God als overtollige weelde

Rick Benjamins – In de afgelopen tijd heb ik mij verdiept in de Christelijke dogmatiek die Van den Brink en Van der Kooi hebben geschreven. Het is een knap werk, maar ik kan mij niet goed verenigen met hun ‘loyaal-orthodoxe’ perspectief. 
Een dogmaticus wil weten ‘hoe het zit’, schrijven ze, en wie vanuit het geloof naar de wereld kijkt is beter in staat ‘to make sense of it all’ dan wie vanuit een ander gezichtspunt kijkt. Ik begrijp dat standpunt wel, maar ik deel het niet. Het gaat er naar mijn idee uiteindelijk niet om ‘hoe het zit’, maar hoe het tot mij spreekt.

Nu weet ik wel dat je ‘hoe het zit’ en ‘hoe het tot mij spreekt’ niet tegen elkaar hoeft uit te spelen en dat je lang kunt nadenken over hun onderlinge verhouding, maar ik heb intuïtief het gevoel dat wat er tot mij spreekt, niet echt meer wil klinken als het wordt gebruikt ter verklaring van de wereld.

Ik zit op het moment nogal wat te lezen in zogenaamde postmoderne theologie. Richard Kearney heeft een mooi boek geschreven met als titel Anatheism. De postmodernen houden nogal van woordgrapjes, maar deze titel is mooi gevonden. Anatheïsme is tegelijkertijd ‘geen atheïsme’ (an-atheism) en een ‘overstijging van theïsme’ (ana-theïsme). Kearney zoekt naar een geloofshouding die de oude godsbeelden en de atheïstische ontkenning daarvan te boven wil komen. ‘Terug tot God na God’ heeft hij als ondertitel meegegeven en daarmee doet hij denken aan de theoloog Tillich die in de eerste helft van de 20e eeuw zocht naar een God boven God. Het interesseert hem niet of je ‘nog’ gelooft, maar of je ‘weer’ kunt geloven.

Kearney en zijn geestverwanten kunnen fel uithalen naar een God die je nodig hebt om de wereld te verklaren. Uiteindelijk zal dat naar hun opvatting altijd een sterke God zijn, die er met zijn macht als krachtbron voor moet zorgen dat de wereld in de lucht blijft. Als je eenmaal zo’n God hebt ingevoerd, moet je vervolgens haast noodzakelijk met een theodicee komen om te verdedigen dat die sterke God de wereld ook goed geschapen heeft. Daarmee komt de theologie volgens hen altijd vast te zitten in ‘deze wereld’ en in de orde die wij met ons denken in de wereld kunnen vinden. “Maar het goddelijke is altijd een surplus, een exces boven en onder ons, meer dan wij menselijkerwijs kunnen hanteren: daarom altijd een vreemde die ons doorverwijst naar de ander die altijd anders is dan wijzelf”, aldus Kearney.

Ik voel veel voor deze optiek, al weet ik niet of mijn postmodernen niet een beetje te retorisch zijn met hun tegenstelling tussen de God van de wereldverklaring en de God van het surplus. Ik herinner mij, dat ik ooit een artikel heb gelezen over de late Schillebeeckx, waarin een uitsprak van hem centraal staat. Ik heb het opgezocht en zonder dat hij zelf polemisch is, schaart Schillebeeckx zich volgens mij in de genoemde tegenstelling ook aan de kant van Kearney. “Zo is voor gelovigen God de luxe van hun leven, onze weelde, niet zozeer onze oorzaak of ons einddoel, wel puur overtollige weelde”. Volgens mij is het dan vooral de vraag of je die weelde kunt zien en een ander kunt ontvangen als belichaming daarvan.       

Rick is namens de VVP bijzonder hoogleraar aan de Rijksuniversiteit in Groningen. Daarnaast is hij universitair docent dogmatiek aan de PThU

Bron: vrijzinnig.nl

Claudia Pietryga
Claudia deed zowel een sociaal-agogische als journalistieke opleiding en is alweer bijna tien jaar freelance journalist. Ze schrijft het liefste over maatschappelijke onderwerpen en publiceerde onder meer stukken in de Flair, Hallo Jumbo, Spits, Het Parool, diverse blogs, lokale bladen en uiteenlopende (online) media voor met name ondernemers.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *