euMENnet

‘Een bijdrage aan het publieke debat’, zo noemt hoogleraar doopsgezinde vredestheologie en ethiek Fernando Enns euMENnet. Dit multimediaproject moet de invloed van vijf eeuwen doperse migratie aan het licht brengen en de doopsgezinde identiteit aanscherpen.

Eeuwenlang trokken dopersen weg, bleven hangen en trokken verder. De doperse diaspora voerde mennonieten door heel Europa, naar landen als Oekraïne, Polen, Duitsland, Nederland en Zwitserland. Steeds weer waren er redenen om te blijven en om verder te trekken: onderdrukking, economische malaise, economische voorspoed, geloofsvrijheid. Om deze over Europa verspreide geloofsgenoten te leren kennen is het internationale multimediaproject euMENnet bedacht. Dat moet klaar zijn in de zomer van 2014.

Wat bindt de groep Europese doopsgezinden? In hoeverre verschillen ze van elkaar? Wat is hun geschiedenis? Wat is hun invloed geweest op de Europese geschiedenis? Wat zijn hun verhalen? Wat kunnen we van alle verhalen leren? Deze vragen zullen mennonieten uit heel Europa via filmpjes en teksten beantwoorden.

Fernando Enns, hoogleraar doopsgezinde vredestheologie en ethiek aan het doopsgezind seminarium, heeft de leiding over het inhoudelijk deel van het project. Hij ontvangt mij op de Vrije Universiteit in Amsterdam op de faculteit theologie. Alle kantoren en werkplekken hebben grote glazen wanden, wat de afdeling een open karakter geeft. ‘Niemand heeft hier een vaste werkplek, het zijn allemaal flexplekken’ vertelt Enns. ‘Daarom is het ook zo ‘open’ gebouwd. Alleen wij doopsgezinden hebben een eigen kamer gekregen, eigenlijk wel fijn.’ Het is een opmerkelijk contrast met het verhaal achter euMENnet: de doopsgezinden die in Europa, maar ook wereldwijd, altijd een nieuwe plek moesten zoeken. Op de VU geldt deze regel niet, daar hebben doopsgezinden als enige een vast onderkomen. 

Identiteit
‘EuMENnet zal ons als doopsgezinden in Europa helpen elkaar te leren kennen. Elke zes jaar komen we samen op de MERK (Europese doopsgezinde conferentie, red.). We houden dan vieringen met elkaar en hebben plezier. Aan het eind nemen we afscheid en dat was het dan. Vooral na de laatste MERK had ik, en ik niet alleen, het gevoel dat we beter moeten nadenken over het creëren van een doopsgezinde identiteit in Europa.’ Enns ziet euMENnet als een tool om dit te doen. ‘Het is nodig iets op te zetten wat de doopsgezinde identiteit in Europa vormgeeft.’ 

Met het project wordt geprobeerd een identiteit te ontwikkelen via de verhalen van doopsgezinden zelf. ‘Het is niet zo dat professoren of kerkbesturen een identiteit ontwikkelen en dan van bovenaf vertellen wat die is. We willen het verhaal van onderaf vertellen met verschillende verhalen uit verschillende regio’s. We zijn niet alleen op zoek naar de geschiedenis van doopsgezinden uit diverse Europese gebieden, maar ook naar de problemen waar ze nu mee te maken hebben en welke doelen ze hebben.’

Europa
Het multimediaproject gaat over doopsgezinden, wordt gemaakt door doopsgezinden en is zeer interessant en waardevol voor doopsgezinden, maar het is ook van belang voor andere Europeanen volgens de hoogleraar. ‘Het verhaal van de mennonieten heeft veel te maken met het verhaal van Europa. In de gebieden waar ze mochten leven hebben de doopsgezinden altijd een bijdrage geleverd aan de taalontwikkeling, economie, cultuur, politiek en theologie. Ook hebben ze een bijdrage geleverd aan technische vooruitgang, onder meer op agrarisch gebied.’

Als voorbeeld van dit laatste noemt de professor Oekraïne en Nederland. ‘In Oekraïne hebben de doopsgezinden als ‘buitenlanders’ fabrieken opgezet om landbouwmachines te bouwen, in Nederland was het bijvoorbeeld de doopsgezinde Cornelis Lely die de Afsluitdijk bedacht en ontwierp.’

Ook in de politieke geschiedenis van Europa hadden de doopsgezinde een rol vertelt Enns verder. ‘Mennonieten vroegen in de tijd van de Reformatie vrijheid om te kiezen voor de doop. Ze vroegen naar vrijheid van meningsuiting. Ze vroegen naar de vrijheid om niet in het leger te hoeven dienen. Al deze vrijheden waar de vaak onderdrukte doopsgezinden als minderheid toen al voor streden, worden tegenwoordig gezien als universele mensenrechten. De doopsgezinden waren natuurlijk niet de enige minderheid die daar om vroeg.’

Uiteindelijk denkt Enns dat van al deze bijdragen aan de geschiedenis valt te leren. ‘De mensen die in Europa wonen zijn zeer verschillend. Tegenwoordig geeft iedereen hoog op over religieuze vrijheid en tolerantie. Maar ondertussen wordt het steeds moeilijker om hiermee om te gaan; we lopen tegen de grenzen van vrijheid aan. Hoe kunnen we diversiteit bewaren, zonder eenheid te verliezen? Als minderheid die heel veel diversiteit in zich heeft en toch altijd eenheid probeerde te bewaren, kunnen doopsgezinden een bijdrage leveren aan dit debat.’

Publiek debat
Enns geeft wel aan dat de bijdrage aan het publieke debat slechts ‘een’ toevoeging is. ‘Natuurlijk hebben andere geloven en minderheden ook hun verhalen en kunnen zij ook het nodige bijdragen aan dit debat. Maar het is wel belangrijk dat we een doopsgezinde stem laten horen. Veel mensen kennen de doopsgezinden namelijk niet en als we ons verhaal niet vertellen, gaat het verloren.’ 

‘De meeste kerken hebben kantoren in Brussel en onderhouden contact met Europese politici, maar de doopsgezinden niet.’ De hoogleraar vindt dat de doopsgezinden zich in het Europese publieke debat in vergelijking met andere kerken te weinig laten horen. ‘We moeten onszelf in Europees verband organiseren en een stem laten horen. Er is twijfel bij doopsgezinden om dit te doen, maar we leven in een democratie en hebben een taak om als minderheid mee te doen.’ 

EuMENnet is niet voldoende om deze toevoeging aan de Europese democratie volledig vorm te geven. Maar volgens Enns is het wel een onderdeel van wat gedaan moet worden om als doopsgezinden naar buiten te treden in het werelddeel. ‘Het is een manier om onze identiteit te bepalen en die aan anderen te laten zien. Maar ook het aanstellen van een Europese doopsgezinde coördinator, of internationale ontmoetingen organiseren tussen doopsgezinden, zijn manieren daarvoor. Diversiteit binnen de Europese doopsgezinden zal blijven bestaan. Maar we kunnen wel de volgende vragen proberen te beantwoorden: Wat maakt dat we onszelf doopsgezind noemen? En hoe laten wij onszelf aan de buitenwereld zien?’

Fernando Enns
Fernando Enns (48) is hoogleraar doopsgezinde vredestheologie en ethiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij was initiatiefnemer van het oecumenisch programma  Decennium ter overwinning van geweld van de Wereldraad van Kerken (2001-2010). Hij is geboren in Brazilië, studeerde in Duitsland en de Verenigde Staten en werkt nu in Hamburg en Amsterdam.

Meer info:
Vijf eeuwen doopsgezinden in Europa worden, naar initiatief van Kees Knijnenberg, samengebracht met behulp van euMENnet. Middels onder andere een website die in 2014 klaar moet zijn, een ‘migratie-karavaan’ en andere activiteiten, worden verhalen van doopsgezinden in heel Europa verteld. EuMENnet is een internationaal project waar verschillende doopsgezinde broederschappen uit Europa aan meewerken. Nieuwsgierig? Kijk op http://eumen.net/en/ 

Dit artikel verscheen eerder in de maarteditie van Doopsgezind NL die hier gratis te downloaden is.

Jan Willem Stenvers
Jan Willem Stenvers is freelance journalist en redacteur van onder andere Doopsgezind NL.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *