Ik zou zo graag eens aan het verleden willen schudden

Er is een prachtig lied van Stef Bos, het Lied van Lot. Deze bijbelse figuur verlaat de stad op bevel van God. Hij wordt geadviseerd om niet achterom te kijken. Zijn vrouw en dochters gaan met hem mee. Zij kunnen de verleiding niet weerstaan. Achter hun ligt een leven waar ze nog aan hangen. Wat voor hen is, is onbekend en dus onzeker. Met het achterom kijken veranderen ze in zoutpilaren.

Gisteren zei ik tijdens een workshopoefening ‘Ik krijg zweetplekken van het verleden’. Uitspraken moet je altijd in zijn context zien, dus kan het gevaarlijk zijn om er iets zinnigs over te zeggen. Toch blijf ik er eigenwijs bij stilstaan. Blijkbaar moest deze zin gisteren gezegd worden, alsof het mij zou verlossen. Alsof bepaalde verhalen aan mij vastgeplakt zaten en ik vieze natte stinkende plekken kreeg. Daardoor kon ik niet de geur van vandaag ruiken, de frisheid van een nieuwe dag met haar mogelijkheden en toekomst. De zweetplekken op mijn rug – want daar zaten ze in mijn verbeelding – trokken mij achterwaarts. Ze zogen mij weg uit het heden. Mijn balans was weg.

‘Ik zou zo graag eens aan het verleden willen schudden, maar dat kan niet,’ schreef beeldend kunstenaar Armando. Alsof hij het verleden wilde veranderen. Met je aandacht in het verleden leven suggereert hetzelfde. Alsof daar nog iets gerepareerd kan worden, aangepast aan het wensbeeld van nu. Nee, zingt Stef Bos. In het verleden zijn ruïnes en spoken. Daar hebben we niets meer te zoeken. In het verleden leven is leven als een zoutpilaar. Het verleden is dood.

‘Ik sta met niets meer. Dan alleen wie ik ben.’ En dat is meer dan genoeg.

Lang leve het heden.

Foto: CCMerksem/Flickr.com

Ria Pool Meeuwsen
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *