Herders en wijzen

Het was kerstvakantie. Met kerst staat de geboorte van een kindje in een stal centraal. Laten we eens kijken naar de twee verschillende groepen die bij het kindje in de stal komen om het te eren.

Als eerste komen de herders. Zij hoorden de engelen, die maakten de herders erop opmerkzaam dat er iets bijzonders gebeurd was. Ze hoefden alleen maar gehoor te geven aan de oproep. Ze werden geleid, net zoals ze zelf hun schaapjes leiden. Om herder te kunnen zijn moet je goed waar kunnen nemen en je kunnen laten leiden door de kudde, het weer en de natuur met haar wilde dieren. Ze hebben een soort open afhankelijkheid ten opzichte van hun omgeving.

De tweede groep die het kindje geschenken komt brengen is totaal anders. Het zijn de drie wijzen, ofwel koningen in de volksmond. In de oorspronkelijke versie heten ze magoi: ingewijden. Zij zijn welbewust op zoek gegaan. Uit hun kennis en waarnemingen hebben ze conclusies getrokken: er moet iets groots, iets heel bijzonders gebeurd zijn: een groot koningskind is geboren. Zij baseren zich op hun eigen kennis en studie. Ze lezen hun literatuur, doen hun waarnemingen en trekken conclusies. Op de reis vinden de drie wijzen elkaar en blijken hetzelfde doel te hebben! Samen trekken ze verder. Maar ze verdwalen ook, en komen bij koning Herodes terecht. Dat is immers de koning van het land, en logisch dat daar de nieuwe koning geboren zou zijn. Nee dus. Zo zoeken ze verder en vinden uiteindelijk het kind in de kribbe.

De herders en wijzen laten ons twee verschillende manieren zien om het nieuwe te verwelkomen. De ene is geleid worden, de andere is zelf zoeken op basis van kennis en inzicht. Het zou wel eens kunnen zijn dat de vruchtbaarste manier is om beide kanten te verenigen: zowel geleid worden als zelf actief op zoek zijn.

Maar daarachter ligt nog een geheim. Want wat maakt dat we in beweging komen, actief of geleid? Er is kennelijk iets dat ons aantrekt, onrustig maakt. Meestal een vaag gevoel van ‘er is meer’, of een vaag gevoel van onvrede. Dat kan je negeren of serieus nemen. Als je het serieus neemt en zoeken gaat…., ja wat vind je dan? Ook daarin vind ik het beeld van het kerstverhaal zo mooi! Wat je vindt is niet wat je zoekt. Het is anders: kwetsbaarder, kleiner, op een andere plek dan je verwachtte. De wijzen hadden immers beslist niet verwacht dat de grote koning in zo’n eenvoudige omgeving geboren zou worden. Juist in het kleine en geringe komt de grote toekomst tot verschijning.

En zo mogen we weer het leven in na de kersttijd, op zoek of geleid. En ergens, onopvallend, klein, gering, liggen de zaadjes voor de toekomst voor ons. Het is aan ons op zoek te gaan, ze te herkennen en daardoor tot verschijnen te laten komen.

Elizabeth van Wensveen
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *