Het denkend hart

Hoopvol

De website ‘www.doehetzelfreligie.nl’, waarin dertigers aan het woord komen over hun levensvragen, hun geloof, hun levens- en wereldbeschouwing en wat hen verder zoal bezighoudt, is een initiatief van de NPB met de stichting Zinweb.

In twee afleveringen van elk zo’n acht minuten gaat het om Gerben, een sympathieke dertiger, consulent voor ouders met een gehandicapt kind, die na een periode van overspannenheid bewust gekozen heeft voor een parttime baan. Hij is gehuwd, heeft twee kinderen (resp. 3 en 1 ½ jaar oud), en studeert aan de Universiteit voor Humanistiek te Utrecht. Hij is geen lid van het Humanistisch Verbond, zoals je misschien zou verwachten. Gerben houdt niet zo van langdurige lidmaatschappen van religieuze, levensbeschouwelijke of politieke organisaties. Wel koestert hij sympathieën. Maar tegelijk staat hij er kritisch tegenover.
Zo zegt Gerben dat mensen wel vrijzinnig voelen, maar dat het niet nodig is dat te bewijzen door middel van een lidmaatschap van bijvoorbeeld de NPB. Ook in het vrijwilligerswerk zie je dat: mensen verbinden zich niet voor langdurige verplichtingen, maar wel aan projecten die van korte duur zijn.

Al kan hij stiekem een béétje jaloers zijn op mensen met een geloof en de steun die zij daarin vinden, zelf is hij niet religieus. Hij gelooft niet in een hiernamaals en ook niet in reïncarnatie. Niettemin wil hij de mogelijkheid dat er meer is tussen hemel en aarde, open houden.
Hem spreekt in de humanistiek vooral de stroming van de levenskunst aan.
Deze op de praktijk van het (dagelijks) leven gerichte filosofie werd al in de klassieke oudheid beoefend, en aan het einde van de 20e eeuw door de Franse filosoof Michel Foucault (1926-1984) en zijn leermeester Pierre Hadot, die trouwens nog steeds publiceert, weer op de filosofische agenda geplaatst.

Gerben weet zich daarbij geïnspireerd door iemand als Etty Hillesum, bij wie hij las dat het leven zelf geen zin heeft, maar dat wij zelf zin aan het leven moeten geven.
Hij werkt daar op verschillende manieren aan:
– door via zijn werk iets voor andere mensen te betekenen, waarbij hij tijdens de bezinningsperiode die hij tijdens zijn overspannenheid beleefde, vaak zijn horloge afdoet, zodat hij met werkelijke aandacht in een gesprek aanwezig kan zijn.
– door te genieten van zijn kinderen en die te proberen op te voeden tot leuke, plezierige mensen, sterke en zelfbewuste persoonlijkheden, die van zichzelf hebben leren houden en van daar uit van betekenis kunnen zijn voor anderen.
– door tijd te maken voor ‘trage’ vragen: de levensvragen waarop je niet zomaar een antwoord vindt, maar alleen in een langer durend proces. Of misschien wel nooit. Maar door die vragen te stellen, ontdek je wie je zelf bent en ook wat bij jou past.
– door zo veel mogelijk te leven in het nu, en te genieten van het leven.

Op de vraag of hij verplichtingen heeft jegens de maatschappij, antwoordt hij met ‘Nee’: het eigen leven is voor Gerben belangrijk. Hij heeft geen ideologie van een wereldverbeteraar.

Uit het bovenstaande spreekt een levenshouding die, naar ik vermoed, kenmerkend is voor veel van de huidige, bewust in het heden levende dertigers: niet-vrijblijvend, maar ook niet-gebonden. Ofwel: partijganger (want Gerben maakt duidelijke keuzes), maar zonder partij (want hij laat zich niet vangen in de een of andere ideologie).
Voor alle duidelijkheid: als ik nu verder de naam Gerben noem, dan gebruik ik die om ‘het denkende deel’ van zijn generatie aan te duiden. 

Verder >>>
Een paar zaken vallen mij, als iemand die tegen de zestig loopt en die nu zo’n zevenentwintig jaar als voorganger in de NPB werkzaam is, op.
Gerben heeft geen last meer van dat typisch Nederlandse ‘calvinisme’.
‘Calvinisme’ tussen aanhalingstekens, want het gaat minder om de reformatorische leer naar de leerstellingen van Calvijn dan om een ethos dat gekenmerkt wordt door gevoelens van tekortschieten, falen en schuld, en dat het (mogen) genieten eindeloos uitstelt, omdat éérst dit en dan ook nog dat gedaan moet zijn. Ik herinner mij hoe al ergens in de jaren tachtig de veel te jong overleden ethicus Paul van Dijk op een Bijtankconferentie van het NPB-Convent van voorgangers opmerkte, dat dit ethos het leven verzuurt. Altijd maar ‘wie niet werkt die zal niet eten’ en ‘de plicht gaat voor het meisje’! Waarom moet je meegaan in een economie die je wijsmaakt dat overuren maken goed is en minder werken niet? Waarom mag je wel ergens te laat komen omdat je auto niet wilde starten, maar niet omdat je het zo heerlijk had met je lief? En waarom zou je pas na je pensionering van het leven mogen genieten?
Gerben – overigens niet zonder door een crisis heengegaan te zijn – lijkt dat alles achter zich gelaten te hebben.
Dat spreekt mij aan! Want er komt aldus ruimte voor ‘levenskunst’: het ontwikkelen van jezelf in de geest waarin Gerben zijn kinderen probeert op te voeden.
Het lijkt er op, dat de uitspraak ‘Heb je naaste lief als jezelf’ eindelijk goed verstaan wordt: liefde voor jezelf is de noodzakelijke voorwaarde voor het liefhebben van anderen.
Spannende vraag daarbij blijft die naar de verhouding tussen Ik en Jij: in hoeverre is toch een Jij verondersteld bij de wording van het Ik? Een Ik zonder Jij of een Ik dat te veel het primaat bij zichzelf legt, valt volgens mij al gauw in de valkuil van de zelfgenoegzaamheid en de daaruit mogelijke eenzaamheid.
Ik zou willen beweren: zonder samenhang (van Ik en Jij) geen zin en betekenis voor het Ik!
Zo kom ik bij de betekenis van de gemeenschap.

Gerben heeft geen behoefte aan een levensbeschouwelijke organisatie of geloofsgemeenschap.
De sinds de Verlichting ingeslagen weg naar een individualisering van ‘de mondige mens’, wordt door hem in elk geval niet verlaten.
Daar wringt het bij mij toch wat.
Ik zie in mijn beroepspraktijk hoe er binnen een kleine geloofsgemeenschap met elkaar wordt meegeleefd, hoe mensen in lief en leed naar elkaar omzien, en hoe daardoor zogenaamde (oudere) alleenstaanden het redden in moeilijke situaties.
Dat wil niet zeggen, dat deze mensen allemaal hetzelfde geloven. Integendeel! De NPB, zoals ik die ken, kenmerkt zich door een enorme en boeiende veelkleurigheid op dit gebied. Anders gezegd: er is volop ruimte voor ieders individualiteit. Maar die sluit ‘gemeenschap’ niet uit!
Van die gemeenschap – zeker als deze beschikt over een eigen kerkgebouw – willen jonge dertigers nogal eens gebruik maken. Velen willen toch ‘in de kerk’ trouwen, sommigen willen ook hun kinderen laten dopen. Op hun motieven hoef ik hier niet in te gaan, maar ik stel wel vast, dat de jongere generatie wel gebruik wil maken van bestaande religieuze organisaties, maar ze niet willen helpen te blijven bestaan.
Ook maakt men maar al te graag gebruik van de kerk bij ingrijpende gebeurtenissen, zoals recent de tragische dood van vier Chinese meisjes in Arnemuiden laat zien: de kerk als mogelijkheid voor het (gezamenlijk!) delen van emoties en voor een stukje rouwverwerking.
Voor de toekomst ziet het er niet rooskleurig uit. Wat zal er in de nabije(!) toekomst gebeuren met al die ‘schattige kerkjes’ als ze niet in stand gehouden worden?
Daarbij: een geloofsgemeenschap heeft niet alleen betekenis met betrekking tot onderlinge aandacht en zorg, maar ook ten aanzien van het omgaan met zin- en levensvragen (de ‘trage vragen’ van Gerben). Ik denk aan het met anderen doordenken en doorleven van de vragen rond de thematiek van Ik en Jij, relatie, samenhang, zin, en – mogelijk – een overkoepelende Zin.

Tenslotte: Gerben voelt zich niet verplicht tegenover de maatschappij.
Ik vind zijn praktijk in dit opzicht meevallen: zet je maar eens zo liefdevol in voor je werk en je kinderen als hij! Toch proef ik in zijn uitlating iets a-politieks en naïefs. Deze wereld kan niet zonder kritische spelers van het spel van het leven en de politiek.
Ik denk, dat bijvoorbeeld de Canadese journaliste, publiciste en activiste Naomi Klein, geboren in 1970 – dus een laat-dertiger, en onlangs te zien in het VPRO-programma Wintergasten – in dit opzicht scherper ziet. In dat programma ging het o.a. over haar laatste boek De Shockdoctrine, waarin zij laat zien hoe overal ter wereld ‘rampen’ (variërend van overstromingen tot militaire coups en terreuraanslagen) misbruikt worden om een bepaalde politiek, door haar het ‘rampenkapitalisme’ genoemd, aan de wereld op te leggen.
Wat zou het zinvol kunnen zijn om met mensen als Gerben over haar opvattingen in dat boek van gedachten te wisselen en na te denken over alternatieven.
En zinnige mensen als Gerben zijn toch ook nodig om medeverantwoordelijkheid voor de politiek te nemen?
De NPB lijkt mij een prima organisatie om de gedachtewisseling over deze en andere zaken te faciliteren!
Maar ja, hoe verleid je Gerben om mee te doen? Hoe kan, anders gezegd, de NPB toch voldoende aantrekkingskracht hebben voor de dertigers van nu? Welke aanpak vraagt dat van de bestaande locale geloofsgemeenschappen? Mij lijkt internet een stap in de goede richting.
Maar of het genoeg is? Goede ideeën en moed gevraagd!
In elk geval vind ik het feit dat Gerben zich laat uitdagen om zich op internet vrijmoedig te uiten, hoopvol.

Aart van Lunteren

Bron: Ruimte / januari 2008

Aart van Lunteren (1949) komt uit een gereformeerd nest, maar werd, zo ziet hij dat achteraf, omstreeks zijn veertiende vrijzinnig.
Vanaf 1980 werkt hij als vrijzinnig predikant. Sinds september 2006 in de afdeling Renkum van de Vrijzinnige Geloofsgemeenschap NPB.
Ook is hij al zo’n vijfentwintig jaar verbonden aan het Opleidingsinstituut voor Vrijzinnig Pastoraat [OVP; zie: www.instituutovp.nl]. Daar doceert hij het vak pastoraat en is hij sinds 1998 ook lid van het rectoraat (decaan/mentor).
Motto: ‘Liever leven met de goede vragen, dan met de verkeerde antwoorden’.

Wilt u reageren? Mail naar zinprofiel@zinweb.nl

Aart van Lunteren
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *