‘Ik ben een soort socratische vroedvrouw’

Sjoerd Jaspers – Annemiek Schrijver, het gezicht van IKON-programma Het Vermoeden dat deze maand tien jaar bestaat, blijft zichzelf ontwikkelen. Over de omgang met haar gasten zegt ze: “Ik voeg niets toe, ik bied slechts de juiste omstandigheden. Dat heb ik moeten leren. En eerlijk gezegd verdraag ik een ander soort interview nu ook niet goed meer.” 

“Met open armen iemand kunnen ontvangen. Onbevooroordeeld zijn.” Dat noemt Annemiek Schrijver (47) de belangrijkste kwaliteit van een goed interviewer. En dat gaat niet vanzelf. “Wat dat betreft heb ik veel geleerd van Hanneke Groenteman. Van haar heb ik een aantal keren les gehad op de media- academie. ‘Als je echt een persoonlijk interview wilt doen, probeer dan zelf helemaal niets in te brengen en alleen maar bij die ander te zijn.” Die opmerking is me altijd bijgebleven. Als interviewer schep je de omstandigheden waarin iemand er mag zijn. Dan ben je als het ware een soort socratische vroedvrouw. Ik voeg niets toe, ik bied slechts de juiste omstandigheden. Dat is een techniek waarvoor ik wel heb moeten oefenen. Voor die raad ben ik Hanneke nog steeds eeuwig dankbaar. Laatst zat ze nog in de ‘De Nachtzoen’ (dagelijks kort video-interview door Annemiek Schrijver bij de IKON, SJ) en dan blijkt dat ze mij ook heel leuk vindt, en dan denk ik echt van: ‘Jeetje mina, de juffrouw vindt mij leuk.
De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik een ander soort interview ook niet goed meer verdraag. Wat je veel ziet is dat er een vraag wordt gesteld waar beide partijen al het antwoord op weten. Of een vraag waarvan enkel de geïnterviewde het antwoord weet. Samen op zoek gaan naar antwoorden, dat is toch veel spannender?

Small talk is niks voor jou, begrijp ik?
“Nee, ik merk dat ik heel beroepsgedeformeerd ben geworden. Ik kan niet over ditjes en datjes praten. Feestjes vind ik ook echt een ramp. Dan ben ik ge- neigd om te zeggen: ‘Laten we luchtig beginnen. Hoe denk jij over de dood?’ Tegen dat soort conventies moet ik echt vechten, ja.”

Hoe ga je daar dan mee om? Je hebt immers ook een imago van toegankelijkheid en spontaniteit rondom jouw persoon gecreëerd.
“Ik kom gewoon niet meer op plaatsen waar het al- leen maar om gebabbel draait. Vroeger had ik wel eens het gevoel dat ik achter glas zat, geen deel van het geheel uit kon maken. Dat voelde heel geïsoleerd, maar dat heb ik niet meer. Als er geen nabijheid kan zijn, echt tot elkaar komen, dan ga ik daar gewoon niet meer heen. Ik realiseer me overigens bijna da- gelijks hoeveel geluk ik heb met de mensen om me heen, mijn vrienden en de mensen met wie ik werk. Het kan ieder moment afgelopen zijn, maar ik koester dat echt. Ik had vroeger vakantiebaantjes die echt verschrikkelijk waren. Zulke liefdeloze plekken. En sommige mensen werken daar dan heel hun leven. Vreselijk.

Word je tijdens je interviews wel eens geconfron- teerd met je eigen ervaringen? Ik kan me voorstellen de ontboezemingen van je gasten je soms persoonlijk raken.
“Je kunt je afvragen waarom iets jou aanspreekt. Is dat omdat je het zelf hebt meegemaakt? Waarom komen mensen soms zo bij je binnen en anderen helemaal niet? Dat vind ik echt mysterieus. Bij sommigen zou je zo maar gaan geloven dat je elkaar al eerder ontmoet hebt. Voor dat soort ideeën sta ik wel open, ja. Bij
een aantal ontmoetingen was dat gevoel simpelweg te groot. Twee gasten zijn mijn beste vrienden geworden. Heel onprofessioneel natuurlijk, maar die ontmoetingen waren zo… enorm. Dat je bijna denkt: ik ken jou al duizend jaar. Heeft dat dan te maken met wat je zelf hebt meegemaakt? Ik heb geen idee.

Wie van jouw gasten heeft echt indruk op jou gemaakt?
Herman Finkers. Die man is volkomen onschuldig en authentiek. Heel vroom ook. Bij hem heb ik net als bij Hein Stufkens, met wie ik twee keer samen een boek mee heb geschreven, zo’n bijzonder gevoel. Ook bij Dick Woudenberg had ik dat trouwens. Zo’n gevoel dat we elkaar al veel langer kennen. Bij de vriendschap met hen heb ik sterk de overtuiging: het heeft zo moeten lopen.”

Zijn er ook ontmoetingen geweest waarvan je juist helemaal zenuwachtig werd?
“Dat was al meteen bij het eerste interview met Gilles Quispel. Dat is het grootste leermoment in mijn hele leven geweest. Quispel was een oude, bijzonder wijze man, de bezorger van het Thomas-evangelie. Maar ook erg dominant. Hij was een instituut; had zelfs Gustav Jung nog les gegeven, dus je kunt je voorstellen dat zijn verschijning wel indruk op mij maakte. Eenmaal in de studio bleef die man maar oreren en oreren, en ik dacht: Jeetje, dat is helemaal niet de bedoeling van ‘Het Vermoeden’, maar dat weet hij misschien helemaal niet. Waarna ik hem vroeg: ‘Meneer Quispel, u zegt dat allemaal wel, maar wat betekent het voor u persoonlijk?’ Zijn antwoord op dat moment was: ‘Wat een impertinente vraag!’ Toen viel er een stilte en ik dacht: niks doen! Het leek wel een uur te duren maar ik bleef hem aankijken. Toen zei hij ineens: ‘Maar als u het eerlijk weten wilt…’ Toen volgde een heel mooi verhaal.
Tijdens zijn begrafenis hebben ze het interview ook vertoond want niemand had hem ooit zo gezien. Dat was de grootste les die ik ooit heb gehad. Ik denk dat het ook de kern is van die beroemde zen-wijsheid: ‘Doen door niets te doen’. Zo kun je denk ik ook het beste met je eigen geest omgaan. Je kunt er naar kijken zonder steeds maar onmiddellijk overal op te reageren.”

Dat klinkt behoorlijk boeddhistisch. In hoeverre is deze stroming leidend voor jouw leven?
“Ik ben geïnspireerd geraakt door de Tibetaanse leraar Sogyal Rinpoche. Zijn leer bevat twee pijlers, mededogen en wijsheid. Zo lang ik me kan herinneren, is mededogen het belangrijkste thema in mijn leven. Als kind en nog steeds voel ik soms andermans pijn, in gevallen van mishandeling, of bij mishandelde dieren. Dat uit zich ook vakmatig. Iemand die mij daarover misschien wel het meest heeft geleerd, is Peter R. de Vries. Die heeft een imago van hard en koud, maar is dat niet in het minst. Hij toont compassie voor nabestaanden en is echt heel trouw. Hij heeft zo’n Franse uitdrukking als motto: ‘Hoe meer je weet, hoe meer je begrijpt’. Dat is ook echt waar. Als je je ergert aan iemand maar probeert je te verplaatsen in die persoon, dan ga je een heel ander verhaal zien.”

Je continu in anderen verplaatsen, heeft dat eigen- lijk niet iets tegennatuurlijks?
“Waarom?”

Een mens moet toch op een bepaalde manier orde creëren in wat hij of zij waarneemt en daaruit conclusies trekken. Puur ter zelfbescherming.”
“De vraag is dan of die neiging tot zelfbescherming nou zo natuurlijk is. Sommigen vinden dat zo, maar volgens de boeddhisten – en trouwens ook de gereformeerden – zien wij door al dat jezelf beschermen continu iets over het hoofd. We denken voortdurend dat we onszelf moeten verdedigen. We zien overal vijandigheid en voelen ons tegengewerkt, terwijl we in werkelijkheid op elkaar lijken. We zijn allemaal een en we verlangen naar hetzelfde. In feite verlangt ieder wezen ernaar gelukkig en veilig zijn. Dan kun je je afvragen: waarom gaan we allemaal zo in verdediging? Dat vind ik een interessante vraag maar de boeddha heeft op die vraag nooit antwoord gegeven. Hij zei toen: ‘Als je in een brandend huis zit, dan vraag je je toch ook niet af hoe je er bent gekomen? Dan zorg je dat je weg komt!’ Dat vind ik wel een mooie. Met andere woorden: Die vraag heeft niet zo veel zin.”

Dat mededogen, hoe uit zich dat in jouw leven?
“Ik woon in de Jordaan, er worden drugs gedeald voor mijn deur en er zijn heel veel dronken mensen op straat die soms vervelend opdringerig zijn en me van alles toeroepen. Ik bedoel, ze zien mij op televi- sie en dan roepen ze: ‘Heeh Annemiek, nachtzoen? Jeuheuheuh.’ Mijn eerste neiging is dan: van me afslaan. Dat zit in de familie, ik kan ook ontzettend driftig zijn. De neiging is om meteen de confrontatie aan te gaan, maar ik probeer mijzelf dan te oefenen, mij te verplaatsen in die ander en te denken: waarom is die man zo? Ik merk dat mij dat steeds beter af gaat. Als je zelf veel fouten maakt en daardoor in rottige situaties komt, dan helpt zo’n begripvolle houding enorm. Hoe meer tegenslagen je te verwerken hebt gehad, dus hoe meer butsen, hoe beter je je in een ander kunt verplaatsen. Probleem is echter dat we ons zijn gaan schamen voor onze butsen, terwijl het eigenlijk winst is. Tegenslag is eigenlijk verpakte zege. Dat vind ik het mooie aan ouder worden. Hoe meer ik zelf heb meegemaakt, hoe meer ik begrijp van de buurvrouw.
Het mediteren heeft mij ook veel opgeleverd. Ik heb m’n eigen gedachten leren relativeren. Bij mediteren leer je meer afstand te nemen van jezelf en je emoties. Je leert naar je emoties te kijken, zoals grootouders naar hun kleinkinderen kijken. Zo’n kleinkind zit in de speeltuin, opa en oma op het bankje… die voelen zich verbonden met hun kleinkind. Maar er zit ook weer een bepaalde afstand tussen, die maakt dat je er liefdevol naar kunt kijken. Hetzelfde geldt voor neigingen en emoties. Kortom, je neemt iets waar maar je hoeft er niet meteen een consequentie aan te binden. Dat kan overigens wel, maar dan wordt het meer je eigen keuze.”

Wat heeft tien jaar ‘Het Vermoeden’ met jouw ver- moeden gedaan?
“Op dit moment is mijn vermoeden dat we ten diepste zeer geliefd zijn. Wij allen hier op aarde zijn in liefde ontvangen. Het feit dat de aarde ons allen weet te dragen, dat we er mogen zijn, is voor mij genoeg om te weten dat we geliefd zijn. Daarnaast heb ik een nieuw motto: ‘Ik durf het niet, dus ik doe het.’
‘Je kunt nooit dieper vallen dan in Gods hand’, heb ik eens ergens gelezen. Een soort oervertrouwen in mij zegt dat dat klopt. Wat kan er nu helemaal misgaan? Ja, misschien is het ook een soort overmoed.” 

Bron: Volzin Magazine 

Claudia Pietryga
Claudia deed zowel een sociaal-agogische als journalistieke opleiding en is alweer bijna tien jaar freelance journalist. Ze schrijft het liefste over maatschappelijke onderwerpen en publiceerde onder meer stukken in de Flair, Hallo Jumbo, Spits, Het Parool, diverse blogs, lokale bladen en uiteenlopende (online) media voor met name ondernemers.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *