mimy Jadoenathmisier
Mimy Jadoenathmisier is musicologe en impresario voor klassieke musici (Nachtmusik.nl). Eerder schreef ze teksten met een muzikale inslag voor o.a. Cleeft.nl en DeFusie.net en werkte ze bij de programmering van Het Concertgebouw. Ze gelooft in de kracht van het interdisciplinaire en haalt inspiratie uit filosofie, kunst, cultuur en natuurlijk muziek.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *