Hoe bestaat een engel

Marjoleine de Vos – Engelen. Je hoort er niet zoveel meer over. Alleen met Kerstmis, dan zweven ze door het luchtruim en zingen van gloohoohoooria. De herdertjes horen ze. Wij eigenlijk nooit. 

“Engelen, je moet er maar in geloven,/ zijn net als de wortels uit negatieve getallen/ boodschappers van wat wij nog niet kunnen weten/ radiospatten, lichtecho’s die wijzen naar de toekomst”, schrijft Tomas Lieske in zijn laatste bundel (Haar nijlpaard optillen) waarin wonderlijk genoeg juist heel veel engelen voorkomen. Een engel die iemand begeleidt naar ‘de overzijde’ op een merkwaardig veer dat tussen Roelofarentsveen en Torcello vaart, een engel die bij iemand is die van de Eiffeltoren afstapt, een engel die verdriet afbuigt, een troostende stem ‘tijdens de begrafenis van mijn geliefde’. De engelen in deze bundel zijn, ja wat zijn ze. Een innerlijke stem, een andere gedachte, een mogelijkheid? Toch ook wel een soort boodschappers. De troostende stem tijdens de begrafenis van mijn geliefde zegt: “volg de naald van het bestaan/ en vertrouw de einder die zich straks openvouwt.” Die engel is ‘het kompas van de trekvogel’ zegt hij zelf, een richting, een stem die misschien het leven zelf is dat de bedroefde roept. Maar het leven zelf roept al evenmin als een engel. Het is allemaal beeldspraak.

De Poolse dichter Czeslav Milosz schreef ook eens een schitterend gedicht over engelen, waarin hij ze toespreekt en zegt dat ze alles is afgenomen ‘zelfs bestaan’, maar dat hij in ze gelooft. Want hij hoort af en toe een stem. Net als bij Lieske. De stem van Milosz’ engel is alleen te horen in de slaap en die stem spreekt dan ook nog in een ‘onaardse taal’, die de dichter desondanks wist te verstaan:
de dag breekt aan / weer een / doe wat je kunt.

 Ook daar een soort opdracht of oproep. Misschien is dat waar we engelen voor denken, als we ze überhaupt denken, zoals gezegd zijn ze niet erg in de mode. Maar het gevoel dat er opdrachten of oproepen zijn die niet van jezelf zijn maar die wel bij je horen, of die wel hoorbaar voor je zijn, dat is denkelijk niet uitgestorven. Lieske laat de engelen zichzelf zo beschrijven: “Wij zijn niet meer dan een dauw van gedachten/ een besef van bestaan”. Zoiets moet het zijn wat die herders hebben gehoord, eerder dan ‘gloria’. We bestaan. Daarom: volg de naald. Doe wat je kunt. 

 

Marjoleine de Vos is dichter en redacteur van NRC Handelsblad

 

 

Claudia Pietryga
Claudia deed zowel een sociaal-agogische als journalistieke opleiding en is alweer bijna tien jaar freelance journalist. Ze schrijft het liefste over maatschappelijke onderwerpen en publiceerde onder meer stukken in de Flair, Hallo Jumbo, Spits, Het Parool, diverse blogs, lokale bladen en uiteenlopende (online) media voor met name ondernemers.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *