Heelspraak

Religie en poëzie delen de heelspraak. De gedachte is niet van mij, maar ik omarm haar wel. Ze komt van de Australische dichter Les Murray. Hij spreekt over ‘wholespeak’. Heelspraak is de taal van het ‘hele’: van het verstand én het hart, van het zichtbare én onzichtbare, van het bewuste én onderbewuste.

Dat geloof een zaak van heelspraak is, zijn velen vergeten. Kerk en gelovigen zijn na de opkomst en het succes van de wetenschap in de verleiding gekomen de taal van de wetenschap als richtsnoer te nemen. De taal die ik – als een variatie op Murray’s heelspraak – deelspraak zou willen noemen. Ze gaat over slechts een deel van de werkelijkheid: dat wat zich laat beredeneren en verifiëren.

Veel orthodoxe gelovigen zijn gaan doen alsof de taal van het geloof óók deelspraak is. Dat geloven ook gaat over beredeneerbare en aantoonbare werkelijkheid. Het bleek een enorme vergissing die de wetenschap (heer en meester op het terrein van de deelspraak) hardhandig afstraft. Veel zekerheden waarmee gelovigen opgroeiden, zijn dan ook afgekalfd als een zandkasteel bij opkomende vloed.

Maar niet alleen de orthodoxie, ook de vrijzinnigheid is erdoor getekend. Door een al te groot respect voor de deelspraak is zij geneigd om geloofsuitspraken die met de deelspraak strijden te schrappen of te omzeilen. Het resultaat is een te platte taal (Jezus louter als mens van beneden) of zweverigheid (Christus als oerbeeld dat nergens vorm krijgt in de ruimtetijd). 

Bijbeltaal is heelspraak. Zelfs de redeneerderige Paulus grijpt, als hij moet uitleggen wat de kern is van het geloof, naar de poëzie. Zie de door hem geciteerde hymne in Filippenzen 2. En ook in 1 Timoteüs 3, 16 grijpt de Bijbelschrijver naar een bestaand lied. Overigens wordt in beide gedeelten Jezus getekend als een mens van Boven. Daarover kun je ten diepste alleen maar poëtisch spreken.

Die poëtische taal zijn wij in het computertijdperk aan het verleren. Daarom zouden we in de leer moeten bij dichters, en vooral bij geloofzoekende dichters. Niet dat dichters de profeten van vandaag zijn. Maar God is wel van poëzie en Jezus is zijn grootste gedicht. Of zoals Les Murray schreef in zijn gedicht ‘Poëzie en religie’:

Zo is God de in elke religie opgevangen poëzie
opgevangen – niet gevangen – als in een spiegel
die hij opriep door in de wereld te zijn
wat poëzie is in het gedicht: een wet tegen afbakeningen.

Moeilijk? Wie zei dat heelspraak gemakkelijk is? Maar lees en herlees die regels nog eens. Je hoort meer dan de deelspraak ooit kan zeggen. 

Piet van Die
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *