Ik ben Alice

Gisteren vertoonde de NCRV de documentaire Ik ben Alice, over de eerste stappen die worden gezet op het terrein van het inzetten van robotica in de zorg. Wat kan dit document ons vertellen over de manier waarop zorg zich ontwikkelt?

Scepsis der ouderen

De hele documentaire is zeer indrukwekkend. Allereerst het niveau van intelligentie van de robot Alice is opvallend. Er wordt een en ander verteld over de technische kant, maar Alice blijft toch een “black box” voor het grootste deel. Terwijl ze optreedt is het wel duidelijk dat ze veel herkent. De spraakherkenning is indrukwekkend, maar ook haar begrip voor wat er gezegd wordt is opvallend. Uit de vervolgvragen die Alice stelt blijkt dat ze de informatie goed opslaat en verwerkt.

Dat klinkt allemaal nog wat abstract, maar eigenlijk zit de kracht van de hele documentaire hem in de interactie tussen Alice en de eenzame bejaarde dames bij wie Alice op bezoek is. Je zit een klein beetje met het zweet in de handen, als de dames bijvoorbeeld Alice niet goed verstaan, of niet begrijpen wat ze bedoelt. Maar het komt steeds goed. Alice herhaalt of spreekt langzamer of harder als ze niet goed verstaan wordt. Het is natuurlijk niet helemaal duidelijk wat gemonteerd is in de documentaire, maar ze doorstaat wel de eerste “test,” lijkt het wel: de scepsis van de oudere dames bij wie Alice op bezoek is.

Alice weet zich uit zulke uitzichtloze situaties te redden – zoals bijvoorbeeld wanneer een mevrouw een postcode niet goed verstaat en Alice maar blijft herhalen dat het AB is in plaats van AD – dat het te goed om waar te zijn lijkt. Misschien is dat ook wel zo? Meer daarover aan het eind van dit stuk. Voorafgaand aan die vraag, misschien wel een belangrijkere vraag: wat maakt het uit?

Alice of een kat

Er is een oude test, de Turing Test, waaruit moet blijken of mensen artificiële intelligentie kunnen herkennen, “er in trappen” dus. Maar wat is die test eigenlijk waard in het licht van de eenzaamheid? De oudere dames weten donders goed dat Alice niet echt is. Maar wat maakt het uit? Ze hebben iemand om een leuk praatje mee te maken. Het doet misschien wat denken aan praten tegen je kat. Je weet zelf ook wel dat dat beest niets terug zegt. Maar je hebt iemand om tegen te praten. Misschien dat Alice nog wint van een huiskat op sociaal gebied, want zij zegt tenminste nog wat terug!

Alice gaat verder, zo toont de documentaire ook. Alice motiveert mensen om een aardige kaart te sturen, hun zoon eens op te bellen en hun lichamelijke oefeningen te doen. Dat roept ontegenzeggelijk een nieuwe vraag op: is dit de toekomst van de zorg? Alice heeft veel voordelen boven een mens: ze wordt nooit boos, onthoudt alles, heeft een engelengeduld, en vraagt hoe het met mensen gaat. Het is wel interessant wanneer op een moment in de film een thuishulp en een oudere dame het hebben over Alice, waar de thuishulp wat spottend opmerkt dat Alice uiteindelijk toch nog geen koffie kan zetten. Er spreekt toch een angst uit, een gevoel van dreiging, zo lijkt het.

Opvallend is trouwens ook dat in die evaluatiegesprekken de oudere dames wat luchtig doen over Alice. Ze geven aan dat het toch een beetje gek is om tegen zo’n pop te praten. Tegelijkertijd valt het juist op hoe lief ze ook met Alice omgaan, hoe erg zij haar juist als een persoon behandelen, haar aanwezigheid ook lijken te waarderen. Zou het kunnen dat er gêne bestaat over het feit dat je genegenheid voelt jegens een “ding”?

Wizard of Oz?

Toch een laatste vraag: hoe echt is Alice eigenlijk? Op de site van de documentaire valt te lezen: “Wat Alice doet is deels spontaan, deels geprogrammeerd en deels ingebracht door een wetenschappelijke methode die ‘The Wizard of Oz’ heet. Hierbij wordt de dialoog op afstand gestuurd door een wetenschapper” (bron: ikbenalice.nl). Hoe groot is die sturing van de wetenschapper? Doet Alice (of althans, haar software) het meeste werk? Of is het in feite een moderne buikspreekpop? Opvallend dat degene die Alice steeds komt brengen en even “om de hoek” blijft zitten steevast het over “hem” heeft als hij het over Alice heeft. Misschien omdat hij het zelf is?

De documentaire geeft hierop geen afdoend antwoord, maar juist dat het niet opvalt dat het misschien een buikspreekpop is bewijst wel iets: mensen raken aan technologie gewend. Mensen wennen aan het idee dat machines steeds meer intelligentie, associatievermogen en herkenningsvermogen hebben (men went aan het idee, of dit nu werkelijk waar is of niet). Mensen wennen er aan om met machines te communiceren, zelfs al is dat door er tegen te praten. Opvallend is hierbij overigens ook dat het wel een pop is: Alice is belichaamd. Het is niet een on-line programma zonder lichamelijke tegenhanger. Haar stem komt weliswaar niet uit haar mond maar uit een speakertje op haar borst, maar toch zit ze daar maar. Zelfs al is ze nog niet helemaal echt, de mens lijkt wel klaar voor haar – naar het schijnt onafwendbare – uiteindelijke komst.

Bekijk hier de documentaire:

http://www.npo.nl/2doc/06-07-2015/KN_1671620

Bron afbeelding: NCRV 2doc

Lucas van Heerikhuizen
Lucas van Heerikhuizen is afgestudeerd als master in de godsdienstwetenschappen. Momenteel is hij werkzaam als webdeveloper en WordPress docent. Tevens is hij actief als redacteur voor Zinweb.
1 antwoord
  1. Avatar
    Jos Groot zegt:

    Het citaat van ikbenalice.nl gaat nog verder:

    Van https://peterpauldoodkorte.wordpress.com/2015/01/24/god-schiep-de-mens-naar-zijn-evenbeeld-de-mens-schiep-alice/comment-page-1/#comment-440 :

    “Wat Alice doet is deels spontaan, deels geprogrammeerd en deels ingebracht door een wetenschappelijke methode die ‘The Wizard of Oz’ heet. Hierbij wordt de dialoog op afstand gestuurd door een wetenschapper. De ontwikkelingen op het gebied van robotica gaan echter zo snel dat wat IK BEN ALICE nu laat zien over twee jaar realiteit is en over vijf jaar hopeloos verouderd.”

    De gemiddelde kijker zal denken dat de robot zelfstandig opereerde. Dat dit over twee jaar realiteit is, is kletskoek. Ik zet hier graag 1.000 Euro op in. Dit type misleiding is echt onwenselijk, om drie redenen:

    1) Weer wordt de snelheid van vooruitgang van kunstmatige intelligentie overdreven.
    2) De angst dat robots de macht overnemen – ja, die bestaat! – wordt vergroot.
    3) Ongeïnformeerde machthebbers kunnen nu op twijfelachtige gronden besluiten tot stimulering van de inzet van technologie in de zorg.

    Beantwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *