Inspiratie: Waarom wij op vakantie gaan

Een verhaal voor tijdens de vakantie… vragend waar we nu eigenlijk helemaal mee bezig zijn, en waarom we op vakantie gaan. Nou ja, het gaat ook gewoon over jonge ouders. Een waargebeurd verhaal opgetekend door Maartje Wortel. Het verscheen onlangs in de Trouw. Een mooie lenteavond, twee vermoeide stellen, liters rode wijn en een krijsende babyfoon. “We hoorden het allemaal. Niemand deed wat.”

Verhaal door Maartje Wortel.

Het leek ons een goed idee om met twee gezinnen op vakantie te gaan. Ton en ik hadden twee kinderen gekregen, op aandringen van Ton overigens, die het hoog tijd vond om vader te worden. Hij wilde niet de eerste, maar zeker ook niet de laatste van zijn vrienden zijn die aan kinderen begon en toen zijn beste vriend en zijn vriendin een kindje hadden gekregen wilde hij er ook een. Ik had er nog niet concreet over nagedacht, toch wist ik dat het er waarschijnlijk op een dag in mijn leven van zou komen, en Ton leek me de juiste man, dus we begonnen er maar gewoon aan. Een andere manier is er ook niet. Nadat we er een hadden, wilde we er nog een, net als bij tatoeages.

Toch hadden we ons eerlijk gezegd iets anders voorgesteld bij het stichten van een gezin. We waren in een paar jaar tijd nogal moe geworden van onze kinderen, nu anderhalf en drie, en uiteindelijk waren we van de ene moeheid in de andere gezakt en moe geworden van elkaar, om niet te zeggen: uitgeput.

We hadden niet gedacht dat het zo zwaar zou zijn. Ik durfde het er met niemand over te hebben, een moeder wordt niet geacht het hebben van een paar kinderen als een zware taak te beschouwen. Een moeder is gewoon een moeder, zo simpel is dat. Dus speelde ik er eentje. Opgewekt, zorgzaam, beschermend. We logen elkaar en onze familie en vrienden het hele jaar voor hoe fantastisch het was, hoeveel energie we ervan kregen, hoe grappig en ontroerend en heerlijk het was om alleen al naar onze kinderen te kijken, hoe lief ze speelden en welke groenten zij allemaal lustten en hoe hard ze groeiden. De wallen onder onze ogen verrieden ons, maar niemand stelde vragen. Wanneer mensen een gezin zien is wantrouwen niet het eerste wat er bij ze opkomt.

Op een mooie lenteavond hadden we onze buren David en Annelie – een jong stel met drie kinderen – uitgenodigd voor een diner in de tuin. Ik had allerlei gerechten gehaald bij de beste traiteur van de stad. Het eten had ik in pannen en ovenschalen gedaan, in de keuken had ik wat knoflook en uien aangebakken voor de zekerheid, voor de geur. Ik werd van harte gecomplimenteerd met mijn kookkunsten. Zelfs Ton zei dat hij niet wist dat ik zo lekker kon koken.

De vuurkorf was aangestoken, zodat we de hele avond – en als we zouden willen de hele nacht – in de tuin konden blijven zitten. David en Annelie hadden de babyfoon meegenomen. Het was een babyfoon met een klein televisieschermpje erop, zodat je de kinderen kon zien slapen; er hing een camera bij hen in de slaapkamer. Het had iets lugubers om de kinderen met open mondjes in hun bedjes te zien liggen, om zoiets intiems te kunnen bekijken, het zag er niet bepaald geruststellend uit, maar ik zei er niets van.

We luisterden er een seconde naar, als om te lokaliseren waar dit geluid precies vandaan kwam, wiens kind dit was, en daarna dronken we gewoon door.

David en Annelie negeerden de babyfoon volkomen, het leek er meer op dat ze dat ding hadden om aan anderen te laten zien dat ze hun kinderen heus wel in de gaten hielden. We dronken ondertussen liters wijn en David had een fles rum meegebracht waarvan hij de dop tot aan de rand gevuld met drank rond liet gaan, precies zoals we dat vroeger deden op zomerkamp.

We waren allemaal behoorlijk dronken. Natuurlijk. Zo gaat dat altijd: of je drinkt niets, of je drinkt te veel. We lachten om stomme grappen van de mannen, en toen begon het. We hoorden het allemaal. Eén van de kinderen was hartverscheurend hard aan het huilen. We luisterden er een seconde naar, als om te lokaliseren waar dit geluid precies vandaan kwam, wiens kind dit was, en daarna dronken we gewoon door. Dwars door het huilende kind heen. Niemand deed wat.

Het huilen werd harder en dwingender, maar we deden alsof we naar de sirene van een ambulance luisterden of zoiets. We hoorden het, maar wij hadden er godzijdank niets mee te maken.

David zei: “Je kunt nooit meer iets voor jezelf doen.”

Annelie schrok ervan. Ze zei: “Je neemt ook geen kinderen om iets voor jezelf te kunnen doen.” Ik zei: “David heeft gelijk. Het is bijna niet te doen.”

Annelie keek naar me, alsof ze wilde achterhalen hoe serieus ik was. Ton herhaalde wat ik gezegd had: dat het bijna niet te doen was. Dat het hem enigszins was tegengevallen. David zei dat hij niet zeker wist of hij dezelfde keuzes zou maken als hij het allemaal over zou kunnen doen. Hij zei: “Natuurlijk komen er zoveel mooie momenten voor in de plaats zoals de mensen zeggen van tevoren, van het grootste wonder en zo, het diepste geluk, maar er gaat ook zoveel verloren. Dingen die ik niet voor mogelijk had gehouden. Zoals…” Hij was even stil. “Zoals mezelf.”

“Hoe lang gaat die moeheid nog duren?”, vroeg ik. Niemand antwoordde, toch wist ik dat we allemaal aan hetzelfde dachten. We zwegen en keken naar het vuur. Het voelde als een opluchting. En daarna kwam het idee om met zijn allen op vakantie te gaan. Twee gezinnen. We zouden dingen samen kunnen doen, de kinderen zouden met elkaar kunnen spelen, en we konden de zorg voor elkaars kinderen afwisselen, zodat we eindelijk weer eens wat tijd hadden voor de liefde, voor elkaar.

Lees verder op op de website van Trouw.

Dit is een waargebeurd verhaal, opgetekend door Maartje Wortel. De namen in het verhaal zijn wegens privacyredenen gefingeerd.

Afbeelding: John Mason via Compfight cc.

Zinweb Redactie
De redactie van Zinweb bestaat uit een team van bevlogen jonge journalisten. De redactie publiceert eigen artikelen of plaatst gastartikelen van experts. Raadpleeg de contactpagina voor een overzicht.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *