Geen geweld tegen Syrië, help liever de Egyptenaren

In het Midden-Oosten is er in vele landen sprake van een gepolariseerde ‘wij versus zij’-verhouding, waarop de ‘Arabische Lente’ lijkt stuk te lopen, zoals nu in Egypte en al langer in Syrie. De historische achtergrond daarvan is ten dele de kunstmatige staatsvorming door etnische en sektarische grenzen heen na de val van het Osmaanse Rijk evenals de invloed aldaar van een verhoudingsgewijs kort Frans en/of Brits kolonialisme. Maar een machtstegenstelling, namelijk die tussen een nieuwe seculiere, stedelijke en vaak ook militaire elite en het meer eenvoudige en veelal soennitische volk op het platteland, speelt in deze de hoofdrol. Die tegenstelling, die in wezen neerkomt op onderdrukking van de laatste groep door de eerste, meestal een minderheidsregime, en in de vorige eeuw al in Turkije leidde tot meerdere militaire coups, nu ook recent in Egypte en groeide in Syrie uit tot een bloedige burgeroorlog.

Steun van Saoedia Arabië aan het Egyptische generaals
De VS en andere westerse grootmachten manouvreren in die tegenstelling vrij dubbel, verbaal de democratie en mensenrechten hooghoudend, maar in de praktijk goede vriendjes zijn met de regimes. Het bondgenootschap van de VS met Saoedië-Arabië (en voorheen ook Mubarak) is van dat laatste een sprekend voorbeeld. Dat de VS thans vrij stil zijn over de situatie in Egypte en/of nauwelijks helpen daar de impasse na de militaire coup te doorbreken, bijvoorbeeld door te proberen de gevangen gezette ex-premier Morsi vrij te krijgen en een open dialoog op gang te brengen, is daarvan eveneens een voorbeeld. Opvallend  hierbij is, dat Saoedië Arabië geheel aan de zijde van het generaalsregime staat.

‘Geopolitiek heet dat’
Geopolitiek heet dat.  De gespierde rede van John Kerry (en later de wat gematigder rede van Obama) richting Syrie zie ik niet in de laatste plaats tevens in dat licht, ook al vormt het nare gifgasgebruik de aanleiding. Geopolitiek speelde ook al mee in de discussie of het Westen al of niet wapens moest leveren aan de ,let wel door Saoedië-Arabië en Qatar gesteunde, rebellen in Syrië.

Kerry’s argument dat het gifgasgebruik ‘niet ongestraft’ kan blijven, lijkt in dat licht dan ook grotendeels een doekje voor het bloeden net als in 2003 de ‘chemische wapens’ in Irak dat waren. De VS zijn immers niet een staat, hoe machtig ook, die andere landen kan ‘straffen’ als politieagent. Daarvan zijn internationale rechtsprocedures. In plaats van voorbereidingen te treffen voor weer een militaire ‘Alleingang’, lijkt het – over geloofwaardigheid van westerse leiders gesproken – beter in dialoog te gaan met het generaalsregiem in Egypte over herstel van de democratie (en zeker geen vredesconferentie over Syrie af te zeggen, zoals recent gebeurde).

Verdeling van macht 
Verdeling van kennis, goederen en macht is een gevleugeld vredesideaal. Deel je de macht niet of ondermijn je zoals onlangs in Egypte een prille democratie, dan steun je in wezen de krachten van geweld. Dat het Egyptenaren lukte Mubarak zonder geweld te doen vallen, was een terugslag voor Al Qaida en jihad-groepen, die zweren bij gewapende strijd als juiste strategie. Na de militaire coup, waarbij president Morsi en negen van zijn ‘maten’ zonder juridische rechten gevangen werden gezet en zeker na het bloedbad daarna, is nu hun reactie: ‘Zie je wel, het lukt alleen op onze manier en niet via democratie en geweldloosheid’. Met de dodelijke aanslag op 24 politieagenten in de Sinai medio augustus lijken ze daarin de daad bij het woord te hebben gevoegd. Helaas was het Morsi-bewind, behalve onervaren, nogal ontactisch in zijn optreden, waardoor het angst opriep, maar dit na een jaar bewind al met geweld naar huis sturen lijkt nergens op. Zo ondermijn je het geloof in het politiek proces van delen van de macht, dat begon onder de naam ‘Arabische Lente’. Dat de EU en Obama die coup niet veroordeelden, (gelukkig wel het bloedbad van medio augustus) is dan ook te betreuren. Jonge landen hebben immers, zoals voorheen in het Westen, tijd nodig om zich het democratische spel eigen te maken. Dit geldt zeker in de Arabische wereld en Turkije, omdat daar zoals gezegd grote tegenstellingen zijn. Ian Buruma heeft gelijk, dat in het Midden-Oosten ‘democratie nooit lukt zonder een of andere vorm van religiositeit toe te laten in het openbare leven’ (NRC,10/8). Het probleem is, dat door een jarenlange overheersing van het volk door de stedelijke, seculiere en militaire elite de verhoudingen dermate gepolariseerd zijn, dat een compromis moeilijk te bereiken is. De eerste groep verkiest liever (als nu in Egypte) een coup dan maar het risico te lopen, dat er publiek slechts maar ietsje rekening wordt gehouden met de religie van het volk, terwijl hun tegenspelers zacht gezegd weinig flexibel opereren, of zoals in Syrië overgaan tot gewapend geweld, waardoor het de oude elite makkelijk wordt om deze ‘uit te drijven’ als politieke islam. 

Democratische denken nog pril
Dat Egyptische moslims hun woede op minderheden afreageren, is een indicatie hoe pril het democratische denken er is en nog meer het geweldloze denken. Toch zal het die kant uit (moeten) gaan, waarbij in dialoog, liefst via buitenlandse bemiddeling, een compromis wordt gevonden tussen beide partijen. De weg terug naar de militaire dictatuur staat haaks op de in gang gezette Arabische Lente in dat land. Een compromis lijkt het enige. Ook in Syrië. Eerst hoe de impasse tussen de partijen te doorbreken, maar daarna, hoe de democratie gestalte te geven en uit te bouwen en ook hoe daarbij de soennieten (en de christenen) democratisch een rol te gunnen, hoe klein ook. Laat het Westen zich hiervoor sterk maken, ook jegens de Egyptische militairen, tevens om te voorkomen dat er in Egypte op termijn ook een burgeroorlog uitbreekt. Een verhoudingsgewijs kleine aanval op Syrië onder het mom van ‘vergelding’ is al militair partij te kiezen in een  burgeroorlog, wat polemologisch een ‘doodzonde’ is en ook – het geweld heeft zijn eigen dynamiek –  zeer ernstige gevolgen kan hebben.

Dit artikel verscheen eerder in Zaman Vandaag van 30-8, in Gooi &Eemlander, N.H.-Dagblad, Haarlems en in Leidsch Dagblad van 31-8

Foto: Aeliane van den Ende 

Hans Feddema
Hans Feddema is antropoloog en publicist en organisator van het Filosofisch Café Leiden. Hij studeerde geschiedenis en antropologie. Na zijn studies aan de Vrije Universiteit en aan de Universiteit van Amsterdam was hij jarenlang werkzaam als universitair docent, onderzoeker, journalist en politicus. In 1989 was hij een van de ruim tien oprichters van GroenLinks.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *