Eugenetica en technologie

Een omstreden NIP test zou tijdens de zwangerschap kunnen vaststellen of het ongeboren kind Down-syndroom heeft. Sommigen zien daar een immorele weg naar de eugenetica in. Wat voor fundamentele vragen gaan er schuil achter zo’n testje?

De abortuskwestie

In een bericht van de NOS staat: ” Met de NIP-test kan worden opgespoord of het ongeboren kind lijdt aan het syndroom van Down”. Michael van der Galien schrijft in een artikel op de site van De Dagelijkse Standaard: “De NIP-test wordt gebruikt om te ontdekken of een ongeboren kind al dan niet aan het Down-syndroom leidt. Het zal u niet verbazen dat de kans groot is dat moeders in spé abortus laten plegen als dat het geval wel is”. De vraag is uiteraard: is dit erg?

Een interessant onderdeel van de discussie is: wat is leven? Dat raakt aan de kwestie van abortus uiteraard. We kunnen de vraag of abortus moord is in het midden laten. Zelfs dan kan het idee van aborteren omdat het om iemand met Down-syndroom gaat lijken op moord. Maar misschien moord op een bevolkingsgroep.

Van der Galien schrijft verder in zijn artikel: “We mogen er dankbaar voor zijn dat Nederland de NIP-test verboden heeft en dat wij géén zogenaamde ideale samenleving proberen te creëren door een ieder die anders is uit de weg te ruimen”. Vooral dat “uit de weg ruimen” is dan interessant.

Het gevaar van eugenetica

Eugenetica doet denken aan etnische zuivering: het uitroeien van een bevolkingsgroep om bepaalde kenmerken. Met het eerder aangehaalde citaat van Van der Galien lijkt het denken naar dit soort volkerenmoorden af te dwalen. Het gaat dan om levens die er al zijn. Hoe zit dat met levens die nog niet volwassen zijn?

De technologie stelt nu die vraag: wat als we al vroeg tijdens de zwangerschap kunnen meten of iemand lijdt aan bijvoorbeeld Down-syndroom? Dit is een nieuwe vraag waar we als maatschappij over na moeten denken. Van der Galien lijkt als verdediging van zijn standpunt aan te dragen dat de maatschappij er bij gebaat is. Maar een maatschappij bestaat misschien wel niet, een individueel leven wel.

Moet je iemand een leven aandoen dat hij of zij misschien wel niet zou willen, voor maatschappelijk nut? Van der Galien schrijft:

“Daar komt bij dat dit soort kinderen ons als maatschappij dwingen om ons te ontwikkelen. We leren er mededogen en compassie door; ze herinneren ons eraan dat ieder leven evenveel waard is en dat een volwaardig mens niet alleen een koele kikker is die doelen stelt en die bereikt, maar ook iemand die zich kan inleven in anderen en liefde voor hen kan voelen. Ja, ondanks hun mentale vermogens. Of misschien zelfs wel dankzij.”

Hij maakt van die kinderen zo eigenlijk martelaren. Slachtoffers om een maatschappelijk beeld mee te kunnen bouwen. Wat weegt zwaarder: individuele kwaliteit van leven of het idee van een maatschappij? Waar spreekt het meeste mededogen en compassie uit? Het kind juist wel of juist niet op de wereld zetten?

Het nut van diversiteit

Tegelijkertijd kunnen we de vraag stellen: moet de samenleving (wat dat ook moge zijn) zich aanpassen opdat variaties van leven goed kunnen aarden? Is het gemakzuchtig om de variatie te beperken opdat de samenleving geen breedte hoeft op te zoeken? Zal de samenleving verdorren en een stilstaande genenpoel worden? Wordt het een weerloos blok dat kan omvallen bij nieuwe uitdagingen omdat de diversiteit verloren is gegaan?

Lees het artikel Verboden Down-test steeds vaker aangeboden op de site van de NOS

Lees de reactie op het artikel van Michael van der Galien op de site van de Dagelijkse Standaard.

Afbeelding: bies via Compfight cc

Lucas van Heerikhuizen
Lucas van Heerikhuizen is afgestudeerd als master in de godsdienstwetenschappen. Momenteel is hij werkzaam als webdeveloper en WordPress docent. Tevens is hij actief als redacteur voor Zinweb.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *