God de Vader is menselijke taal

Ik geloof niet in God de Vader. Ik geloof wel in mensentaal waarmee we spreken over onze inspiratiebronnen. Want hoe kunnen we anders over God spreken dan in menselijke bewoordingen? Tijdens mijn jeugd zag het er anders uit. Toen was het: “Je bent zondaar en alleen Christus kan je redden.” Maar ik begon na te denken over de vanzelfsprekendheden van die denk- en levenswijze. Ik besefte dat dit een bepaalde uitleg is van de bijbelverhalen waarop velen zich beroepen.

Langzamerhand ontdekte ik dat die verhalen door mensen zijn opgetekend. Mensen die spraken over hun inspiratiebronnen. Over wat zij van generatie op generatie hadden gehoord over wat al die mensen op de been hield in omstandigheden die uitzichtloos leken. Zoals de Hebreeuwse mensen in ballingschap in Perzië. Zij vertelden elkaar het aloude verhaal van de mensen met de Eeuwige. Deze verhalen uit de Bijbel hebben al eeuwen betekenis voor mensen die in hun leven hoogten en diepten ervaren en zoeken naar de zin ervan.

Wat een mens ten diepste raakt en beweegt, drukt hij of zij uit in woorden die raken aan ervaringen waarin een gevoel van intimiteit, van nabijheid, de kern uitmaakt. Dan kiezen we woorden die dicht bij onze ervaring staan. We kiezen woorden uit bronnen van zingeving waarmee we groot geworden zijn of waarin we gegroeid zijn tijdens ons leven. Voor sommigen is dit de christelijke traditie, voor anderen zijn het inzichten en (meditatie)vormen uit het jodendom, het boeddhisme, de theosofie, de rozenkruisers of de filosofie van de levenskunst.

Willen mensen onder woorden brengen waarin de levenskracht is ingebed, dan vertellen ze over de Eeuwige, die niet ver boven mensen en de wereld staat. Want in de verhalen over deze levenskracht, in de Bijbel, ontmoeten we mensen die zich hiermee verbinden. Mensen die uitschreeuwen en aanklagen wat hen overkomt en hun vertrouwen verwoorden in wat zij de levenskracht van ik-zal-er-zijn-voor-jou noemen. Hun vertrouwen in wat zij hebben geleerd uit de aloude verhalen staat voor betrouwbare betrekkingen tussen mensen. Dat is de naam van de ‘Eeuwige’.

Het zijn feilbare en kwetsbare mensen, die op de plaats waar zij gesteld zijn, proberen om het goede leven voor allen present te stellen. Mensen die ervaren en beseffen dat alle goede voornemens ten spijt, ‘tussen droom en daad’ altijd weer ‘wetten en praktische bezwaren’ in de weg staan. Die toch willen zeggen wat hen levenskracht geeft, ondanks alles. Die niet geloven in het noodlot, maar in verhoudingen tussen mensen waarin vriendelijkheid, gastvrijheid en recht present zijn. Gewoon omdat mensen zich onvoorwaardelijk openstellen voor een goede buur, een stadgenoot, een zwerver, een zoeker naar betekenis, een armoedzaaier, een vreemdeling.

Daarom beklemtoon ik dat ik niet in ‘God, de Vader’ geloof, maar in mensentaal, die mij openbaart hoe mensen hun diepste betrokkenheid bij wat hen op de been houdt uitdrukken. Ik geloof niet in een vaststaand idee over God, de Vader, zoals dit in alle eeuwen theologie is verwoord en in gestolde denkbeelden is vastgelegd. Telkens weer zijn deze denkbeelden in een bepaalde maatschappelijke, historische en theologische context opgekomen en in een systeem gevat.

Telkens werd een verhaal van mensen tot een allesomvattend en alles betekenend denkbeeld gereduceerd, dat vervolgens in handen van de kerkelijke machthebbers – tot op heden – tot een instrument van overheersing werd uitgeroepen. Tot een bepalende richtlijn om de verhalen van mensen in te kaderen: “Zo moet je het verstaan en niet anders.”

Daar verzet ik me tegen en daarom geloof ik niet in: ‘God, de Vader’ of ‘God, de Moeder’. Het kan slechts uitgesproken worden door mensen in hun individuele leven als verwoording van de kern van hun levensverhaal.

Narrativiteit (een leven in verhalen) neemt de plaats in van vastomlijnde en vooropgestelde denkbeelden over hoe een mens in het licht van de bijbelverhalen zijn of haar leven dient op te vatten. In de ontmoeting van mens tot mens, die ik in het pastoraat ervaar, vertellen mensen hun unieke verhaal over hoe zij in hun leven zich staande houden.

Zij vertellen over wat voor hen de betekenis is van ‘God’ of de betekenis van ‘de Eeuwige’, zoals zij deze door hun opvoeding en levenservaring hebben meegekregen en (om)gevormd. Maar ook wetenschap en cultuur hebben hun invloed. Dan ontstaat ‘levend geloof’, dat zich nooit en te nimmer laat vastleggen als ‘eeuwige waarheid’. In de dialoog van mens tot mens wordt telkens opnieuw de kracht geboren van leven dat mensen met elkaar verbindt. Dan vinden mensen steun om te blijven geloven in een wereld waarin mensen zich voor elkaar inzetten. Waarin gerechtigheid en barmhartigheid naar joodse traditie gestalte krijgen. Gestalte in de meest basale vorm: er- voor-elkaar-zijn.

Dit uit zich in verschillende vormen, zoals: de hand vasthouden van een mens die dementeert, buurtgenoten vriendelijk tegemoet treden, bij de Voedselbank helpen, zich verzetten tegen demonisering van bevolkingsgroepen (vluchtelingen, Oost-Europese medeburgers, islamitische medeburgers), burenhulp. Gewoon er-voor-elkaar-zijn uit onvoorwaardelijke liefde voor een medemens.
Vrijzinnig geloven is voor mij de weg gaan van de verhalen van mensen die zich inzetten voor een wereld van iets-meer-gerechtigheid-voor-iets-meer-mensen. Het is voor mij de weg gaan met mensen die uit eigen levenservaring zeggen: God, de Vader of God, de Moeder is mijn levenskracht. Is voor mij de weg gaan met mensen die zich niet neerleggen bij wat van oudsher als ultieme waarheid is verkondigd over levend geloof. Is voor mij de weg gaan met mensen die zich denkend rekenschap geven van wat hen bezielt in het leven. Is voor mij de weg gaan van mensen die zich niet neerleggen bij wat overheden en machthebbers voorleggen als de waarheid over het leven van alledag, over wat nodig is in de samenleving anno nu. Is voor mij de weg gaan met mensen die zich inzetten voor een gemeenschap waarin zij hun thuis vinden met het oog op de toekomst van onze wereld. Die zich laten inspireren door het visioen van barmhartigheid en gerechtigheid dat in de verhalen van Eerste en Tweede Testament en van mensen zo prominent present gesteld wordt als lichtend perspectief tegen het noodlot.

Daar ben ik van overtuigd. Moge het zo zijn.

Klaas Yntema
Drs. Klaas Yntema (1947), theoloog en coach, is voorganger in de NPB Schiedam en Rotterdam. Ook heeft hij ruim dertig jaar in de volwasseneneducatie gewerkt als cursusleider, docent en coach.

Dit artikel is één van de hoofdstukken uit het boek Geloven, zo kan het ook. Vrijzinnige visies op theologische thema’s (uitg. Skandalon).

Claudia Pietryga
Claudia deed zowel een sociaal-agogische als journalistieke opleiding en is alweer bijna tien jaar freelance journalist. Ze schrijft het liefste over maatschappelijke onderwerpen en publiceerde onder meer stukken in de Flair, Hallo Jumbo, Spits, Het Parool, diverse blogs, lokale bladen en uiteenlopende (online) media voor met name ondernemers.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *