‘God is niet in crisis, de kerk is dat’

Vijftig jaar na de opening van het Tweede Vaticaans Concilie ligt “in vele westerse landen de droom aan diggelen en de kerk in puin. Elke retoriek die het tegendeel beweert of het falen op het conto schrijft van wie niet langer gelooft of kan geloven, is een uiting van vluchtgedrag”. De katholieke opinieleider Rik Torfs trekt in deze aflevering van VolZin een sombere conclusie over de vruchten van Vaticanum II. De 2500 bisschoppen die tussen 1962 en 1965 in Rome vergaderden, deden een imposante poging om de kerk ‘bij de tijd te brengen’, maar die poging kwam te laat en bleef halfslachtig.

De Vlaamse jurist en politicus Torfs is niet de enige die er zo over denkt. De huidige rooms-katholieke kerk loopt “tweehonderd jaar achter” op de rest van de samenleving. “Onze cultuur is verouderd. Onze kerkgebouwen zijn groot, onze godshuizen leeg, de kerkelijke bureaucratie groeit uit haar voegen. (…) De kerk moet haar eigen fouten erkennen en een radicaal pad van verandering inslaan, te beginnen met de paus en de bisschoppen. De misbruikschandalen dwingen ons om het pad van de bekering op te gaan.” Dat verklaarde kardinaal Carlo Maria Martini, oud-aartsbisschop van Milaan, in zijn laatste interview dat begin september, drie dagen na zijn dood, in een Italiaanse krant Corriere della Sera gepubliceerd werd. Dertig jaar lang was Martini (1927-2012) dé aanvoerder van de progressieve vleugel binnen het kardinalencollege. Hij noemde de uitsluiting van gescheiden mensen van de sacramenten een vorm van kerkelijk machtsmisbruik, de encycliek Humanae Vitae (1968) waarin anticonceptie wordt verboden een ernstige vergissing. Hij verlangde naar een kerk die homorelaties positief zou waarderen en waar condooms in de strijd tegen aids niet langer taboe zouden zijn. Hij wilde de vragen rond het levenseinde open onder ogen zien. In 2005 haalde Martini in de eerste ronde van de pausverkiezing evenveel stemmen als zijn conservatieve antipode Joseph Ratzinger, maar hij was toen al te ziek om het hoogste ambt op zich te kunnen nemen. De progressieve vleugel binnen het kardinalencollege is intussen danig ingekrompen. Bijna alle kardinalen van nu zijn min of meer ideologische klonen van de huidige paus en diens voorganger. De dood van Martini markeert het einde van het debat binnen de hoogste regionen van de r.-k. kerk.

“De vreugde en de hoop, het leed en de angst van de hedendaagse mens, vooral van de armen en van alle lijdenden, zijn ook de vreugde en de hoop, het leed en de angst van Christus’ leerlingen; en er is niets echt menselijks, of het vindt weerklank in hun hart”, aldus de beginwoorden van het conclliedocument Gaudium et Spes, over de rol van de kerk in de moderne wereld. Van deze zinnen kan ik als ‘gewone katholiek’ anno 2012 nog altijd warm worden. Maar met Torfs, Martini en vele anderen moet ik helaas vaststellen dat van de openheid, de humaniteit, het optimisme en engagement dat uit deze zinnen spreekt, in de kerk van kardinaal Eijk en Benedictus XVI niet veel over is. Toch zal ik als katholiek deze openheid en humaniteit, dit optimisme en engagement blijven koesteren. Ik weet dat ik ze deel met veel anderen, binnen en buiten mijn kerk.

Vijftig jaar na het Tweede Vaticaans Concilie wordt her en der de vraag gesteld: heeft de r.-k. kerk een Vaticanum III nodig? Inderdaad. Het is geen gek idee wanneer een internationale organisatie met wereldwijd meer dan 1 miljard leden elke tien of twintig jaar een soort van concilie belegt. Tijdens Vaticanum II aanvaardde de r.-k. kerk in menig opzicht de vruchten van het protestantisme (zoals: de deelname van alle gelovigen aan het kerkelijk leven, liturgie in de volkstaal, concentratie op de Bijbel) en van de Verlichting (een positieve waardering van de godsdienstvrijheid en de democratie). Vaticanum II rekende af met kerkelijk antisemitisme en waardeert in andere godsdiensten alles wat “waar en goed” is. Vaticanum III zou dit alles verder kunnen uitbouwen. Maar: geen illusies! Als er nu een Vaticanum III zou komen, dan zou dit uitlopen op een radicale restauratie. Dit is daarom niet de tijd voor grootse katholieke visioenen maar voor kleine alternatieven. “God zelf is niet in crisis. De katholieke kerk is dat”, aldus de door het Vaticaan gemangelde theoloog Hans Küng in een terugblik op het concilie. “Wat niet eens zo erg is”, om de slotwoorden van Rik Torfs te citeren.

Bron: Volzin september

Jan van Hooydonk
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *