Hoezo vrijzinnig Amsterdam? – Interview met Russell Shorto

De uitdrukking: ‘vrijheid, blijheid’ viert al eeuwen hoogtij in Amsterdam. Maar hoezo dan? En wat houdt die vrijzinnigheid precies in? Daarover schreef de Amerikaanse journalist Russell Shorto het boek ‘Amsterdam: meest vrijzinnige stad ter wereld’. Zinweb interviewde de schrijver. Vandaag deel één van het interview: waar komt de liberale mentaliteit van Amsterdam en Nederland vandaan?

“Individuele vrijheid of vrijzinnigheid op zichzelf is een vrij betekenisloos begrip. Je hebt wel een filosofie of waarden nodig waarvanuit je ‘vrij leeft’ en het debat hierover voert. Anders kan je met het begrip vrijheid alle kanten op”, antwoordt Shorto als ik hem vraag in hoeverre we vrijzinnigheid als een norm op zich moeten zien.

Dat het individualisme en de tolerantie zo diep in Amsterdam geworteld zijn is niet voor niets, zo blijkt uit het boek van de Amerikaanse onderzoeker. Hij laat ons zien dat men het kapitalisme zo ongeveer bedacht heeft in Amsterdam. Hoe Spinoza er zich liet inspireren. En hoe mensen die elders vervolgd werden om hun geloof hun heil zochten in Amsterdam. Op het eerste gezicht lijkt het toeval dat dit allemaal op één en dezelfde plek gebeurt. Maar een individualistische inslag in combinatie met de bereidheid om – tot op zekere hoogte – samen te leven en te werken met andersdenkenden, kent een zeer praktische achtergrond.

Uit uw boek blijkt dat we niet te romantisch moeten denken over die openheid en tolerante vrijzinnige houding van Amsterdam, het was vooral pragmatisme.
“Het was zowel ideologisch als pragmatisch. Er zijn al heel lang mensen in Nederland die vanwege ideologische en theologische redenen pleitten voor vrijzinnigheid en tolerantie. Maar de liberale houding komt inderdaad vooral voort uit praktische overwegingen die veelal te maken hadden met zelfbescherming, handel en commercie. Door de strijd tegen het water ontstond er een soort individualistische mentaliteit die gepaard ging een sterke groepsmentaliteit: het poldermodel. Deze houding werd de standaard in Nederland en was anders dan die van mensen in andere landen.”

In zijn boek schrijft Shorto het volgende over dit individualistische collectivisme:

“Als Nederlanders in de middeleeuwen samenwerkten om land aan de zee te onttrekken, viel dat nieuwe land niet toe aan een kerk of vorst: dat hielden ze zelf. Daarbij werd het niet in collectief beheer gehouden maar onderling verdeeld. Dus terwijl de rest van Europa nog onder feodaal bestuur leefde, waren de mensen in deze laaglanden een soort protokapitalisten: grondbezitters die land aankochten, verkochten, verpachten en winst maakten. Tegelijkertijd beseften ze dat samenwerking en een sterk groepsverband ook in hun economische belang waren.” (blz. 318)

In het interview geeft de Amerikaanse schrijver aan dat de manier waarop een deel van Nederland zich ontwikkelde waarschijnlijk typerend is voor samenlevingen die overstromingsgevaar kennen.

“In Bali zijn er bijvoorbeeld rijstvelden op heuvels gebouwd en is er ook overstromingsgevaar. In dorpen zijn er een soort comités die zich bezig houden met de bescherming tegen water. De baas van zo’n bestuur is altijd diegene van wie het rijstveld het laagst ligt. Die heeft namelijk het meeste baat bij bescherming van zijn land.”

Toch stipt Shorto aan dat in Nederland en dan voornamelijk Amsterdam wel iets exclusiefs gebeurde. Door de eeuwen heen vond er steeds opnieuw een debat plaats over liberalisme, vrijzinnigheid en tolerantie. Om welke reden dan ook. Als voorbeeld noemt hij het debat tussen (aanhangers van) Arminius en Gomarus in de 16de eeuw. “Dit ging over vragen als: bestaat de vrije wil? Of: in hoeverre tolereren we mensen met een andere geloofsovertuiging? Waarschijnlijk speelden deze vragen op dat moment vanwege de Tachtigjarige Oorlog. Maar dit soort debatten laaide steeds op en zit op de één of andere manier in de cultuur.”

Maar kon dit debat niet plaatsvinden in een andere stad of ander land? En konden de Provo-beweging en Spinoza op een andere plek niet ook zo invloedrijk worden?
“Al dat soort bewegingen zijn tijd- en plaatsgebonden en hebben te maken met de cultuur waar ze uit voortkomen. Wat niet zegt, dat op andere plekken dan rond Amsterdam dit niet kan gebeuren. Berlijn, San Francisco en Parijs kennen ook grote tegenculturen. In Amsterdam ontstond het alleen op een geheel eigen wijze.”

Zinweb is een initiatief dat onder andere voortkomt uit de Remonstrantse en Doopsgezinde geloofsgemeenschap. Wie het boek van Shorto leest komt beide groeperingen een aantal keer tegen. Volgens zijn boek horen ze bij de ‘vrijzinnige geschiedenis’ van onze hoofdstad.

De remonstranten en doopsgezinden spelen op enkele momenten een rol in uw boek. Wat kunt u specifiek vertellen over hun rol in de geschiedenis van Amsterdam?
“Ze pasten vooral in de liberale tijdsgeest van de stad. Amsterdam heeft door de eeuwen heen een soort tolerantie en openheid naar anderen ontwikkeld. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog trok de stad andersdenkenden en mensen van verschillende religieuze groepen aan, die ergens anders niet welkom waren. Zij konden zich ontplooien in Amsterdam. De stad bleef hierna een soort exotische aantrekkingskracht houden op mensen die in eerste instantie verder nergens in het plaatje pasten. Wat dat betreft klopt het dat doopsgezinden en remonstranten konden groeien in deze stad.”

 

Meer lezen over de geschiedenis van de Remonstranten? Klik hier.
Meer lezen over de geschiedenis van de Doopsgezinden? Klik hier.

Russell Shorto is schrijver en journalist voor The New York Times Magazine. Shorto is een specialist op het gebied van de Nederlandse rol in de Amerikaanse geschiedenis. Eerder verschenen bij Nieuw-Amsterdam “Eiland in het hart van de wereld” en “De botten van Descartes” van zijn hand. Shorto woonde enkele jaren in Amsterdam.

Jan Willem Stenvers
Jan Willem Stenvers is freelance journalist en redacteur van onder andere Doopsgezind NL.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *