Hoe het geloof uit mijn familie verdween

Aat de Kwant bespreekt het boek Hoe God uit mijn leven verdween van Emiel Hakkenes. Hakkenes onderzoekt het religieuze verleden van zijn familie omdat hij wil weten waarom God uit zijn eigen leven verdwenen is.

Een kraal aan een ketting

Ieder mens is een kraal aan een ketting die ons verbindt met de generaties voor ons, aldus een oud gezegde. Als Trouw -redacteur Emiel Hakkenes voor het eerst vader wordt, stellen zijn ouders hem een confronterende vraag: zal hij hun kleinzoon laten dopen? Zelf komt Hakkenes hoogstzelden nog in een kerk. De jonge vader staat met zijn mond vol tanden: hoe kan het dat God langzaam uit zijn leven is verdwenen? Om een antwoord op die vraag te vinden duikt Hakkenes in de geschiedenis van zijn eigen familie. Wie waren zijn voorouders en hoe beleefden zij hun geloof? Welke gebruiken en overtuigingen zijn er in de loop der tijd verloren gegaan? Hakkenes stuit op Duitse huurlingen, arme kleermakers, dubieuze gebedsgenezers, verzetshelden, zwartrokken en bastaardkinderen. Hij leert hun dromen, hun worstelingen en hun God kennen, en hij ontdekt tegelijkertijd hoe nauw zijn eigen kleine geschiedenis is verbonden met de grote (religieuze) geschiedenis van Nederland.

Op zoek naar religieuze wortels

De Trouw -journalist heeft een treffend maar vooral ook eerlijk boek geschreven over de geloofsgeschiedenis van zijn familie. Een vanzelfsprekend verlangen vanuit de gereformeerde achtergrond van zijn ouders, maar het bracht hem in verlegenheid, want het geloof en de kerk was inmiddels langzaam maar zeker uit zijn leven gegleden. In zijn boek gaat hij op zoek naar de religieuze wortels van zijn familie om te begrijpen hoe dat kan.

Het resultaat van zijn zoektocht is een soepel geschreven en vlot leesbaar boek geworden.

In zijn epiloog stelt Hakkenes vast dat het zijn ouders niet zozeer ging om het individu, maar het collectief, de geformeerde groepsidentiteit. “Je stelt daar geen vragen bij, maar leeft de waarden die je aanhangt, zonder ze expliciet te benoemen.

De rode broek van een kerkganger duidt op zùlke andere waarden dan hun eigen dat het bij mijn ouders wrevel oproept.”

Een willoos badeendje

De conclusie van Hakkenes is dan ook dat zijn ouders en hijzelf tegelijk in twee verschillende religieuze tijdperken leven. Wel zadelt het hem een licht knagende vraag op: is het dan alleen maar de tijd die zijn werk heeft gedaan? Voltrekt de breuk met de religieuze traditie van zijn ouders zich volledig buiten hem om, of heeft hij daar zelf ook nog invloed op? “Ik hoop het laatste, zegt hij, “want ik zie mezelf niet graag als een willoze badeendje op de golven van de cultuur. Maar zeker weten doe ik het niet.”

Intrigerende en herkenbare vragen, ook voor iemand als ik afkomstig uit een bevindelijke gereformeerd milieu, waarmee ik al vrij vroeg brak.

Het boek heb ik na het zwoegen op deadlines tijdens een slapeloze nacht in één keer uitgelezen. God van de gewone mensen is dan ook een prettig leesbaar boek, een stukje geschiedenis ook van kerkelijk Nederland, waaruit veel geloof verdween en nogal eens werd ingeruild door vaag feel good ik-gericht spiritualiteit, dat soms net zo dogmatisch beleden wordt als het geloof van die gewone mensen uit de jeugd van Emiel Hakkenes.

Aat-Lambert de Kwant
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *