Het einde van de vereniging

De opheffing van een plaatselijke vereniging is niet enkel een bestuurlijke handeling waar een handtekening onder gezet wordt. Het is een beslissing die mensen raakt en waar veel emoties bij komen kijken.

Het komt helaas steeds vaker voor: plaatselijke verenigingen van de VVP die worden opgeheven. Dat gebeurt om verschillende redenen: er zijn vrijwel geen leden meer of de leden zijn oud en weinig mobiel. Het aantal vrijwilligers dat zich voor de vereniging inzet krimpt en de actieve leden die overblijven krijgen het steeds zwaarder. Kun je dan zo maar het licht uitdoen? En wat betekent het als het opeens afgelopen is?

Het is goed zo

1 januari 2014 was het einde van de VVP in Haarlem maar al in 2012 werd het proces voor opheffing in gang gezet. Johan Poelstra en Nanny Vermeer zaten toen al zeven jaar in het bestuur en moesten concluderen dat er nog maar weinig potentie was. ‘Moet je de vereniging blijven doorzetten als het geen zin meer heeft?’ vroegen zij zich af. Van de ongeveer dertig leden was het merendeel ouder dan 80 jaar. De meesten van hen konden niet meer naar de kerkdiensten komen.

In Haarlem kerkten de vrijzinnige protestanten al bijna veertig jaar samen met de remonstranten in de remonstrantse kerk. Dat maakte het proces wel makkelijker want er bleef kerkelijk onderdak. In de twee jaar voor de opheffing is er veel gesproken, zijn alle leden geraadpleegd, is de situatie uitgelegd zodat uiteindelijk iedereen de situatie kon accepteren. ‘Het is goed zo’. De energie die in het proces is gestoken heeft er voor gezorgd dat naar ieders tevredenheid de zaak afgerond kon worden.

Geen alternatief

Heel anders ging dat in Zwolle enkele jaren geleden. De situatie was vergelijkbaar: ook daar was het op. De leden waren oud, er was geen jonge aanwas. ‘Iedereen zag in dat er niets aan te doen was’, aldus Alexander Koeslag die jarenlang lid was van de vereniging. Tijdens de opheffingsvergadering was hij de enige die tegen stemde. ‘Ik kon het niet over mijn hart krijgen’.

Nog steeds vindt hij het jammer, maar hij weet ook dat het niet anders kon. Helaas was er voor hem geen alternatief. De doopsgezinde gemeente en de afdeling van de NPB waren te ver weg. De enige kerk in de buurt is de hervormde van confessionele signatuur. ‘Daar heb ik niets te zoeken’. Alexander Koeslag is nog steeds lid van de kerk maar hij komt er nooit meer.

Ook Jaap Deij raakte zijn kerkelijk onderdak kwijt, of zoals hij het noemt: ‘zijn tweede huis’. De opheffing van de VVP Beverwijk in 2010 vond hij ‘dramatisch’. Hij hoopte op een doorstart als stichting maar tijdens de opheffingsvergadering werden zijn plannen afgeschoten. Hij was zeer bedroefd over de gang van zaken. Met zijn stichting wilde hij vrijzinnige activiteiten blijven organiseren. Nu kwam er een definitief einde.
De VVP Beverwijk was een buitengewone wijkgemeente van de PKN en na de opheffing werd Jaap automatisch lid van de protestantse gemeente Beverwijk maar daar komt hij zelden.

01-zicht-op-zitgebied_balken-bruin

Het interieur van de VVP-kerk in Beverwijk (de Prinsesselaankerk) nadat die is verkocht en omgebouwd is tot een woonhuis

Niemand kerkelijk dakloos

Daarom is het goed dat de VVP Leiden-Oegstgeest al enkele jaren bezig is met de opheffing. Zo wordt voorkomen dat straks iemand kerkelijk dakloos raakt. De vereniging zal in januari 2017 ophouden te bestaan en daar hebben alle leden zich nu al op ingesteld. ‘Het is hier geleidelijk gegaan’, aldus Gé Eegdeman die jarenlang bestuursvoorzitter was en met zijn vrouw veel voor de vereniging doet.

‘Het merendeel van de leden is 80+. Daar kwam bij dat het contract met het dorpscentrum – waar we onze kerkdiensten houden – per 1 januari 2017 afloopt en onze predikant in september 2014 met emeritaat ging. Door die breekpunten neem je heel geleidelijk het besluit om te stoppen’.

Kogel door de kerk

Jarenlang was geprobeerd om de VVP nieuw leven in te blazen. Toen alle pogingen op niets uitliepen, is men begonnen aan het langzame proces van afbouwen. ‘Vrijwel alle leden vonden het verschrikkelijk maar ze waren ook blij dat de kogel eindelijk door de kerk was. Iedereen zag het immers aankomen. Als het straks definitief is, zullen er ongetwijfeld nog veel emoties opspelen’.

In de afgelopen jaren is veel contact gezocht met de remonstrantse, doopsgezinde en protestantse gemeenten om te kijken waar de vereniging bij kon aansluiten. Inmiddels is voor een andere koers gekozen. Er zullen na 1 januari 2017 geen kerkdiensten meer plaatsvinden, maar een aantal vrijwilligers zal nog enkele keren per jaar activiteiten organiseren om zo het vrijzinnige geluid hoorbaar te laten. De kerkelijk werker Gerrie Kooijman – van Andel blijft een aanstelling houden om pastorale zorg te blijven bieden. Zo vallen de leden niet in een zwart gat.

Uit deze verhalen blijkt dat het belangrijk is om zorgvuldig te werk te gaan bij een opheffing. Er wordt immers niet alleen een vereniging ontbonden, maar vooral een groep mensen. Als in een vrijzinnige gemeente de mens centraal staat, hoort die ook na de opheffing centraal te staan.

Vijf tips (plus één)

Vijf tips (plus één) als opheffing aan de orde is:

  1. Bespreek de plannen met alle leden; is iedereen het er mee eens?
  2. Formuleer een visie en stel een stappenplan op, eventueel met externe begeleiding
  3. Onderzoek welke vrijzinnige organisaties in de omgeving aanwezig zijn en leg contacten.
  4. Bedenk of en hoe het pastoraat na de opheffing ingevuld kan worden.
  5. Wees zorgvuldig: je trekt niet zomaar de deur dicht. Het vergt een uitgebreide voorbereiding.
  6. Markeer het einde; sluit af met een officiële bijeenkomst.

Afbeelding boven: De remonstrantse kerk in Haarlem

Dit artikel is geschreven door Erik Jan Tillema

VrijZinnig
Dit artikel verscheen eerder in het blad VrijZinnig. VrijZinnig is het kwartaalblad van de Vereniging van Vrijzinnige Protestanten, een beweging voor eigentijds geloven.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *