Jan Offringa: liever modern dan vrijzinnig

Interview met Jan Offringa

Regelmatig vind ik het nodig mensen te corrigeren die me bij een debat aankondigen als vrijzinnig. Noem me liever een modern theoloog, in de lijn van wat we als Op Goed Gerucht hebben afgesproken: we zijn een beweging van moderne protestantse theologen. Waarom niet vrijzinnig – dat laat zich lastig uitleggen. Waarschijnlijk zit ‘m dat in de ruis rond dat woord.

Liever modern dan vrijzinnig

Jan Offringa

Want hoe onterecht dat ook kan zijn: vrijzinnigheid heeft nog steeds het aureool van een nonchalante omgang met Schrift en traditie. Men zou liever een gedicht van Toon Telligen of Hans Andreüs lezen dan een psalm of gelijkenis. En in hun kring zou nauwelijks iets te ontdekken zijn van de meerwaarde van Jezus boven Boeddha of andere geestelijke grootheden. Onlangs heb ik ervaren veel minder last van zulke ruis te hebben in de kring van de Remonstranten. Zij schreven in 2006 een gewaagde geloofsbelijdenis en recent nog een mooie publicatie rond de betekenis van Jezus. Zij lijken inhoudelijk beter bestand tegen boeken als die van Kuitert of Hendrikse die voor veel mensen toch vooral leegte ademen.

Even is er – als het om de vragen gaat – het feest van de herkenning bij genoemde auteurs, maar uiteindelijk blijven lezers in verwarring achter. Het lijkt erop alsof in de hoek van de vrijzinnigheid men daar minder alert op is dan in moderne kring. Als reactie op mijn eigen boek krijg ik regelmatig te horen: dit is moderne theologie die weer houvast biedt. Dat is ook precies mijn bedoeling. We moeten veel duidelijker laten zien dat de moderne theologie niet alleen de twijfel honoreert, maar inhoudelijk ook nieuwe, begaanbare wegen wijst voor een goed doordacht en doorleefd geloof. Die inhoudelijkheid groeit als in een voortdurend heen en weer de twee bronnen voor de theologie serieus aan bod komen: zij put enerzijds uit Schrift en traditie, zij onderzoekt anderzijds de moderne gods- en levenservaring van mensen.

Voor mij is Marcus Borg een goed voorbeeld van deze manier van theologiseren. Hij laat zien hoe met de Verlichting een nieuwe manier van geloven opkomt. Naast een klassieke vorm, die zich sterk verbindt aan de oude belijdenissen van de kerk, ontwikkelt zich een modern geloof dat voortdurend kritische reflectie integreert. Binnen dit nieuwe perspectief leeft sterk het besef dat eenduidige antwoorden voor alle plaatsen en tijden onmogelijk zijn. Dat maakt theologen wel bescheiden, maar niet sprakeloos. Vrijmoedig gaan zij het gesprek aan met wat Borg omschrijft als ‘de moderne en postmoderne wereld, met alle wetenschap, historische disciplines, religieus pluralisme en culturele diversiteit’.

Door de opkomst van natuur- en menswetenschappen zijn kerk en theologie grondig veranderd, en evenzeer in de ontmoeting met andere volken en culturen. Ook kwam dankzij de Verlichting een gezonde zelfkritiek los, en groeide het bewustzijn ‘hoe het christendom heeft bijgedragen aan racisme, seksisme, nationalisme, exclusiviteitsdenken en andere schadelijke ideologieën’. Dat alles ligt op het bordje van moderne theologen. Zij kunnen niet om de Verlichting heen, zoals veel kerken lijken te willen, maar gaan er dwars doorheen. Zonder dat hen dit – nonchalant mompelend – naar een positie aan de zijlijn manoeuvreert. Het blijft onze taak om duidelijk te spreken, met lef en vrijmoedigheid. Heus niet voor de eeuwigheid, maar wel voor het hier en nu.

Jan Offringa (1957) is voorzitter van Op Goed Gerucht. Onlangs verscheen van zijn hand: ‘Na een gezonde geloofscrisis. Over modern geloven’. Skandalon 2008, € 11,–.

Door: Rinus van Warven
Bron: Tubantia

Rinus van Warven
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *