Ergerlijk gedrag beschermen

Bert van der Kruk – Artikel 6 van de Grondwet schrappen? Juridisch zal het weinig uitmaken, want internationale verdragen garanderen de godsdienstvrijheid. Maar er gaat een volstrekt verkeerd signaal vanuit in de richting van religieuze minderheden die zich nu al vogelvrij voelen, stelt rechtsfilosoof Wibren van der Burg. “En internationaal zal het een absolute blamage voor Nederland zijn.”

Wibren van der Burg (52) is een sportief mens. Hij wandelde, fietste en schaatste de Friese Elfstedentocht. Op zijn website moet daarvan het onomstotelijk bewijs nog verschijnen, meldt hij haast verontschuldigend, naast het korte Friestalige gedichtje dat het schaatsen bezingt: reedridend sjongt my it iis.

De rechtsfilosoof, verbonden aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, stelt zich ook in het publieke debat keer op keer sportief op. Hij is vrijzinnig protestant, maar wordt niet moe op te komen voor de rechten van orthodoxe gelovigen die er standpunten op nahouden die hij verafschuwt. Zo kunnen draagsters van een burka op zijn steun rekenen. “Ik erger me, als burger, kapot aan een burka. Maar als jurist zeg ik: het is niet onze taak om alle ergernissen van burgers te vertalen in wetgeving.”

In zijn schaduwrijke Utrechtse achtertuin beginnen we het gesprek met een onderwerp dat de Tweede Kamer algepasseerd is: het verbod op onverdoofd slachten. Erik Borgman was daar ronduit van geschrokken. En van der Burg? “Ik heb mij verbaasd, vooral over de manier waarop er gedebatteerd is. Er is nauwelijks serieus rekening gehouden met feit dat rituele slacht een wezenlijk aspect is van de godsdienstige beleving van eenaantal Nederlanders. Het heeft mij verbaasd hoe licht er over de bescherming van de godsdienst is heengestapt. Ik vraag me ook af of het juridisch stand houdt. Ik denk dat het EuropeseHof voor de Rechten van de Mens kan constateren dat het verbodop gespannen voet staat met de godsdienstvrijheid.

Het rare is: nu moeten gelovigen bewijzen dat er bij rituele slacht geen sprake van onnodig lijden is. Dat is de omgekeerde bewijslast. Terwijl die bewijslast natuurlijk moet liggen bij degenen die het grondrecht inperken. En die zullen echt met heel overtuigende argumenten moeten komen. Die overtuigende argumentatie heb ik in het Kamerdebat niet gezien. Ik denk dat er te overhaast gestemd is.

Is het een proefballonnetje, om vervolgens ‘grotere’ kwesties aan te kunnen pakken?
“Het is symboolwetgeving. De rituele slacht is makkelijk aan te pakken, op het eerste gezicht. Het gaat om minderheden die weinig politieke macht hebben en zich er dus niet tegen kunnen verzetten. Zij hebben te maken met een rare coalitie. Enerzijds zijn er anti-islam groepen, zeg Wilders, die dit verbod steunen om de islam aan te pakken en helaas moeten constateren dat ze daarmee tegelijk de joden benadelen. Anderzijds is er het – heel legitieme – geluid van de Partij voor de Dieren. Maar ik zou zeggen: het leed dat dieren bij bio-industrie en gewone slacht wordt aangedaan, is even problematisch – en kwantitatief in ieder geval groter. Maar ja, kiloknallers kun je uit onze supermarkten niet wegdenken, dan vervreemd je te veel kiezers van je.”

Behalve uit direct betrokken groeperingen werd er nogal lauw of onverschillig gereageerd uit de rest van de samenleving, alsof niet helemaal helder was wat er op het spel stond. Deelt u die waarneming?
“Ja, de reactie past in een breder verschijnsel: een groot deel van de Nederlanders kan zich niet meer verplaatsen inorthodox-religieuze medeburgers. Vergelijk het met het hoofddoekje: dat is volgens veel Nederlanders toch maar een lapje stof dat je af kunt doen. Religie is de laatste jaren vooral bekeken als irrationeel, achterlijk en discriminerend, ook door allerlei schandalen en de voortdurende onderdrukking van vrouwen en homo’s in sommige godsdiensten. Godsdienst past eigenlijk niet meer in onze moderne samenleving. Dus waarom zou je gelovigen tegemoet komen? Ze hebben een eigen keus gemaakt en moeten daarvan de gevolgen ook maar dragen. Wie gaat wintersporten en z’n been breekt, moet dat ook.”

Stellen we godsdienst daarmee onderhand gelijk?
“Nou, deze parallel is misschien niet eerder getrokken, maar godsdienst wordt wel beschouwd als een puur vrije keus. Je kunt dus zelf kiezen om bepaalde voorschriften wel of niet na te komen. Dat klopt natuurlijk ook grotendeels, maar voor veel orthodoxegelovigen is godsdienstige overtuiging iets wat zich veel dwingender oplegt. Zij herkennen zich in de aan Luther toegeschreven uitspraak ‘Hier sta ik, ik kan niet anders’. Heel veel Nederlanders kunnen zich niet meer voorstellen dat voor veel gelovigen religie zo wezenlijk kan zijn.”

Rabbijn Evers zei in VolZin dat jongensbesnijdenis het volgende punt zal zijn. Reëel?
“Dat daar nu discussie over komt, is duidelijk. In San Francisco is bijvoorbeeld geprobeerd dat via een referendum te verbieden. Sterker nog, volgende maand verdedigt iemand bij mij een proefschrift, waarin staat dat jongensbesnijdenis verboden moet worden.Ik wil daarover nu geen uitspraken doen, omdat ik mij als promotor terughoudend moet opstellen. Het is alleen mijn taak om te kijken of het proefschrift verdedigbaar is. En er zijn veel  standpunten die goed verdedigbaar zijn, waarmee ik het niet eens ben. Als ik alleen de proefschriften zou goedkeuren waarmee ik het eens was, zou ik er maar een paar hebben afgerond.”

Welk standpunt neemt u in als het over de toekomst van artikel 6 gaat?
“Ik zit met een nogal paradoxale houding. Ik ben vrijzinnig protestants en kom de laatste tijd voortdurend op voor allerlei rechten van orthodoxen – moslims en protestanten – met standpunten waarmee ik het faliekant oneens ben en als homo vaak grote moeite heb. Ik ben principieel voor openbaar onderwijs, maar kom op voor de rechten van bijzonder onderwijs. Als burger ben ik daar tegen, maar als jurist zeg ik: grondrechten zijn er juist om dingen te doen waar ik het zelf niet mee eensben of me kapot aan erger. Ze zijn er om ergerlijk gedrag te beschermen. In die zin ben ik geen typische CDA-verdediger van de vrijheid van godsdienst en dat soort zaken, integendeel. Maar grondrechten zijn wezenlijk, en de vrijheid van godsdienst is een van onze meest wezenlijke grondrechten.”

Voorstanders van afschaffing denken daar anders over.
“Zij hebben een punt, als het gaat over een aantal achterhaalde gebruiken: het ambtsgebed, de bede in de Troonrede en op de euro, dat soort zaken. Dat zijn overblijfsels uit het verleden die we beter kunnen schrappen. Privileges van vroeger, inmiddels triviaal. Dat geldt niet voor de regelingen, die voor een deel met de vrijheid van godsdienst te maken hebben, waarin godsdienstige groepen anders worden behandeld dan een voetbalvereniging. De overheid heeft immers de plicht niet alleen gelijke gevallen gelijk te behandelen, maar ook ongelijke gevallen ongelijk te behandelen, naar de mate van ongelijkheid. Dat komt al bij Aristoteles vandaan; het is het principe van formele rechtvaardigheid. Dus: als je weet dat iets voor iemand heel wezenlijk is, dan moet je de bereidheid opbrengen om daar rekening mee te houden, om te accommoderen. Die traditie hebben we in Nederland altijd heel sterk gehad. Zo hebben we het in de negentiende eeuw voor doopsgezinden mogelijk gemaakt om geen eed te zweren, we hebben gewetensbezwaren tegen militaire dienst en sociale verzekering gehonoreerd en recent ook tegen het sluiten van huwelijken tussen homoparen. Het rekening houden met de behoeften van sommige groepen gelovigen is geen privilege, maar gewoon de burger serieus nemen. Het is een typisch Nederlandse manier van omgaan met minderheden, maar de bereidheid om op die manier met elkaar om te gaan lijkt langzaam te verdwijnen.” 

Omdat geloof ook maar gewoon een mening is?
“Dat wordt gezegd, ja, maar dat is dus niet zo. Godsdienst is voor veel gelovigen een diepgewortelde overtuiging, maar ook een identiteit en een praktijk. Daar horen bijvoorbeeld dieet- en kledingvoorschriften bij. We hebben net de ramadan achter de rug; daar doet niemand moeilijk over, want niemandheeft er last van. Bij alcoholgebruik ligt dat al anders; ik ben zelf geheelonthouder maar hoor het ook van mijn moslimstudenten: er is echt sprake van sociale druk om gewoon gezellig mee te drinken. Of varkensvlees, waarom zou je daar zo moeilijk over doen? Er is een soort ongevoeligheid ontstaan. Mensen zien niet meer dat godsdienst voor sommige gelovigen het hele leven bestrijkt.”

Waarom zien ze dat niet?
“Omdat we in onze samenleving inmiddels te maken hebben met een liberaal-progressieve meerderheidsideologie, een vrij dwingende gelijkheidsideologie:blank, seculier, vrijzinnig. Zeventig procent van de bevolking herkent zich daarin, ook de meeste christenen; zij hebben hun godsdienst geprivatiseerd. De meeste witte Nederlanders, zeker in de stad, hebben nauwelijks persoonlijk contact met mensen die diep gelovig zijn. Ze kunnen zich moeilijk inleven in hun situatie. Dat is trouwens andersom ook zo. De verdedigers van de godsdienstvrijheid zijn op hun beurt vaak niet in staat om de negatieve gevoelens over godsdienst te begrijpen. Als voor jou zelf godsdienst iets heel moois is, dan beschouw je al die seksschandalen in de Rooms-Katholieke Kerk als een toevallig incident. Maar objectief gezien, vanuit het buitenstaandersperspectief, is er toch wel iets meer aan de hand. Kijk, ik ben in een vrijzinnige minderheid op de Veluwe opgegroeid, ik weet dus ook hoe onderdrukkend godsdienst kan zijn. Alleen die ervaring al is voor mij genoeg geweest om nooit CDA’er te worden.”

Welk probleem los je op met het schrappen van artikel 6?
“Ik denk dat je er niks mee oplost. Het opruimen van de relicten die als privileges gelden, kun je ook los van dit grondwetsartikel doen. Schrappen zou juridisch weinig uitmaken, omdat we dan nog altijd de internationale verdragen hebben waarin godsdienstvrijheid is vastgelegd. We hebben dan nog steeds het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, waar sommigen ook al zo kritisch over zijn. Maar ik denk steeds: prachtig dat we dat hebben, al was het maar voor de Jehova’s Getuigen, typisch zo’n minderheid waaraan iedereen zich ergert – en nog wel om begrijpelijke redenen ook – maar die in veel Europese landen lastig gevallen worden. Juridisch zou schrappen dus niet veel veranderen, maar ik zie ook niet welk probleem het zou oplossen als het wel effect heeft. Ik ken geen voorbeelden, althans in recente jurisprudentie,waar een beroep op artikel 6 heeft geleid tot onaanvaardbare voorrechten voor gelovigen. Daarnaast gaat van schrappen van het grondwetsartikel volgens mij een volstrekt verkeerd signaal uit richting groepen burgers – orthodoxe protestanten, moslims en joden – die toch al het gevoel hebben dat ze vogelvrij zijn. Het zou bovendien internationaal een absolute blamage voor Nederland zijn, dat het land dat als eerste vrijheid van godsdienst en geweten heeft vastgelegd in een soort constitutie, namelijk bij de Unie van Utrecht in 1579, nu als eerste de godsdienstvrijheid zou afschaffen.”

Hoe lang geeft u artikel 6 nog?
“Laten we reëel zijn: er is tweederde meerderheid in het parlement nodig om het te schrappen. Mevrouw Hennis-Plasschaert heeft het voorgesteld en nog wat VVD’ers en Paul Cliteur, maar dat zijn minderheden. Politiek gezien zie ik het er dus niet van komen. Maar het draagvlak voor de vrijheid van godsdienst zie je wel kleiner worden. Sowieso is het draagvlak voor het recht om anders te zijn, zoals Femke Halsema het noemde, aan het afnemen. Etnische groepen hebben daarmee te maken, maar ook mensen die een andere taal spreken. Of vrouwen die zwanger worden: ze moeten niet zeuren, ze moeten gewoon mee in de ratrace. En voor homo’s geldt het zelfde:die hebben nou toch hun huwelijk, dus waarom nog aparte cafés en een Gay PrideParade? De dwingende meerderheidsideologie heeft weinig begrip meer voor mensen die om wat voor reden dan ook afwijken.”

Wibren van der Burg (Harderwijk, 1959) is rechtsfilosoof en ethicus. Hij is hoogleraar rechtsfilosofie en rechtstheorie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Eerder was hij werkzaam aan de universiteiten in Tilburg en Utrecht (waar hij in 1991 ook promoveerde). Van 2002 tot 2006 was Van der Burg voorzitter van het landelijk bestuur van de Remonstrantse Broederschap.  

Bron:  Volzin Magazine 11 – 18 

Claudia Pietryga
Claudia deed zowel een sociaal-agogische als journalistieke opleiding en is alweer bijna tien jaar freelance journalist. Ze schrijft het liefste over maatschappelijke onderwerpen en publiceerde onder meer stukken in de Flair, Hallo Jumbo, Spits, Het Parool, diverse blogs, lokale bladen en uiteenlopende (online) media voor met name ondernemers.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *