Gods-beeld

‘Laat ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis…’’ Deze zin uit Genesis [1-26], het eerste bijbelboek, heb ik altijd intrigerend gevonden. Wij zijn als mensen kennelijk bedoeld even volmaakt te worden als God, namelijk zijn evenbeeld.

Daar tegenover staat dat wij mensen ons ook altijd een God scheppen naar ons eigen beeld en gelijkenis. Daar is niks mis mee, we kunnen immers niet anders. Als je wilt denken over God kan je dat niet anders doen dan binnen je eigen taal- en begripsvermogen. Het beeld van God dat ik als mens maak kan nooit groter zijn dan ikzelf. Verder reiken immers mijn mogelijkheden niet. Als je het hebt over het Schone, het Ware en het Goede kan ik dat alleen maar in menselijke afmetingen zien en onder woorden brengen.

Maar tegelijkertijd, en dat is het spannende, besef ik dat het Echt Schone, Ware en Goede me ontglipt als ik het probeer te vangen. Ik kan het niet onder woorden brengen of in beeld vatten. Steeds is er een ‘maar toch, God is meer…’.

Grappig genoeg herken ik dat ook in mijzelf. Bij alle dingen die ik doe weet ik dat het ook beter had gekund, dat ik meer potentie in me draag dan dat ik verwezenlijk. In mijn diepste wezen ben ik groter en mooier dan dat ik kan laten zien hier op aarde. Diep in mij voel ik een reservoir aan potentie. Door deze vaag ervaren capaciteiten laat ik me stimuleren om me te blijven ontwikkelen.

In welke richting? Die kan ik laten bepalen door het woord uit Genesis, waar het doel genoemd wordt: naar Gods beeld. Precies de discrepantie tussen mijn gewone werkelijkheid enerzijds en de potentie anderzijds maakt het vermoeden van het bestaan van God reëel. Waarom? Omdat die innerlijke capaciteiten wijzen in de richting ven het ultieme goede, schone en ware, dat ook in mij ligt. Dat in mij geplant is met het ontstaan van de mens naar Gods beeld en gelijkenis. Nu kan je je afvragen of een schepping van de mens wel verenigbaar is met de evolutie. Naar mijn overtuiging zeker wel: net als je bij een opgroeiend kind ziet dat hij of zij steeds meer van de aanwezige potentie verwerkelijkt. Evenzo werkt Gods actieve proces van scheppen nog steeds door in de mens.

Zo zou je kunnen zeggen dat wij God (niet anders kunnen dan) scheppen naar onze beeld en gelijkenis, maar evengoed schept Hij ons, naar zijn beeld. En dat is een bron van hoop voor het nieuwe jaar! Veel goeds, waars en schoons wens ik jou, lezer!

Elizabeth van Wensveen
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *