Hobo tekens

In 2009 kwam ik in aanraking met de leefwereld van de zogenaamde hobo’s, zwervers op het platteland van Amerika aan het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw. Door middel van ‘tekens’, die deze hobo’s met houtskool of krijt aanbrachten op hekken, bomen en huizen gaven zij hun ervaringen met de bewoners van die huizen door aan de zwervers die na hen kwamen.

1.000.000 hobo’s

Zo gaven ze tips door of waarschuwingen: ‘je moet vrome praatjes houden, dan krijg je eten’ of ‘man met geweer’. Niet iedereen begreep de tekens, maar de zwervers onder elkaar wel.

Samen met een groep mensen en een professioneel vormgeefster hebben we in Waterland de zogenaamde hobo-tekens ‘vertaald’ naar tekens voor het geloof en hedendaagse geloofsgemeenschappen. Opdracht was: hoe kun je als geloofsgemeenschap naar buiten treden, hoe breng je tekenen aan die mensen prikkelen om in gesprek te raken.

Maar het verhaal van de hobo’s zelf is indrukwekkend genoeg om er iets meer over te vertellen. Het begint in Amerika, eind negentiende eeuw. Er is sprake van enorme bevolkingsgroei en industrialisatie. Tussen 1860 en 1916 werd het spoornet verachtvoudigd van 30.000 naar 254.000 mijl. De eerste hobo’s waren veteranen van de Burgeroorlog. Werkloze militairen die werk zochten waar ze maar konden. Schattingen melden dat er 60.000 hobo’s in 1890 waren en in 1930, de grote Depressie was op zijn hoogtepunt, was hun aantal uitgegroeid tot 1.000.000.

hobo1

Van vitaal belang

Zij waren de uitzendkrachten van die tijd, inzetbaar waar nodig en dus van vitaal belang. Elk los werk, vuil of schoon, deden ze. Vaak reisden ze ‘achter de oogst’ aan. Ze werden bewonderd, soms werden ze als bedreiging van de eigen werkgelegenheid gezien en verjaagd. Sommige staten namen een anti-hobo wetgeving aan; strenge straffen voor bedelen en een vuur aanleggen. Er waren ook plekken waar waterbronnen vergiftigd werden om van de hobo’s af te komen.

Arm waren de hobo’s zeker en in een land waar de aanwezigheid van God in iemands leven afgemeten werd aan de hoogte van de bankrekening was dat geen aanbeveling. Maar er waren ook spoorwegmaatschappijen die aan elke vrachttrein lege wagons vastmaakten om de enorme aantallen zwervende arbeidskrachten te vervoeren. Overigens reizen ze tot op de dag van vandaag rond ‘on the railroads’, al zijn het er nu veel minder dan toen.

Schrijnende verhalen zijn er over die depressie en de grote aantallen gezinnen met kinderen die aan het zwerven waren, maar ook talloze ontroerende verhalen. Hoe die miljoenen hobo’s, die door Amerika zwierven, toch bij veel huizen niet voor niets aanklopten.

Voor elkaar een anker

In Cottonwood, Idaho bijvoorbeeld, zag William Loft, de zoon van de tandarts, hoe de treinwagons binnenreden met vermoeide hobo’s die bovenop de wagons zaten ‘met hun hoofden omlaag zodat ze leken op zakken graan’. Op een dag zag William hoe één van hen een teken op hun eigen tuinhek zette. Hij rende naar buiten en vroeg waarom hij dat deed. De hobo legde uit: ‘Kind, als je bijna sterft van de honger en op je laatste benen loopt, betekent dit teken: hier is een warme maaltijd en mensen die je kunt vertrouwen.’

Veel hobo-verhalen uit Amerika gaan over hoe kinderen diep geraakt werden, doordat ze zagen hoe hun (groot)ouders zoveel compassie en medeleven toonden met volkomen vreemden en probeerden naar vermogen iets te doen aan hun armoede. Zoals Albert Tackis. Zijn familie leefde in een klein stadje in West Virginia. Ze woonden vlakbij een watertank, waar de stoomtreinen altijd stopten in de zomer. Albert zag dan wel zestig tot zeventig hobo’s van de wagons af klimmen om hun benen te strekken en in de buurt om eten te vragen. Albert vertelt:

‘Wij waren met vijf mensen in huis: moeder, vader, grootvader, mijn zus en ik. Grootvader verbouwde al ons fruit en onze groenten in zijn tuin. In het seizoen weckte moeder groenten en maakte jam. Elke week bakte ze wel eenentwintig broden. Als grootvader de hobo’s naar ons huis toe zag komen, riep hij moeder te beginnen met het maken van brood met ei en zakjes in te pakken met wortel, tomaat, appel en perziken. Grootvader had altijd wel iets te doen voor de hobo’s. Hout hakken, torren en insecten in de tuin weghalen, emmers water halen bij de bron. De hobo’s werkten dan twintig minuten en als ze weer op de trein sprongen hadden ze een flink maaltje met verse spullen in hun hand.’

Een mooi voorbeeld over hoe goed het in de wereld kan gaan, zelfs als het er slecht voor staat en met name hoe mensen voor elkaar een anker kunnen zijn van hoop, al is het maar kort.

hobo2

Wij zijn allemaal hobo’s

In 2009 kwam ik via collega-predikant Rieks Hoogenkamp voor het eerst in aanraking met het verhaal van de hobo’s. Het raakte me diep. Misschien ook omdat ik rond die tijd mijn vader en dochter interviewde over hoe verschillende generaties tegen de wereld aankijken. De grote depressie van 1929 kwam toen ook ter sprake en wat me raakte was hoe mijn vader sprak over de armoede in zijn tijd alsof het gisteren gebeurd was. Hoe doordrongen hij zijn leven lang is geweest van de gedachte niet tot armoede te vervallen.

Zwerver zijn, niets meer bezitten, totaal afhankelijk zijn van wat mensen je willen bieden aan werk en eten, het is voor mij ondenkbaar en lijkt me heel moeilijk. En toch is dit de realiteit van miljoenen op deze aarde: homeless, dakloze mensen, mensen die ooit weggevallen zijn uit een context van familie, werk, vriendenkring en langs de straat leven. Er zijn talloze boeken geschreven en films gemaakt over dit onderwerp. Denk maar aan ‘Of mice and men’ van John Steinbeck en ‘On the road’ van Jack Kerouac.

In deze tijd van recessie komt dit hobo-verhaal sterk bij mij binnen. Overal om je heen hoor je over mensen in grote financiële nood. Overal hoor en lees je over hoe we een tijd van armoede tegemoet gaan door bezuinigingen en faillissementen. En telkens denk ik: hoe kunnen we ervoor zorgen dat mensen voldoende kunnen blijven eten en gezond leven? Er zijn gelukkig positieve initiatieven zoals de voedselbank en het aanleggen van moestuinen in de stad op braakliggende terreinen, om maar iets te noemen.

Er zijn vele vrijwilligers die overal helpende handen bieden, net als in de depressiejaren van de vorige eeuw. De verhalen over de hobo’s geven mij de hoop dat er telkens weer, door alle tijden heen, mensen zullen opstaan die vindingrijk en vol compassie zich inzetten voor anderen die in moeilijkheden raken. Want uiteindelijk zijn we allemaal hobo’s, zwervers door de eeuwen heen. En de vraag is: welke tekenen willen wij achter laten voor de generaties na ons?

Dit artikel is geschreven door Annemike van der Meiden.

VrijZinnig
Dit artikel verscheen eerder in het blad VrijZinnig. VrijZinnig is het kwartaalblad van de Vereniging van Vrijzinnige Protestanten, een beweging voor eigentijds geloven.
1 antwoord

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *