Hij geloofde niet….

De nabestaanden zijn moe en verdrietig én ook opgelucht. Vader is 82 jaar geworden en na het overlijden van moeder, nu 6 jaar geleden, is de ‘sjeu’ er wel een beetje af. Het verzorgingshuis was, tegen zijn zin in, in zicht. Want vader kon niet meer zo goed voor zichzelf zorgen en zat steeds meer alleen thuis. De leeftijd kreeg ook steeds meer vat op zijn geest.

Hij vergat meer, werd wat ongenuanceerder en de persoonlijke verzorging liet te wensen over. Na een kort, maar heftig ziekbed is vader overleden. Het is goed zo! Een langere lijdensweg is hem bespaard gebleven.

Waar is jullie vader nu? vraag ik de dochters.‘Ik dacht altijd’, zei de ene dochter, ‘dat er na de dood niets meer zou zijn’. ‘Weg is weg’.  Vader geloofde niet. Hij is wel gedoopt, heeft communie gedaan, is getrouwd voor de kerk en heeft zijn kinderen ook laten dopen.

Moeder ging wel regelmatig naar de kerk, vroeger. ‘En vader ging mee’, zei de andere dochter. ‘Vader was een man van weinig woorden. Hij ging nooit meer naar de kerk, maar misschien geloofde hij diep van binnen wel. We weten het eigenlijk niet’.

‘Ik kan me niet voorstellen’, zei de ene dochter, ‘dat er niets meer is na de dood. Ik voel vader nog om me heen en ik hoop dat hij bij moeder is, ze zijn 54 jaar bij elkaar geweest’. ‘En ik hoop’, zei de andere dochter, ‘dat vader van ‘boven’ naar ons kijkt en dat hij op ons let. Of is dat gek?’

Nee, dat is niet gek! Mogen we hopen en troost zoeken? Mogen we, ook als we niet naar de kerk gaan en niet weten of en wat we geloven, onze blik naar boven richten?

Tijdens de afscheidsdienst zegen ik, in overleg met de dochters, vader met een palmtakje. Uit naam van alle aanwezigen spreek ik de volgende woorden uit:

Lieve Frans,
wij zegenen jou met onze liefde
wij wensen jou een goede reis
naar die plek waar het goed is.

 


Carina van den Beld
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *